12
aug

Het taboe dat leefstijl heet

Geplaatst door op in Opinie
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3802
  • 1 reactie
  • Afdrukken

Een verdubbeling van verzuim door stressklachten. De cijfers die arbodienstverlener 365/Arboned vorig jaar publiceerde, waren alles behalve rooskleurig. Ook de resultaten voor het eerste kwartaal van 2013 beloven weinig goeds: het langdurig verzuim steeg van 28 procent (begin 2012) naar 33 procent. Er is dus werk aan de winkel.

Schokkende cijfers over ziekteverzuim kenschetsten de afgelopen jaren het nieuws. Met misschien wel als hoogtepunt het onderzoek van Movir in het najaar van 2012: ruim 80 procent van de Nederlandse huisartsen bleek signalen van overspannenheid of een burn-out bij collega-huisartsen te constateren.

Dat ziekteverzuim meer aandacht verdient, daar lijkt iedereen het wel over eens te zijn. Voorzichtig worden dan ook de eerste stappen genomen om het onderwerp hoger op de agenda te zetten. Bij de politie ging begin dit jaar een nieuwe richtlijn van kracht ten aanzien van posttraumatische stressstoornis (PTSS), waardoor de aandoening nu ook juridisch als beroepsziekte is erkend.

En ten aanzien van preventie zien we binnen de overheid ook diverse initiatieven. Zo bood de productgroep Binnensport van de gemeente Den Haag haar medewerkers een leefstijlprogramma aan. Hoewel het geen uitvoerig programma betrof, wist de organisatie daarmee het ziekteverzuim terug te dringen van 7,8 naar 6,1 procent.

Taboe

Leefstijl en ziekteverzuim; organisaties onderkennen de correlatie tussen beide en het belang van leefstijl op de werkvloer. Toch blijkt de praktijk nog weerbarstig. 365/ArboNed voert regelmatig onderzoek uit naar leefstijl en ziekteverzuim en stelt dat bedrijven worstelen met de vraag in hoeverre zij werknemers mogen aanspreken op een ongezonde leefstijl.

Want leefstijl gaat veel verder dan het inrichten van een sportzaal. Het beslaat ook thema's zoals eten, drinken, sporten, relaties, financiën, privé-werkbalans en hobby's. 365/ArboNed constateert dat vooral de enthousiaste werknemers meedoen en niet degenen die er het meeste baat bij zouden hebben.

Bottom-up

De terughoudendheid en de taboesfeer rondom het bespreken van leefstijlaspecten zijn in het bedrijfsleven groot. Vragen of iemand goed slaapt en wat zijn voedingspatroon is, is op de werkvloer not done. Althans, dat denken we. De crux zit voor een groot deel in de wijze waarop de thema's worden aangeroerd en besproken. Wanneer je medewerkers iets oplegt, creëer je weinig draagvlak. Veranderen doe je namelijk bottom-up. Door met de medewerkers in gesprek te gaan over wat wel en wat niet besproken mag worden rondom leefstijlaspecten die van invloed zijn op de mentale en fysieke fitheid, ontstaat minder weerstand. Het is dan ook simpelweg een kwestie van een barrière doorbreken zodat mensen ook op de werkvloer over dergelijke onderwerpen gaan praten.

Een ander punt dat het bespreken van leefstijl bemoeilijkt, is dat het managers vaak ontbreekt aan skills en kennis om leefstijlgesprekken op de juiste manier aan te pakken. Belangrijk tijdens dergelijke gesprekken is actief en reflectief luisteren. Open vragen stellen, oprecht geïnteresseerd zijn; dáár draait het om. In plaats van de medewerker te vragen of hij goed slaapt, kun je hem ook vragen of hij zijn slaappatroon wil omschrijven. Instinctief antwoorden mensen bevestigend wanneer hun wordt gevraagd of thuis alles goed gaat. Zelfs op de vraag 'hoe gaat het thuis' antwoordt menigeen als vanzelfsprekend met 'goed'. De wijze waarop we vragen stellen, beïnvloedt dus ook de antwoorden die we verkrijgen.

Reflectief luisteren

We lijken te beschikken over een soort helpreflex: zodra iemand een probleem benoemt, zijn we geneigd direct een oplossing aan te bieden. Heeft een medewerker te veel stress als gevolg van een te groot verantwoordelijkheidsgevoel, dan komt de manager als vanzelfsprekend met oplossingen op de proppen. Ander gedrag aanleren lukt alleen als de medewerker zelf bewust is van zijn eigen aandeel en ook echt zelf iets aan zijn gedrag wil veranderen. Dat bereik je juist door er regelmatig over te praten, de medewerker er over na te laten denken en hem zelf met oplossingen te laten komen. Daarvoor moet je als manager open vragen stellen, reflectief luisteren en het helpreflex uitschakelen. Het doel is een medewerker die goed in zijn vel zit, zich betrokken voelt en zich bevlogen inzet voor de instelling waar hij werkt.

De Meyermonitor toonde in het OCW-project aan dat het leefstijlprogramma leidde tot een hogere medewerkerstevredenheid en tot minder ziekteverzuim. Nu richtte dat programma zich met name op de fysieke gesteldheid van medewerkers. Wanneer daarnaast ook nog in wordt gegaan op de geestelijke gesteldheid en echt de dialoog wordt aangegaan, is het verzuim zelfs te beperken tot 1 procent. Een groot deel van het verzuim hebben we dus zelf in de hand.

Waardeer dit blogbericht:
Getagged in: ARBO Vitaliteit

Wessel Berkman is de oprichter van The Brown Paper Company dat zich richt op het incasseren van het grote onbenutte potentieel op de werkvloer van organisaties. Daarnaast is Wessel medeoprichter van topnetwerken: zoals in 2003 NINTES, het platform voor talentvolle toekomstige bestuurders en Club Goudhaantje, voor toekomstige CEO's. Deze laatste samen met het magazine Management Team. Wessel investeert ook in diverse ondernemingen (o.a. de welbekende De Fietsfabriek).


linkedin hover 32 twitter hover 32

Reacties