07
apr

Waarom de woorden ‘werk’ en 'stress’ ten onrechte aan elkaar worden geplakt

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2286
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Een tijdje geleden las ik de publicatie ‘Jongeren en werkstress’, onderdeel van de campagne Check je Werkstress van het ministerie van SZW. Volgens deze publicatie hebben bijna 1 miljoen mensen in Nederland last van werkstress en heeft 1 op 7 Nederlanders het gevoel tegen een burn-out op te lopen. De cijfers liegen er niet om. Maar wat ik me wel afvraag is of de stress die we ervaren enkel te wijten is aan ons werk?

Ik denk dat we de woorden ‘werk’ en ‘stress’ ten onrechte aan elkaar plakken. Net zoals we de woorden ’ziekte‘ en ’verzuim‘ lange tijd en nog steeds ten onrechte aan elkaar plakken, terwijl al lang bewezen is dat ziekte niet altijd leidt tot verzuim en verzuim ook lang niet altijd enkel het gevolg is van ziekte.

Multitasken zorgt voor stress

Ik denk dat we – niet alleen op het werk maar in algemene zin – meer stress ervaren door onder andere de enorme toename aan informatie, de continue behoefte om online te zijn en de illusie dat we allemaal moeten kunnen multitasken . Ook de toename van het aantal zorgtaken, zoals mantelzorg, wordt veel genoemd als oorzaak van stress. Ik vraag me dan ook af of het wel zinvol is om de ervaren stress aan te pakken door enkel interventies in te richten op het werk. Kunnen we deze verantwoordelijkheid wel neerleggen bij de werkgever?

Hebben interventies van werkgever zin?

Dat een werkgever een actieve bijdrage kan leveren aan het aanpakken van de ervaren werkdruk is bekend. De vraag blijft wel of we ons door interventies van de werkgever ook daadwerkelijk anders gaan gedragen. En ook wie van deze faciliteiten gebruikmaakt. De ervaring leert dat diegenen die toch al met de fiets naar het werk kwamen wel een nieuwe fiets uitzoeken. De overige werknemers maken geen gebruik van de interventie van de werkgever, of vallen na een training weer snel terug in oude gewoontes en patronen. Geen effect dus op het stressniveau.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Wanneer je bedenkt dat van de 168 uur in een week er zo’n 30,6 uur op het werk wordt doorgebracht, is het ook wel de vraag hoe ver de invloed van de werkgever reikt. Een werkgever heeft immers weinig invloed en zeggenschap over de keuzes die de werknemer in die andere 137,4 uur maakt. Tegelijkertijd hebben de werkgever en werknemer natuurlijk wel een gezamenlijk belang in het welzijn en daarmee functioneren van medewerkers en ondervinden ze allebei last van de effecten van langdurig te veel stress bij een medewerker.

Randvoorwaarden

De werkgever kan ook zeker een aantal randvoorwaarden inrichten die een bijdrage leveren aan bijvoorbeeld het ervaren van autonomie en sociale steun , zoals:

  • het bevorderen van de dialoog tussen medewerkers en leidinggevenden;
  • het creatief invulling geven aan wensen en behoeftes van de medewerker door maatwerkafspraken te maken;
  • het bespreekbaar maken van werkdruk in het team (hoe gaan we om met e-mail en hoe verdelen we het werk op basis van kwaliteiten en talenten?);
  • het betrekken van medewerkers bij de keuzes die worden gemaakt en het bieden van regelruimte over de wijze waarop zij hun eigen werk inrichten.

In gesprek over gezonde balans

Naar mijn idee ligt de uitdaging niet in het stimuleren van werkgevers om de taakeisen terug te dringen of een legio aan faciliteiten aan te bieden. Maar in het stimuleren van werknemers en werkgevers om met elkaar in gesprek te gaan en met elkaar te kijken hoe het werk slimmer ingericht kan worden en hoe zij samen een bijdrage kunnen leveren aan een hogere productiviteit en een gezonde balans tussen inspanning en ontspanning.

Mijn goede voornemen

Uiteindelijk begint het bij jezelf en je eigen gedrag. Wat kun jij vandaag of deze week doen om anders om te gaan met stress en druk? Hoe zorg jij voor een fijne balans in jouw leven? Na het lezen van de publicatie heb ik het boek ‘Ontketen je Brein’ van Theo Compernolle aangeschaft en werd daarin bevestigd dat de sleutel naar een evenwichtiger en productiever leven vooral bij mij zelf ligt. Dit heeft voor mij geresulteerd in het goede voornemen om ten minste één keer per maand een ’Offline Sunday‘ in te lassen. Eén dag in de maand even niet online en aan het werk en de tijd nemen om mijn reflecterende en archiverende brein aan het werk te zetten. En ik ga met mijn werkgever in gesprek over de kantoortuin op het werk (door Compernolle het ’Breinvijandige open kantoor‘ genoemd) en of we dit anders kunnen inrichten. Ik ben benieuwd wat het me gaat opleveren en ook welke goede voornemens u heeft en of die werken. Bent u bereid ze met me te delen?

Bronnen

  • Eurostat (3e kwartaal 2011)
  • Het WEB model van Wilmar Schaufeli en de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan, 2000.
  • ‘Over het verband tussen i-deals en loopbaanontwikkeling. Een i-deale loopbaan’. Aukje Nauta en Christel van de Ven, 2013.

beeld: pixabay

Waardeer dit blogbericht:
0