22
jan

Krachtles 1: Autonomie deel 2 - Dossier energiek werken

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 4176
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De komende periode schrijft Hans van der Loo, adviseur en schrijver van de boeken 'Kus de visie wakker', 'We hebben er zin in' en 'Energy Boost' om de drie weken een verhaal over een van de 20 'krachtlessen' om je energie beter te benutten en nieuwe energie te krijgen. De globale thematiek van die krachtlessen staat vast. De concrete inhoud gaan we samen met onze lezers bepalen. Om de drie weken poneren wij een inspirerende stelling of stellen we een indringende vraag en vragen wij om jullie reactie, mening en ervaringen. Op basis daarvan schrijft Hans van der Loo zijn verhaal. Zo wordt het Dossier Energiek Werken niet alleen een coproductie, maar wordt het stukje bij beetje met nieuwe kennis en ideeën aangevuld. Deze aflevering staat de eerste Krachtles over 'autonomie' centraal.

In het 2e deel van krachtles 1 autonomie, gaat Hans van der Loo in op wat automie van jezelf vraagt en hoe je dit kunt vergroten. Voor jezelf en in jouw organisatie. Lees ook het 1e deel over autonomie, geschreven door Hans van der Loo.

Autonomie vraagt heel wat van jezelf

Autonomie leidt tot meer geluk en maakt uitzonderlijke prestaties mogelijk. Daar moet je overigens heel wat voor doen. Autonomie komt je niet zomaar aanwaaien. Om je autonoom te voelen en je als zodanig te manifesteren, moet je heel wat in je mars hebben. Om dit te illustreren, geef ik twee voorbeelden uit de sport.

Tijdens de Olympische Spelen van 1968 deed de Amerikaanse hoogspringer Dick Fosbury een vol stadion en miljoenen tv-kijkers over de hele wereld versteld staan met een nieuwe sprongtechniek. In plaats van de gebruikelijke roltechniek liet de atleet een nog nooit vertoonde sprong zien. Na het nemen van een schuine aanloop, schroefde hij zijn hoofd achterwaarts over de lat, waarna de rest van het lichaam vervolgens ruggelings volgde. De sprong zag er niet alleen spectaculair uit, maar betekende ook een einde aan alle bestaande records. Waar experts de grens van de menselijke sprongkracht lange tijd bij 2meter 10 hadden gelegd, sprong Fosbury 2 meter 24 hoog. Later verklaarde hij dat hij het tot levensdoel had gemaakt om het ongelijk van de experts aan te tonen. Met ijzeren wilskracht en vooral ook met veel vallen en opstaan had hij zich de nieuwe sprongmethode eigen gemaakt. Toen hij op die bewuste middag zijn winnende sprong maakte, waren de verantwoordelijke sportofficials in totale verwarring. De nog nooit vertoond sprong werd aanvankelijk dan ook ongeldig verklaard. Toen na lang zoeken in het reglement geen regel gevonden kon worden die de sprong verbood, werd Fosbury officieel tot Olympisch kampioen verklaard.

We herinneren ons waarschijnlijk allemaal nog het meisje Laura dat besloten had om op dertienjarige leeftijd in haar uppie rond de wereld te zeilen. De onderwijsinspectie en de jeugdzorg bezonnen zich op manieren om de uitvoering van dit plan te voorkomen. Ook de publieke opinie toonde zich niet erg enthousiast: zo´n kind was toch veel te jong om alleen de wereld rond te trekken? Ten behoeve van het NOS-journaal werd Roy Heiner, een bekende zeiler en voormalig Olympisch medaillewinnaar over het gebeuren ondervraagd. De journalist was er duidelijk op uitgestuurd om een paar kritische geluiden op te vangen. Maar Heiner gaf niet thuis. Integendeel hij gaf aan te ´kicken´ van de plannen van het meisje. ´Het is toch hartstikke gaaf als iemand iets wil doen wat nog niemand anders heeft gedaan´, zei hij. ´Leven is het durven ondernemen van dingen en je steeds verder ontwikkelen´. Maar zag de zeiler dan helemaal geen gevaren, vroeg de journalist bijna wanhopig. ´Ach gevaren zijn overal´, antwoordde Heiner laconiek. ´Het ergste dat je kan overkomen, is dat je overboord slaat en het niet overleefd. Maar als je de straat oversteekt kun je ook dodelijk worden aangereden´.

Beide voorbeelden gaan over mensen die door middel van een autonome houding tot uitzonderlijke prestaties in staat waren. In beide gevallen zien we een viertal persoonlijke eigenschappen terug die cruciaal zijn om autonomie te krijgen en te behouden:

  • In de eerste plaats is het cruciaal dat je je onafhankelijk durft op te stellen. Wie alleen maar vasthoudt aan gangbare denkbeelden of uitsluitend op de automatische piloot koerst kan onmogelijk een autonome instelling verwerven. Dat geldt evenzeer voor wie uitsluitend geneigd is om de meute te volgen. Een autonome houding betekent dat je eigenzinnig en non-conformistisch bent. Je durft buiten de gebaande paden te treden. Je zoekt en creëert mogelijkheden om je eigen ding te doen.
  • In de tweede plaats is het van belang dat je in staat bent om goed na te denken over de vraag wie je bent, wat je wilt en wat je kunt. Een autonoom persoon gaat niet als een kip zonder kop te werk. Autonomie is altijd gebaseerd op diepgaande kennis over wat je betekenisvol vindt en waardoor je bezield raakt. Die kennis komt niet uit de lucht vallen, maar is het gevolg van een voortdurend proces van reflectie op wie je bent, wat je wilt en wat je doet. Door je te blijven ontwikkelen in de richting die bij jezelf past en die je zelf hebt gekozen, ben je in staat om je te verdiepen en om te groeien.
  • Een autonome houding veronderstelt in de derde plaats ook daadkracht, discipline en veerkracht om de gestelde doelen te bereiken. Autonomie betekent dat je het niet alleen bij woorden laat, maar dat je ook bepaalde daden laat zien. Het betekent dat je bereid bent om risico´s te nemen en dat je over voldoende veerkracht beschikt wanneer het tegenzit. Dat laatste is vaak het gevolg van de weerstand die je ondervindt: de activiteiten van zowel Fosbury als van Laura werden bepaald niet met gejuich ontvangen. Anderzijds zie je dat je ook altijd fans aantrekt die begeesterd zijn door jouw plannen en die zich voor jou zaak inzetten.
  • De vierde en laatste eigenschap ligt in het verlengde van de voorgaande en heeft betrekking op het vermogen om uitzonderlijke prestaties neer te zetten. Wie er alleen maar op uit is om middelmaat te produceren, kan zich de moeite van een autonome houding maar beter besparen. Die kan het beste de automatische piloot aan zetten en op oude en beproefde succesformules koersen. Autonomie is eerder iets voor de ´crazy ones´, de mensen die het onmogelijke willen presteren en die – zoals wijlen Steve Jobs het zo mooi formuleerde – een ´deuk in het universum willen slaan´.

 

Geef een boost aan autonomie, creëer een 20 procent-ruimte

We weten nu wat autonomie inhoudt en door welke eigenschappen het wordt gekenmerkt. Maar wat kunnen organisaties doen om de autonomie van hun werknemers te vergroten? Heel veel, zo blijkt. Dan moet je overigens niet meteen denken aan oplossingen als Het Nieuwe Werken of aan grote en ingrijpende structuurwijzigingen die tot doel hebben de zelfsturing te bevorderen. Uiteraard is dat mogelijk en zijn er in de literatuur genoeg voorbeelden te vinden van bedrijven die zulke trajecten met (enig) succes hebben afgelegd. Maar vergis je niet: het gaat doorgaans om lange en kronkelige veranderwegen. Bovendien moet je je niet blindstaren op unieke combinaties van factoren – een leider of stel leiders aan de top die er echt in geloven en die de organisatie op sleeptouw hebben genomen, de start van een nieuw bedrijf waarbij ballast uit het verleden geen rol speelt, het werken in branches waarin professionele autonomie een vereiste is – die waarschijnlijk niet van toepassing zijn op de eigen situatie. Om autonomie een boost te geven, kun je daarom besluiten om een begin te maken met het creëren van (tijdelijke) ruimtes – bijvoorbeeld 1 dag in de week – waarin werknemers naar eigen believen aan projecten kunnen werken en waarin zij de principes van autonomie al doende en op een speelse manier kunnen aanleren. Google is hiermee natuurlijk beroemd geworden, maar het was niet de uitvinder van deze gedachte. Lang voordat Google werd opgericht bestond bij 3M al de praktijk om 15 procent van je tijd aan eigen uitvindingen te besteden: de 'onlogische' uitvinding van Post-it-lijm die niet plakt - was daar een gevolg van. Wanneer je vanuit de gedachte van 20procent-ruimtes gaat werken, moet je een aantal punten goed voor ogen houden:

  • Het gaat om activiteiten die op basis van vrijwilligheid plaatsvinden. Autonomie draait om willen, niet om moeten. 'Als het jeukt, moet je zelf krabben, is een Amerikaanse uitdrukking en zo is het maar net. Laat mensen die er in eerste instantie niets voor voelen om autonoom aan de slag te gaan in hun waarde en dwing ze niet om tegen hun zin aan vernieuwende activiteiten deel te nemen. Maak het ze wél makkelijk om op elk willekeurig moment alsnog in te stappen.
  • De 20procent-ruimtes zijn absoluut geen vrijplaatsen voor het uitleven van solistische hobby´s. Het zijn ruimtes waarin mensen in samenwerking met elkaar schitteren. Alles staat in het teken van samen tot betere ideeën komen. Dit maakt de werkzaamheden verre van vrijblijvend. Darwin rules: alleen de beste ideeën worden samen verder uitgewerkt.
  • Maak het klein en realiseer snel vooruitgang: hoewel de verleiding groot is om iets groots neer te zetten, kun je het beste klein beginnen. Richt je op de creatie van een MILO: een Minimaal Levensvatbare Oplossing. Die oplossing hoeft niet perfect te zijn. Zij moet vooral inspireren én werken.
  • Denk bij het uitwerken van oplossingen altijd vanuit de gebruikers. Bij Google hanteren ze in dit verband de 100 Happy Users Rule: voordat een oplossing verder wordt uitgewerkt, moet je eerst honderd enthousiaste (interne) gebruikers hebben gevonden. Zo'n regel dwingt je niet alleen om je van meet af aan in de gebruiker te verdiepen, maar ook dat je in staat bent om je project van begin af aan goed te verkopen.
  • Alles kan binnen beperkingen. Ook binnen 20procent-ruimtes zijn beperkingen, van tijd en van hulpmiddelen. Het gaat niet om luxe, maar om bezieling. Bij een rondleiding binnen een overheidsinstelling werd ik ooit naar een bijzonder kostbaar uitgevoerd 'Future Lab' meegenomen. 'Kijk we hebben kosten nog moeite gespaard om mensen creatief te laten zijn', werd me trots verteld. De ruimte was overigens leeg en werd alleen maar gebruikt om gasten te imponeren. De autonomie was hier ver te zoeken.

 

Tot slot

Autonomie is een belangrijk onderdeel van de startknop waarmee je jezelf en anderen in beweging zet. Het is de vonk waarmee je je eigen energie tot ontbranding brengt. Een autonome houding is geen gegeven, maar het resultaat van een leerproces dat tot doel heeft te worden wie je zou kunnen zijn. Dat dit bepaald niet makkelijk is, laat het volgende citaat van Nelson Mandela zien. Na zijn overlijden is terecht de nadruk gelegd op zijn verzoenende kwaliteiten. Maar om die verzoening mogelijk te maken, was het eerst nodig dat hij een autonome houding ontwikkelde. ´Onze grootste angst´, zei Mandela ooit, ´ is niet dat we het niet kunnen – onze grootste angst is dat we eindeloos veel meer kunnen dan we denken. We zeggen tegen onszelf: 'Wie ben ik dat ik briljant, betoverend, begaafd en fantastisch zou zijn?' Maar wie ben jij eigenlijk om dat níet te zijn? De wereld heeft er niets aan als je doet alsof je klein bent´.

Volgende krachtles

De volgende krachtles gaat over de energiegevende kracht van een betekenisvolle visie. Wanneer je over een heldere en inspirerende visie beschikt, begrijp je niet alleen wat er om je heen gebeurt, maar heb je ook een beter inzicht in wat je echt belangrijk vindt en waardoor je bezield raakt. Maar hoe kom je tot zo'n visie? Hoe ga je ermee om? En hoe cruciaal is zo'n visie eigenlijk om beter te presteren? Hoe komt het dat sommigen er een magisch instrument in zien, terwijl anderen – zoals Mark Rutte – openlijk aangeven er niets mee aan te kunnen? Wat denk jij? Reageer op LinkedIn.

Deze publicatie is samengesteld op basis van input van leden van HRcommunity in een discussie over autonomie. Wij willen alle leden bedanken voor hun bijdrage aan dit onderwerp. Lees hier de discussie.

Waardeer dit blogbericht:
Getagged in: Motivatie Vitaliteit

Hans van der Loo is expert op het gebied van energiek veranderen. Als adviseur, publicist en spreker richt hij zich op het bevorderen van de kracht waarmee mensen, teams en organisaties in beweging te komen teneinde uitzonderlijke prestaties te realiseren. In het verleden werkte hij onder meer bij &Samhoud en Pentascope. Tegenwoordig is hij medeoprichter en eigenaar van betterday en EnergyFinder. Dit bureau is gespecialiseerd in de realisatie van krachtige en kortcyclische gedragsveranderingen en prestatieverbeteringen ('in 90 dagen veranderen met de spirit van een start-up'). Hans van der Loo is schrijver van de boeken 'Kus de visie wakker', 'We hebben er zin in', 'Energy Boost' en 'Vaart maken'.


linkedin hover 32 twitter hover 32

Reacties