30
sept

Bevlogenheid in leren

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 6837
  • 3 reacties
  • Afdrukken

Bevlogen ben je als je bruist van de energie, als je enthousiast bent over wat je doet en helemaal in je werk opgaat. Levert bevlogenheid ook meer output op? En kan het ook betrekking hebben op leren?

'Bevlogen mensen ploffen niet iedere avond neer op de bank. De activiteiten in hun vrije tijd leveren vaak energie op, ze zijn dikwijls ook fanatiek in sport of bezoeken theatervoorstellingen.' Prof. dr. Arnold Bakker, professor arbeids- en organisatiepsychologie, Erasmus Universiteit

In organisaties zie je hetzelfde. Bevlogenheid levert de medewerker én de organisatie waarvoor hij werkt meer op dan wanneer iemand hetzelfde werk doet zónder bevlogen te zijn. De conclusie van een onderzoek naar bevlogenheid (zie artikel van Dona & Van Marrewijk, 2012) wijst uit dat bij afdelingen met medewerkers op hoge functies die dichtbij een klant opereren, gemiddeld de meeste bevlogen werknemers werken.

Afbeelding artikel Helma

Bevlogenheid in theorie

Bevlogenheid is volgens het bekende job demands-resources-model van professor Robert Karasek afhankelijk van de energiebronnen die je inzet bij je werk. Heeft een medewerker veel bronnen die zijn welzijn verhogen, dan is hij meer bevlogen. De energiebronnen maken in dit geval dat de medewerker zijn taken aan kan en dat hij minder snel vermoeid zal raken.

Uit diverse onderzoeken van Bakker (o.a. 2009) is gebleken dat als medewerkers passende taakeisen hebben, ze minder energiebronnen hoeven aan te boren én dus ook eerder bevlogen zijn. Zie hier het belang van mensen inzetten op hun krachten én talenten.

Bevlogenheid in leren

Moeten we, om bevlogenheid in leren te bereiken, het leren op soortgelijke manier organiseren? Het past goed bij wat we zien in de praktijk. Mensen leren anders als ze jong zijn dan wanneer ze ouder zijn. Zo kunnen jongeren goed leren kort voordat de geleerde stof wordt getoetst (ongeacht of dit jongeren in 1900 of 2013 zijn). Op deze leeftijd is men namelijk gewend om veel nieuwe kennis tot zich te nemen. Dit komt omdat de jongere continu bezig is om zijn zogenaamde vloeiende intelligentie te vergroten (Mönks & Knoers, 2009). Het gaat bij vloeiende intelligentie om het leren van begripsvorming, redeneer- en abstractievermogen. Het wordt ook wel de vaardigheid om te redeneren en abstract te denken genoemd.

Deze vorm van intelligentie overheerst tot een leeftijd van vijfentwintig jaar. Daarnaast wordt er ook zogenaamde gekristalliseerde intelligentie opgebouwd. Na iemands vijfentwintigste levensjaar zal de opbouw van gekristalliseerde intelligentie steeds meer de overhand krijgen. Deze vorm van intelligentie maakt dat iemand zich goed kan aanpassen in de cultuur waarin hij leeft. Het is een vorm van intelligentie die vooral wordt ontwikkelt door ervaringen op te doen en toe te passen. Zo rond het veertigste levensjaar zal het grootste deel van de intelligentie die toegevoegd wordt bestaan uit gekristalliseerde intelligentie. Mensen scherpen vanaf die leeftijd vooral die vorm van intelligentie nog verder aan. Het wordt naarmate je ouder wordt lastiger om leerstof snel tot je te nemen, of kennis die hoort bij de vloeiende intelligentie, op te doen.

Een andere conclusie uit het eerder genoemde onderzoek (Dona & Van Marrewijk, 2012) is dat oudere medewerkers vaker bevlogen zijn dan jongere medewerkers. Dat is iets wat we niet verwachten. Maar bekijken we dit vanuit de Bevlogenheidstheorie, dan is het wel logisch. Deze theorie stelt dat het makkelijker is om bevlogen te zijn als je je eigen verantwoordelijkheden hebt. Over het algemeen is te zeggen dat medewerkers die langer in dienst zijn vanwege hun senioriteitspositie meer verantwoordelijkheden hebben gekregen.

Bevlogenheid en leren

Een medewerker met verantwoordelijkheden zal eerder behoefte hebben aan kennis en vaardigheden om zijn of haar werk naar verwachting uit te voeren. Een bevlogen medewerker zal uit zichzelf gaan leren, minder bevlogen medewerkers hebben wellicht een aanmoediging of stok achter de deur nodig. De bevlogen medewerker is gemotiveerder om de kennis tot zich te nemen en zal met minder moeite studeren. Het kan zelfs zover gaan dat hij hierdoor helemaal opgaat in de leerstof.

Gebruikte literatuur:

Dona, P. & Van Marrewijk, M. (2012). De zes mythes over bevlogenheid.

Mönks, F.J. & Knoers, A.M.P. (2009). Ontwikkelingspsychologie: inleiding tot de verschillende deelgebieden, Assen: Van Gorcum

Waardeer dit blogbericht:
Getagged in: Kennismanagement Leren

Helma van den Berg is eigenaar en microlearning expert van Let’s Learn! Zij is bezig met het promoten van de toegevoegde waarde van microlearning voor leren in organisaties. Daarbij verzorgt zij vanuit haar bedrijf Masterclasses voor bedrijven die met microlearning willen starten. Daarnaast helpt ze bij het ontwikkelproces en kan ze maakprocessen overnemen voor organisaties.  Haar passie is Leren en Talentmanagement en ze schrijft hier graag over. Steeds met het idee voor ogen dat leren laagdrempelig moet zijn, zodat iedereen gaat leren!


linkedin hover 32   twitter hover 32

Reacties