07
apr

Verdraaide vitaliteit: maak van je organisatie een powerhouse

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3379
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Mensen zijn gemaakt om te bewegen; om zich met elkaar te verbinden en om elkaar lief te hebben. Wie hieraan voldoet, leidt een energiek en vitaal leven. Volgens onderzoek is dit maar voor 20% weggelegd. Het dubbele percentage voelt zich onderbenut of overwerkt. De reden hiervan is onder meer dat werk vaak een kwestie is van instructies volgen; voor leren en groeien is minder aandacht. Kan het anders? Jazeker, maar dan moeten we anders en beter met onze energie omgaan!

Dit artikel is het eerste deel van een tweeluik dat Hans van der Loo schrijft in aanloop naar HRinspiratie op 18 april.

Schrijf je nu in voor HRinspiratie

Energie is een voorspeller van prestaties

Vitaliteit is een ander woord voor leven. En leven is energie. Dat laatste is net als zuurstof. Je hebt het nodig, maar tegelijkertijd is het zo gewoon dat je er niet bij stilstaat. Wat ook niet helpt: volgens vooraanstaande natuurkundigen is alles energie. Volgens een natuurwet kan energie nooit verloren gaan. Iets wat alles is en er altijd zal zijn, klinkt behoorlijk vaag. Bovendien is energie vluchtig en ongrijpbaar. Je kunt er zomaar ineens van overstromen. En voor je het weet, is het weer verdwenen. Toch is energie ook heel zichtbaar, voelbaar en bruikbaar. Energie is de brandstof om gewenst gedrag te vertonen en te presteren. Het is de kracht waarmee je jezelf – en anderen – in beweging brengt om het beste uit jezelf te halen.

In een tijd die wordt gekenmerkt door vluchtigheid, onzekerheid, complexiteit en ambiguïteit bepalen de mate en kwaliteit van energie in hoeverre we vooruitkomen of niet. Op de universiteit van Yale is in dit verband een interessant experiment uitgevoerd. Een groep professionele kenniswerkers werd gevraagd om een opdracht zo snel mogelijk goed uit te voeren. De bewuste professionals waren qua opleiding en ervaringsgraad volkomen vergelijkbaar. Ook de werkomstandigheden waren gelijk. Uit het experiment kwam naar voren dat het verschil tussen de snelste en de langzaamste professional een factor 10 bedroeg. Stel je voor: wat jij in een uur presteert, duurt bij een collega 10 uur! Nog zo’n interessant feit: uit onderzoek van de Duitse hoogleraar Heike Bruch weten we dat energieke medewerkers minstens 40% beter dan gemiddeld presteren. Bij gestreste en verkrampte medewerkers liggen de prestaties bijna 30% onder het gemiddelde. De les die we hieruit kunnen trekken: energie is niet zomaar een factor, het blijkt de beste voorspeller van individuele en collectieve prestaties te zijn.

Energie is meer dan lichamelijk fit zijn

Wanneer heb je veel energie? Het meest gehoorde antwoord: als je je lichamelijk fit voelt. Energie wordt doorgaans geassocieerd met ons lichamelijk functioneren. Vitaliteit wordt dan al gauw een kwestie van meer bewegen, een gezondere voeding en uitgebalanceerde rust- en herstelmomenten. Dat is belangrijk, maar het is slechts een deel van het verhaal. In onze kenniseconomie wordt vooral een aanslag op onze emotionele mentale en sociale energiebronnen gepleegd en niet zozeer op onze fysieke kracht. Onderzoek naar de precieze verhoudingen tussen de uiteenlopende energiedimensies is schaars, maar op basis van wat bekend is, kan gesteld worden dat prestaties voor 70% afhankelijk zijn van de emotionele, mentale en sociale bronnen en voor 30% van fysieke bronnen.

Hoe die verhouding er precies uitziet, doet er eigenlijk niet toe: energie laat zich nu eenmaal niet in een hokje stoppen. Het bestaat uit meerdere componenten die nauw met elkaar zijn verbonden en die tegelijkertijd werkzaam zijn:

  • Energie is in de eerste plaats een kwestie van emoties. Je komt in beweging vanuit een bepaalde emotie: iets raakt of inspireert je, je wilt het heel graag of je vindt het bijzonder mooi. Alle gevoelens die ons een boost geven, rekenen we tot de emotionele dimensie van energie. We moeten dan vooral denken aan emoties die ons een duurzaam gevoel van enthousiasme, optimisme, zelfvertrouwen en autonomie geven.
  • De mentale component heeft te maken met de mate waarin we ons openstellen voor prikkels en signalen van buitenaf. Het gaat hier om de mate van alertheid, het feit dat je je kunt focussen op zaken die voor jou van belang zijn, maar ook leren en groeien zijn onlosmakelijk verbonden met de mentale component van energie. Daarnaast gaat het om het vermogen om doelen te stellen en gericht aan de realisatie van die doelen te werken.
  • Mensen zijn van nature groepsdieren. We voelen ons niet alleen aangetrokken tot anderen, maar samen weten we ook meer te presteren dan alleen. Om productief met elkaar samen te werken, heb je vertrouwen nodig, net als inlevingsvermogen en de vaardigheid om jouw activiteiten met die van anderen te versmelten (synergie). Dit is de sociale component van energie.
  • Tenslotte is er natuurlijk ook sprake van een fysieke component. Omdat daar elders uitvoerig over is geschreven en veel over is gezegd, ga ik daar hier niet dieper op in.

Waarom gangbare vitaliteitsprogramma’s niet werken

Er wordt in organisaties heel wat gedaan om de vitaliteit van werknemers te bevorderen. De lichamelijke gezondheid wordt gemeten en kan via portals worden bijgehouden, er worden pogingen ondernomen om mensen tot gezonder eten te bewegen of om met roken te stoppen, er worden opbeurende posters opgehangen om mensen tot meer bewegen aan te sporen, er worden ruimtes ingericht om te fitnessen of om ontspanningsoefeningen te doen, er worden lunchseminars en -gesprekken georganiseerd, er worden gezondheids-, lifestyle- en welnesscoaches ingezet en ga zo maar door. Soms hebben deze interventies een ad-hoc-karakter, maar steeds vaker maken ze onderdeel uit van integrale vitaliteitsprogramma’s. Dat hier vraag naar bestaat, leidt geen twijfel: alleen al in de Verenigde Staten wordt jaarlijks tussen de 6 en 10 miljard dollar aan dergelijke programma’s gespendeerd. Of het de moeite van al dat geld en al die inspanningen waard is, is de vraag.

De betrokkenen zelf denken er uiteraard positief over. Ze vertellen je enthousiast over dalend verzuim, minder stress en een hogere productiviteit als gevolg van een verbeterde gezondheid. Onafhankelijk onderzoek – zoals het omvangrijke Amerikaanse RAND report dat enkele jaren geleden verscheen – schetst een minder rooskleurig beeld. De meeste programma’s kennen vaak uitsluitend vage doelstellingen die nauwelijks te operationaliseren, laat staan te meten zijn. De positieve impact van vitaliteitsprogramma’s berust dan ook eerder op geloof dan op harde feiten. Waar die positieve effecten wél aantoonbaar waren, hadden ze ofwel betrekking op specifieke probleemgevallen – werknemers met ernstige gewichts-, drank- of rookproblemen die relatief snel geholpen konden worden – ofwel op de vrij kleine groep werknemers die het programma tot het einde volhield. De overgrote meerderheid – tussen de 70% en 80% van degenen die zich hadden ingeschreven – haakte vaak voortijdig af.

Dat de resultaten van vitaliteitsprogramma’s te wensen overlaten, is niet verbazingwekkend als je kijkt naar de manier waarop ze zijn ingestoken: volgens het klassieke verandermodel van planmatig opgezette en top-down geïmplementeerde processen. Niet de zelfsturing van de individuele medewerker die verantwoordelijk zijn voor hun eigen energie, maar het organisatiebelang staat in de programma’s voorop. Dat blijkt alleen al uit de gekozen invalshoek en de gehanteerde terminologie: het accent ligt op organisatieproblemen als dalend verzuim, het inperken van gezondheidsrisico’s en/of het productief houden van oudere werknemers. Dat daarbij steevast een vreselijke term als ‘duurzame inzetbaarheid’ wordt gebruikt, spreekt boekdelen. Hier gaat het niet om het energieker maken van mensen, maar om het inzetbaar houden van human resources.

De meeste plannen die ik in de praktijk ben tegengekomen zijn weliswaar degelijk onderbouwd, maar hanteren een veel te beperkte scope: het accent van de interventies ligt hoofdzakelijk op de fysieke dimensie van energie. De andere componenten gelden hoogstens als bijvangst. Vitaliteitsmanagers blijken bovendien een grote voorkeur te hebben voor de gangbare top-down aanpak: dat blijkt alleen al uit de vaak gehoorde wens dat het mooi zou zijn wanneer er in de toekomst plaats zou worden ingeruimd voor een ‘Chief Energy Officer’. Blijkbaar verwacht men alle heil van boven. De verticale gerichtheid van vitaliteitsmanagers blijkt ook uit het feit dat zij zich – soms overigens tegen heug en meug – als voornaamste eigenaren van de uit te rollen vitaliteitsprogramma’s beschouwen.

In de veranderliteratuur wordt sinds jaar en dag gesproken over het feit dat 70% van de volgens het klassieke stramien opgezette verandertrajecten mislukt. Dit percentage is afkomstig uit een grootschalig onderzoek dat in de jaren negentig door de aan Harvard verbonden hoogleraar John Kotter werd verricht. De oorzaken van al die mislukte verandertrajecten weet hij vooral aan emotionele, mentale en sociale factoren. Zo zou het gevoel van urgentie bij de betrokkenen ontbreken en zouden de veranderingen vaak rond vage en weinig inspirerende containerbegrippen zijn opgebouwd. Ook zou de dominantie van beroepsmatig bij veranderingen betrokken experts en managers te groot zijn. Zij zouden te ver afstaan van de dagelijkse veranderpraktijken op de werkvloer. Zij zouden zich hoofdzakelijk als ‘turfsmurfen’ en ‘afvinkers’ manifesteren en de kracht van een groep gedreven informele leiders (leidende coalitie) missen. De resultaten van dit onderzoek zijn sindsdien vele malen herhaald. Steeds weer opnieuw werd het schrikbarend hoge percentage mislukte verandertrajecten gemeld. Het is dus geen toeval dat de resultaten van de meeste vitaliteitsprogramma’s tegenvallen. Er zit een hardnekkig patroon in.

Verdraaide vitaliteit: maak van je organisatie een powerhouse!

Draai de zaak om en doe het anders: verdoe je tijd niet met het maken van dichtgetimmerde plannen, maar sluit aan bij positieve energiestromen die reeds in de organisatie aanwezig zijn. Richt je op het dichten van de belangrijkste energielekken. Laat het verticale structuren denken los en geef welwillende werknemers die met nieuwe energie aan de slag willen gaan, de ruimte. Laat ze bewegen, geef ze de mogelijkheid om te leren, te experimenteren en te realiseren. Ga niet uit hoofde van je functie of positie met programma’s lopen leuren en ga er zeker niet mee sleuren. Toon daarvoor in de plaats persoonlijk leiderschap: laat zien dat energie en vitaliteit je aan het hart gaan. Zet processen in gang omdat je het wilt, niet omdat het moet. Vermijd wollige taal en presenteer je ideeën in de vorm van een aansprekend verhaal. Geef duidelijk aan waarom energie van belang is en hoe je met nieuwe energie ander gedrag en betere prestaties wilt bereiken. Stel werknemers die minstens even enthousiast zijn als jij in de gelegenheid om nieuwe energie te tanken. Draai de zaken om: stel niet het organisatiebelang centraal, maar geef werknemers de regie over hun eigen energie. Pas dan krijg je verdraaide vitaliteit. Pas dan gaat energie echt stromen en ben je in staat om van je organisatie een powerhouse te maken.

In het tweede deel geef ik concreet aan hoe je daarbij het beste te werk kunt gaan.

Meer weten over dit onderwerp? Hans van der Loo is één van de sprekers tijdens HRinspiratie. 

HRinspiratie: De Vitale Organisatie l 18 april 2016

Datum: 18 april

Locatie: VDS, Groenekan

Tijden: 12:00 – 17:00 uur

Kosten: € 199

Meer informatie en inschrijven

beeld: pixabay

Waardeer dit blogbericht:

Hans van der Loo is expert op het gebied van energiek veranderen. Als adviseur, publicist en spreker richt hij zich op het bevorderen van de kracht waarmee mensen, teams en organisaties in beweging te komen teneinde uitzonderlijke prestaties te realiseren. In het verleden werkte hij onder meer bij &Samhoud en Pentascope. Tegenwoordig is hij medeoprichter en eigenaar van betterday en EnergyFinder. Dit bureau is gespecialiseerd in de realisatie van krachtige en kortcyclische gedragsveranderingen en prestatieverbeteringen ('in 90 dagen veranderen met de spirit van een start-up'). Hans van der Loo is schrijver van de boeken 'Kus de visie wakker', 'We hebben er zin in', 'Energy Boost' en 'Vaart maken'.


linkedin hover 32 twitter hover 32