01
mrt

Jaarlijks onderzoek naar de energie van werkend Nederland 2016: werknemers schieten in de stress

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 4320
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Het beeld dat oprijst uit het periodieke onderzoek naar de energie van werkend Nederland is weinig positief: we zijn onzekerder dan ooit over de toekomst en we werken zo hard dat we er vaak bij omvallen. Het blijkt dat bijna 40% van de werknemers in de stress schiet, dat hun batterij leegloopt en dat hun prestatievermogen daalt.

Dit artikel is geschreven door Hans van der Loo en Patrick Davidson

Werknemers schieten in de stress...

Werknemers schieten in de stress: het percentage werknemers dat momenteel onder druk staat en in een kramp schiet om het hoofd boven water te houden, is de afgelopen twee jaar relatief gezien met ruim een kwart (26%) gestegen. Deze werknemers bevinden zich in een werkomgeving die te typeren is als een ´hyperzone’. Hierin staan het halen van korte termijndoelen en het blussen van dagelijkse brandjes centraal, gaat eigenbelang boven samenwerking en steken spanningen en frustraties regelmatig de kop op. Bijna vier op de tien (39%) werknemers zegt momenteel in zo’n omgeving te werken.

Is dit herkenbaar? ‘Ik kan mij daar van alles bij voorstellen’, zegt Remco Mostertman, drijvende kracht achter HRcommunity. ‘We staan aan het begin van een grote transformatie en dat betekent dat we niet langer kunnen wegkijken van de realiteit. Kijk maar naar de grote retailers zoals V&D en Perry Sport die omvallen. Maar ook de krimp in de financiële sector en de problemen in de (thuis)zorg. Heel veel bedrijven zijn de boot aan het missen. Allerlei sectoren staan enorm onder druk. Belangrijk is om klaar te zijn voor de toekomst. Maar daar schort het vaak aan. Meer van hetzelfde werkt niet en veel organisaties moeten op zoek naar fundamenteel andere verdienmodellen en manieren van werken en produceren. We zijn onzeker over onze toekomst en dit leidt tot stress’.

... de batterij loopt leeg

Kenmerkend voor de hyperzone is dat de menselijke batterij leegloopt: desgevraagd geeft maar 23% van alle werknemers in de hyperzone aan om met voldoende energie naar het werk te gaan. Slechts 15% keert na een dag werken met voldoende energie naar huis. Ter vergelijking: de gemiddelde percentages bedragen 42% respectievelijk 33%. De tevredenheid over de organisatie drukken werknemers uit met het cijfer 5,7. Veel hoop op de toekomst van de organisatie heeft men niet: men geeft hiervoor een dikke onvoldoende (4,3). Bijna de helft van de werknemers in de hyperzone (45%) zegt het komende jaar naar een andere werkgever uit te zien.

Het leeglopen van de batterij vertaalt zich in aantoonbaar lagere prestaties: die liggen 23% onder het algemeen gemiddelde. Dat lage prestatiepeil heeft alles te maken met het feit dat maar 19% van de werknemers aangeeft bevlogen aan het werk te zijn en slechts 15% zich betrokken bij de organisatie voelt.

Overige energiezones

Niet iedereen schiet in de kramp. Een derde van alle werknemers vindt het wel best zoals het loopt en maakt zich niet druk. Men gaat ervan uit dat alles goedkomt. Que sera, sera is het motto. Deze werknemers bevinden zich in de ‘comfortzone’. Hun percentage is de afgelopen paar jaar fors geslonken: van 41% in 2014 naar 33% in 2016. Onder druk van een aantrekkende economie en dreigende massaontslagen hebben velen hun afwachtende houding blijkbaar laten varen. Tegenwoordig staat vooral stressen op het dagelijkse werkmenu.

Net als twee jaar geleden is maar 1 op de 5 werknemers (20%) energiek in de weer om dagelijks topprestaties te halen: zij bevinden zich in de ‘zinzone’. Dat percentage is laag, zeker als je weet hoe veel beter het gedrag en prestaties van werknemers in deze zone is. Maar daarover later meer. Een kleine minderheid van 8% heeft de moed opgegeven en is afgehaakt.

Loo infographic Werkend Nederland

Energieverlies door lage scores op ‘softe’ dimensies

Er zijn goede – wetenschappelijk onderbouwde – gronden om aan te nemen dat goede organisatieprestaties gebaat zijn bij een ‘zinzone’ die minstens 65% van de werknemers omvat. Dit is bij lange na niet het geval. Wij moeten dus concluderen dat er erg veel energie – ongeveer de helft – onbenut weglekt. Hoe dat gebeurt? In de eerste plaats, doordat op een aantal ‘softe dimensies’ flink lager wordt gescoord. Het percentage weknemers dat zijn werk als een veilige en vertrouwensvolle omgeving beschouwt, is gedaald van 74% in 2014 naar 65% in 2016. De meest opmerkelijke daling manifesteert zich op het gebied van zingeving: werd de betekenis van het werk twee jaar geleden nog door 73% van de werknemers onderkend, inmiddels is dat gedaald tot 52%. Een ander energielek: nog maar 48% ziet zijn werk als een mogelijkheid om te leren en te groeien. Het ideaal van een op leren gebaseerde kenniseconomie wordt blijkbaar eerder met de lippen beleden dan dat daar een praktische invulling aan wordt gegeven.

Is dit beeld herkenbaar, vroegen we aan Remco Mostertman: ‘Ja, er is vaak een op de korte termijn gericht klimaat en dat biedt weinig ruimte voor zaken als vertrouwen en zingeving. Organisaties moeten durven investeren met oog voor de lange termijn. Daarnaast moeten medewerkers gestimuleerd worden om eigenaarschap en verantwoordelijkheid te tonen, voor de eigen prestaties en de eigen ontwikkeling. Het leiderschap om dit te doen is niet altijd aanwezig’.

... maar vooral ook door geringe focus op realisatie van ambities

Hoezeer de zojuist genoemde dalingen van scores op ‘softe dimensies’ ook in het oog springen, de meeste energie lekt weg doordat men onvoldoende gericht is op de realisatie van ambities en doelen. Het betreft hier een aloud Nederlands euvel, dat ook bij metingen in de voorgaande jaren naar voren kwam. Met dien verstande dat de scores dit jaar lager zijn dan ooit. Het percentage werknemers dat zegt zich op een lange termijndoel te richten is van 56% in 2014 gedaald naar 47% nu, de wilskracht om geformuleerde doelen te bereiken van 48 naar 42% en het percentage werknemers dat zegt de voortgang bij de realisatie van doelen regelmatig te meten en te bespreken van 41 naar 37%. Ietwat gechargeerd gezegd: we rommelen maar wat aan. En we verliezen daarbij bergen aan energie!

Meest energieke sectoren

Er zijn (gelukkig) ook positieve uitzonderingen als het om energiek werken gaat. Over het algemeen doen de branches met een ‘zacht hart’ (zorg & welzijn, onderwijs) en met een ‘technisch hart’ (installatie en ICT) het beter dan andere. ‘In de genoemde branches gaan mensen ondanks alles nog steeds te werk vanuit intrinsieke motivatie’, laat Stephan van Gelder, directeur van onderzoeksbureau Integron, desgevraagd weten. ‘Die houding krijg je overigens niet voor niets, daar moet je hard voor werken’, voegt hij er meteen aan toe. ‘Dat zie je aan de hoge positie die de installatiebranche momenteel op de ranglijst van meest energieke sectoren inneemt. Die branche is de afgelopen jaren sterk gemoderniseerd. Het is knap wat daar gepresteerd is. Men heeft radicaal met old-school-denkbeelden gebroken en er is meer focus en transparantie in de bedrijfsvoering aangebracht. Men werkt tegenwoordig vooral met flexibele schillen van gemotiveerde werknemers’. Hij plaatst de installatiebranche tegenover de bouw, waar dergelijke interventies de afgelopen jaren zouden zijn uitgebleven. ‘De oerconservatieve houding die daar heerst, vertaalt zich aantoonbaar in energie- en prestatieverlies’, laat hij weten.

Positieve uitzonderingen: bazen en senioren

Van bestuurders en managers weten we dat zij het beter naar hun zin hebben dan mensen op de werkvloer. Ook dit jaar is dat niet anders: terwijl 34% van de directieleden en het hoger management zich in de zinzone bevindt, is dat op uitvoerend niveau nog maar 16%. Omgekeerd geldt dat het percentage afgehaakte werknemers op uitvoerend niveau bijna zeven keer zo groot als aan de top van organisaties (maar liefst 14% zegt zich in de ‘zombiezone’ te bevinden, tegenover 2% aan de top).

‘Senioren als zonnetje in huis?’

Een meer verrassende groep positieve uitzonderingen zijn de senioren boven de 50 jaar. Meer dan de helft (52%) van de oudere werknemers bevindt zich in de zinzone. Bij jongere werknemers onder de 30 jaar ziet dat er heel anders uit: daar is dit percentage slechts 15%. De meeste jonge werknemers nemen blijkbaar een afwachtende houding aan en zitten in de comfortzone (44%). Ruim een derde (35%) zegt gestrest bezig te zijn. ‘Dat relativeert de vaak gehoorde bewering dat het de jongere generaties zijn die voor dynamiek in de tent zorgen’, zegt Eline Timmermans van HRcommunity. ‘Dat beeld is zeer hardnekkig en leidt er onder meer toe dat HR-mensen zich bovenmatig druk maken over de duurzame inzetbaarheid van ouderen. Maar je kunt niet simpelweg in generaties denken, het beeld is veel complexer’.

De effecten van energieverlies in kaart gebracht

Energie heeft direct en indirect effect op gedrag en prestaties. In tegenstelling tot tevredenheid dat pas achteraf wordt gemeten, heeft energie voorspellende waarde. Dit is cijfermatig op meerdere manieren te onderbouwen. Wij beperken ons hier tot een vergelijking van een aantal evidente verschillen tussen hyperzone en zinzone.

Loo infographic energielekken

Wie zich niet bewust is van het belang van energie op gedrag en prestaties kan van een koude kermis thuiskomen, zo mogen we op basis van de bovenstaande verschillen concluderen. Maar wat kunnen we eraan veranderen? Wat kun je doen om uit de hyperzone of de comfortzone te komen?

Verdraaide vitaliteit

Organisaties gaan slordig om met de energie van hun werknemers. Het aanwezige energiepotentieel blijft voor een groot deel onbenut. Dit heeft negatieve implicaties voor gedrag en prestaties van werknemers. Wellicht vraag je je af hoe het zit met vitaliteitsprogramma’s die je steeds vaker in organisaties tegenkomt. Het antwoord: die hebben minder impact dan vaak wordt verondersteld. Deels heeft dit te maken met het feit dat de meeste van die programma’s keurig binnen de lijntjes van het traditionele managementparadigma kleuren. Het organisatiebelang staat voorop (denk in dit verband aan de veelzeggende term ‘duurzame inzetbaarheid’), ze worden top-down geïmplementeerd (hoe zijn wij in presentaties slides tegengekomen waarin de wens wordt uitgesproken om een ‘Chief Energy Officer’ aan te stellen) en speciaal daartoe aangestelde managers fungeren als de voornaamste duwers en trekkers. Vitaliteitsprogramma’s zijn al met al een perfecte kopie van gangbare verandertrajecten in organisaties. Als je weet dat 70-80% van zulke trajecten sneuvelt, dan weet je ook hoe het met de levensvatbaarheid van vitaliteitsprogramma’s gesteld is: slecht.

Hoe kan het anders?

Draai het om: ga niet uit van het organisatiebelang, maar geef werknemers de regie over energie in eigen hand. Zie metingen niet als managementinstrument, maar als mogelijkheid om binnen een dagdeel energielekken te dichten en nieuwe energie te tanken. Uit eigen ervaring weten we dat dit prima werkt. En de rol van managers? Stimuleer dat ze, net als werknemers een leiderschapsrol vervullen. Maak ze verantwoordelijk voor een context waarin energie niet onbenut blijft, maar juist gaat stromen.

Hoe je dat doet? Allereerst, door bestaande energielekken gericht te dichten. Trap op de rem en stop onnodige hectiek, vraag je af wat ook al weer de bedoeling van al dat nijvere werk was, kies voor betekenisvolle ambities en doe er alles aan om die te bereiken. Geef mensen richting en duidelijkheid over de bijdrage die zij vervullen en de rol die zij spelen. En niet te vergeten: zorg voor een veilige en vertrouwde werkomgeving. Dat is de beste buffer tegen stress!

In de tweede plaats, door werknemers in de gelegenheid te stellen om nieuwe energie te tanken. Besteed tijd en aandacht aan zingeving. Zorg ervoor dat werknemers net zo enthousiast worden als hun bazen nu al blijken te zijn. Maak gebruik van de besmettingskracht van ‘positieve uitzonderingen’, mensen die er zin in hebben om bevlogen aan de slag te gaan. Zet de ramen open en stimuleer de nieuwsgierigheid naar alles wat er momenteel om ons heen gebeurt. Durf bestaande vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. Durf te leren. Geef een nieuwe invulling aan je rol als energiemanager. Ga aan de slag met de spirit van een start-up!

Infrographic en Whitepaper

Het onderzoek waarin deze blog naar verwezen wordt, is de afgelopen maand samen door EnergyFinder en Integron onder 4.400 werknemers verricht. De resultaten zijn zowel vertaald in een infographic als in een whitepaper. Beide zijn hier te downloaden.

 

Waardeer dit blogbericht:
0
Getagged in: Motivatie Trends Vitaliteit

Hans van der Loo is expert op het gebied van energiek veranderen. Als adviseur, publicist en spreker richt hij zich op het bevorderen van de kracht waarmee mensen, teams en organisaties in beweging te komen teneinde uitzonderlijke prestaties te realiseren. In het verleden werkte hij onder meer bij &Samhoud en Pentascope. Tegenwoordig is hij medeoprichter en eigenaar van betterday en EnergyFinder. Dit bureau is gespecialiseerd in de realisatie van krachtige en kortcyclische gedragsveranderingen en prestatieverbeteringen ('in 90 dagen veranderen met de spirit van een start-up'). Hans van der Loo is schrijver van de boeken 'Kus de visie wakker', 'We hebben er zin in', 'Energy Boost' en 'Vaart maken'.


linkedin hover 32 twitter hover 32