28
juni

Krachtles 15: Groeien als een gretig groentje

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3502
  • 0 reactie
  • Afdrukken

We zijn allemaal opgegroeid met de gedachte dat kennis je vooruit brengt. Kennis is macht: als je maar de juiste diploma´s en voldoende trainingspunten verzamelt, kom je vanzelf bovendrijven. Maar geldt dit mechanisme nog in de vluchtige, onzekere, complexe en ambigue wereld waarin we momenteel leven?

Ik denk van niet: het draait tegenwoordig niet langer om kennis en weten, maar om het vermogen om slim en snel te leren. Welkom in een wereld waarin leren belangrijker is dan weten. Welkom in het universum van de gretige groentjes.

In enkele maanden een raketgeleerde worden

Soms zijn successen een voorbode van naderend verval. In de zomer van 1969 betraden de eerste mensen de maan. De organisatie die dit mogelijk had gemaakt, de National Aeronautics and Space Administration (NASA), had zich allang het hoofd over de volgende uitdaging gebogen: een reis naar Mars. Machtige defensie- en inlichtingeninstanties torpedeerden dit plan: zij meenden dat hun belangen beter gediend waren met de ontwikkeling van een ruimteveer waarmee spionagesatellieten gelanceerde en gerepareerd konden worden. Zo geschiedde. De gevolgen waren groot: door de focus naar het ruimteveer te verleggen, raakte het ruimtevaartprogramma van de VS langzaam maar zeker in het slop. De NASA belandde in een leegte: de inspirerende gedachte om naar de sterren te gaan, maakte plaats voor ruimtewandelingen en plichtmatige bezoekjes aan een vrij nutteloos internationaal ruimtestation.

Totdat uitvinder, ondernemer en wereldverbeteraar Elon Musk besloot dat het tijd was om zijn oude jongensdroom te realiseren om menselijk leven op verre planeten mogelijk te maken. Hij was er altijd vanuit gegaan dat de NASA nog steeds druk bezig was met plannen voor interplanetaire reizen, maar tot zijn stomme verbazing vond hij niets daarover op hun site. Musk besloot het heft maar in eigen hand te nemen. Hij besteedde de vele miljoenen die hij in Silicon Valley met een paar internetbedrijven (waaronder Pay Pal) had verdiend aan de oprichting van een eigen ruimtevaartbedrijf: SpaceX. Iedereen verklaarde hem voor gek, maar Musk wist wat hij deed. Hoewel een vroege dertiger, had hij een vastomlijnde visie in zijn hoofd: de wereld moest verduurzamen (daartoe richtte hij het auto- en batterijenmerk Tesla op) en de mensheid zou moeten uitzwermen over andere planeten (voor het geval het op aarde mis zou gaan). Waarschijnlijk klinkt dit vrij bizar, maar daar gaat het nu even niet om. De vraag is hoe je zo´n visie in daden vertaalt. Bijvoorbeeld waar haal je een geschikte raket vandaan om naar Mars te reizen? Omdat VS niet langer raketten produceerde, zocht Musk zijn heil bij de Russen. De gesprekken liepen op niets uit. Toen het gezelschap zwijgend en drinkend in het vliegtuig terug naar huis zat, vroeg iemand zich af waar Elon mee bezig was Die zat diep verzonken in zijn laptop berekeningen te maken. Na een uur draaide hij zich om en sprak de nu al historische woorden: ´We gaan een eigen raket bouwen´.

Wat was het geval? Musk had zich in de maanden voorafgaande aan de reis dag en nacht verdiept in ruimtevaarttechnologie. Hij las alles wat hij kon gebruiken. Wanneer hij niet verder kwam, vroeg hij om raad bij specialisten. Hoewel hij als afgestudeerd natuurkundestudent uiteraard niet op nul begon, had hij zich de complexe technologie binnen een aantal maanden eigen gemaakt. Ruim tien jaar later schiet hij de ene na de andere raket de ruimte in. Over een paar jaar is het plan dat de eerste raket richting Mars vertrekt.

Betere voeding voor Vietnamese plattelandskinderen

Je kunt je als groentje erop toeleggen om je de moeilijkste materie snel eigen maken. Je kunt er ook naar streven om al eerder door anderen bedachte oplossingen te ontdekken. Dit laatst deed de inmiddels overleden Jerry Sternin, toen hij twintig jaar geleden naar Vietnam trok om een bijdrage te leveren aan de oplossing van een hardnekkig probleem: de ondervoeding van kinderen op het Vietnamese platteland. Hoewel hij daar door de autoriteiten om was gevraagd, bespeurde hij bij zijn gastheren een weinig ontvankelijke houding. Integendeel, ze lieten hem weinig diplomatiek weten weinig vertrouwen in hem hadden en erop te vertrouwen dat hij zo snel mogelijk – in ieder geval binnen zes maanden – het land weer zou verlaten.

Omdat hij het probleem onmogelijk op conventionele manieren kon oplossen – alleen al het opzetten en uitvoeren van een wetenschappelijk onderzoek zou minstens een half jaar in beslag nemen – besloot Sternin het over een heel andere boeg te gooien. Zijn er misschien plattelandskinderen te vinden die wél goed doorvoed zijn, vroeg hij zich hardop af. Aanvankelijk dachten zijn medewerkers dat hij een grap maakte: als je gevraagd was om een probleem op te lossen, kon je toch niet verwachten dat het antwoord voor het oprapen lag? Maar gaandeweg begrepen ze de bedoeling en gingen ze systematisch na of er misschien een dorp met doorvoede kinderen gevonden kon worden. En ja hoor, na een paar weken zoeken werd zo´n dorp met 'positieve uitzonderingen' gevonden. Daarmee was men er overigens nog niet: want hoe lukte het de moeders van dat dorp om hun kinderen wél goed te voeden? Het had weinig zin deze vraag aan de moeders te stellen, want die deden gewoon wat ze altijd hadden gedaan. Dus volgden de onderzoekers de moeders een paar weken om te weten te komen wat zij anders en beter deden. Het resultaat was dat men inzicht kreeg in een beperkt aantal gedragingen (meer eetmomenten op een dag, meer gevarieerde maaltijden, kinderen niet alleen waterachtige soep maar ook krachtige voeding geven) die de succesvolle eetgewoonten in het dorp bepaalden.

Toen Sternin en de zijnen hier eenmaal achter waren gekomen, namen zij wederom een ongebruikelijke, maar zeer doeltreffende stap. Zij besloten hun bevindingen niet op te schrijven in een rapport, dat dan vervolgens door de autoriteiten 'uitgerold' zou kunnen worden, maar ze vroegen aan de moeders of zij bereid waren om hun eetgewoonten aan moeders in andere dorpen te leren. Dat gebeurde, met als effect dat binnen een half jaar ruim 65% van de ondervoede kinderen in de betreffende dorpen voortaan met een redelijk gevulde maag door het leven ging.

Venijn zit in de start

We zeggen vaak dat venijn in de staart zit, maar dat is niet zo: venijn zit juist in de start. Als we nieuwe dingen willen leren en willen veranderen, kijken we daar vooral in de beginfase tegen op. Leren en veranderen doen pijn. Pas als we een flinke drempel genomen hebben en de eerste successen in het vizier hebben, gaat het makkelijker. Hoe kun je jezelf een vliegende start geven? Niemand die je dat beter kan vertellen dan de Amerikaanse onderzoeker en bestsellerauteur Josh Kaufman. In zijn boek The First 20 Hours probeert hij tegengas te geven aan onderzoeksresultaten van prestatiepsychologen, die aangeven dat het leveren van topprestaties vooral een kwestie van intensief en langdurig ('10.000 uur') oefenen is.

Volgens Kaufman gaat dit voorbij de realiteit dat lang niet iedereen alsmaar topprestaties wil leveren. Een vaardigheid aardig beheersen is vaak al genoeg om het een eind te schoppen. Dit leerproces kan vaak in korte tijd gebeuren, zo demonstreert hij zelf. Hij probeerde zich onder meer te bekwamen in het beoefenen van yoga, het programmeren van computers, het repareren van een auto, het windsurfen en het spelen van ukelele. Zijn doel was om de betreffende vaardigheid binnen 20 uur onder de knie te hebben. Het lukte hem in alle gevallen.

Hoe? Door van te voren uiterst precies na te denken over wat hij precies wilde leren en hoe hij dacht dat aan te pakken. Hij gebruikte hiervoor vier technieken:

  1. het deconstrueren van de gewenste vaardigheid in een beperkt aantal basiselementen;
  2. het vergaren van cruciale kennis over deze elementen;
  3. het verwijderen van fysieke, mentale en emotionele barrières die het leren in de weg staan;
  4. en het intensief oefenen van de basiselementen.

Een aantal randvoorwaarden helpt om je snel een vaardigheid toe te eigenen:

  • stort je alleen op dingen die je écht wilt doen;
  • focus je energie steeds op één basiselement;
  • bepaal van te voren je gewenste prestatieniveau;
  • meet voortdurend je voortgang;
  • toon veerkracht als het onverhoopt misgaat;
  • en laat je niet afleiden door allerlei onnodige toeters en bellen.

Het resultaat: in alle gevallen lukte het hem om zijn nieuwe vaardigheden binnen de gestelde tijd onder de knie te krijgen. Was hij daarmee tot een superieure kampioen uitgegroeid. Verre van dat, maar Kaufman laat zien dat je als een gretig groentje meer in je mars hebt dan je denkt.

De opmars van de 'rookie smart'

We hebben tot nu toe voorbeelden van drie gretige groentjes laten zien: Elon Musk die zich pijlsnel tot een vooraanstaande kennisautoriteit op het gebied van de ruimtevaart wist op te werken, Jerry Sternin die op ontdekkingstocht uitging en de oplossing vond voor een oud en hardnekkig probleem en Josh Kaufman die zich in geen tijd allerlei nieuwe vaardigheden aanleerde. De werkwijzen van deze drie staan niet op zich. De Amerikaanse managementgoeroe Liz Wiseman heeft er het boek Rookie Smarts over geschreven. Zij stelt dat de fixatie op ervaring en kennisautoriteiten zijn langste tijd heeft gehad. De toekomst is voortaan aan rookies. Dit komt niet alleen omdat kennis steeds sneller verouderd (in dynamische gebieden als IT, de maakindustrie en de medische sector elke twee tot drie jaar), maar ook alle 18 maanden verdubbelt. Kennis is niet langer iets waar je je krampachtig aan moet vasthouden, maar iets wat je voortdurend moet delen en verder ontwikkelen. Gretige groentjes zijn daar een meester in. Ze zijn nieuwsgierig en op zoek naar verfrissende ideeën, ze zijn geneigd om hun eigen mening te vormen en eigen standpunten naar voren te brengen en ze laten zich leiden door kritische vragen en ongebruikelijke denkbeelden. Wiseman onderscheid vier typen groentjes:

  1. De backpackers: die weinig intellectuele bagage met zich meedragen en vooral uit zijn op het verkennen van nieuwe praktijken en mogelijkheden.
  2. De jagers en verzamelaars: die de omgeving scannen op belangrijke gebeurtenissen en signalen en die in pijlsnel tempo nieuwe expertise kunnen vergaren.
  3. De ´firewalkers´: die over gloeiende kolen lopen en pijlsnel toepasbare kennis weten te mobiliseren.
  4. De pioniers: die naar onontgonnen intellectueel gebied trekken om daar een nieuw bestaan te vinden.

 

Wat kan een organisatie hiermee? In de eerste plaats ervoor zorgen dat je voldoende gretige groentjes in huis haalt. Dat alleen al betekent vaak een breuk met bestaande werving- en selectiepraktijken, die immers nog altijd zijn gericht op diploma's en ervaringen. Selecteer mensen daarentegen niet op basis van hun ervaring maar op basis van hun leervermogen. Zorg er vervolgens voor dat ze zich niet te snel gaan conformeren met bestaande praktijken, maar dat ze foolish and hungry blijven. Laat groentjes in tandems met ervaren veteranen werken, waarbij je ervoor moet zorgen dat deze laatsten niet automatisch elke vernieuwende gedachte de grond in boren. Zorg dat je werk en je werkomgeving rookie-proof blijven: zorg voor permanent nieuwe uitdagingen, geef medewerkers de ruimte om te leren, experimenteren en zelfstandig te realiseren. Geef de gretige groentjes een stem en zorg ervoor dat ze vooral in hun discomfortzone blijven

De groeimindset van een gretig groentje

Ben je van mening dat het mogelijk is om ondanks je meegekregen beperkingen te groeien tot degene die je uiteindelijk wilt zijn? Dat je mogelijkheden nooit beperkt zijn door aangeboren eigenschappen, maar dat je altijd kunt leren en groeien. Heb je beide vragen instemmend beantwoord, dan beschik je waarschijnlijk over een groeimindset. Dit door de psychologe Carol Dweck ontwikkelde concept staat voor de overtuiging dat je jezelf kunt verbeteren, ongeacht waar je nu staat. Omdat mensen met een groeimindset hun aandacht richten op verbeteren, vinden ze het geen ramp als ze fouten maken of falen. Integendeel, ze beschouwen het als een logisch onderdeel van hun leerproces. Als ze zich ergens extra voor inspannen, zien ze het niet als teken van persoonlijke onbekwaamheíd, maar als een teken dat ze goed op weg zijn: leren is nu eenmaal lijden. Het succes van anderen beschouwen ze niet als een domper, maar als inspirerend en leerzaam. Voor groentjes is zo´n groeimindset een sine qua non. Het is dé manier om niet vastgeroest te raken en vooruit te komen in een dynamische wereld. Daarom maken ze geregeld de sprong in het diepe. Want niets is zo opwindend als je te storten op dingen die je niet weet.

Waardeer dit blogbericht:
0

Hans van der Loo is expert op het gebied van energiek veranderen. Als adviseur, publicist en spreker richt hij zich op het bevorderen van de kracht waarmee mensen, teams en organisaties in beweging te komen teneinde uitzonderlijke prestaties te realiseren. In het verleden werkte hij onder meer bij &Samhoud en Pentascope. Tegenwoordig is hij medeoprichter en eigenaar van betterday en EnergyFinder. Dit bureau is gespecialiseerd in de realisatie van krachtige en kortcyclische gedragsveranderingen en prestatieverbeteringen ('in 90 dagen veranderen met de spirit van een start-up'). Hans van der Loo is schrijver van de boeken 'Kus de visie wakker', 'We hebben er zin in', 'Energy Boost' en 'Vaart maken'.


linkedin hover 32 twitter hover 32