23
mrt

Recensie - Sporen van Talent

Geplaatst door op in Boeken
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 1831
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Sporen van Talent van Lidewey van der Sluis en Monique de Vos is een (soms) vermakelijk en over het algemeen prettig leesbaar boek, maar de theorie is beter dan de magere praktische bruikbaarheid. Van der Sluis en De Vos houden het wel erg algemeen en hun inzichten zijn weinig vernieuwend.

Rond het begrip talent bestaat in Nederland een babylonische spraakverwarring, constateren Van der Sluis en De Vos in hun boek 'Sporen van talent'. Bij de ene HR-functionaris verwijst het naar een gebleken vaardigheid, bij de ander naar iemand die nog geen uitzonderlijke prestaties heeft geleverd, maar wel als veelbelovend geldt. Als je een na een wetenschappelijk onderzoek naar talent pretendeert een praktische handreiking te hebben geschreven waarin je laat zien wat talenten nodig hebben om te groeien en te bloeien, heb je natuurlijk wel een definitie nodig van talent. Voor hun boek hebben de auteurs voor een behoorlijk vreemde definitie gekozen: Zij beschouwen talenten als 'personen die in Nederland boven het maaiveld uitsteken'. Daarom, zo schrijven zij, zijn alle talenten in hun onderzoek per definitie succesvol. 'De talenten in dit onderzoek zijn mensen die in Nederland op een podium acteren dat voor een groot publiek zichtbaar is.'

Het onderzoek beperkte zicht tot interviews met twintig mensen die de top hebben bereikt in disciplines als kunst, politiek, sport en media of in het bedrijfsleven. Een kleine en zeer selecte groep dus. De interviews zijn aardig om te lezen, ook al geven zij geen opzienbarende nieuwe inzichten in het leven van succesvolle mensen als Wouter Bos, Jort Kelder en Agnes Jongerius. Ondanks de beperkte omvang van de onderzoeksgroep proberen Van der Sluis en De Vos de 'kernelementen uit de levensverhalen' te toetsen aan het conceptueel kader dat zich richt op het opsporen van succesfactoren, oftewel waarom zijn deze mensen succesvol? De schrijvers stelden daarvoor een gouden mix samen van kwaliteiten, mentaliteit en mogelijkheden.

Op basis van slechts twintig gesprekken is het niet mogelijk algemene conclusies te trekken, dat geven de schrijvers ruiterlijk toe. Zij spreken daarom niet over conclusies, maar over verkregen inzichten en bevindingen van een steekproef. De meeste van de bevindingen blinken uit door hun algemeenheid: 'Bekende talenten hebben een normale kindertijd gehad', 'Talent hebben is geen voorwaarde én garantie voor het worden van een 'erkend" talent', 'Een talent heeft de bereidheid om offers te brengen om zijn doel te bereiken'.

De schrijvers hopen dat hun boek handvatten en inzichten biedt aan organisaties die talentontwikkeling op de agenda hebben staan. Zij geven de boodschap mee dat gedreven en bezielde mensen inspiratie, creativiteit, enthousiasme en ruimte zoeken om zichzelf te profileren. Dat (nog eens) voorhouden aan organisaties is prima, maar je kunt het slecht een vernieuwend inzicht noemen. Samengevat: Door alleen succesvol zijn te beschouwen als talent, valt de veel grotere groep talenten die het niet tot nationale bekendheid hebben gebracht buiten de boot en omdat de groep onderzochte personen veel te klein is voor het trekken van algemene conclusies, belooft het boek meer dan het biedt. Voor HR-medewerkers en leidinggevenden binnen organisaties kan het een boeiend boek zijn, maar dat de ontwikkeling van talenten er anders door zal worden opgepakt, is uiterst onwaarschijnlijk.

Eindoordeel: cijfer 5

Waardeer dit blogbericht:
0
Getagged in: Talentmanagement
Pieter Taffijn (1941) begon na de HBS zijn loopbaan in het bedrijfsleven. Hij was onder meer ontwerper van grootkeukens voordat hij aan de studie Marketing Manager begon. Daarna werkte hij als partner in een Amsterdams marketingbureau en schreef voor bladen in het binnen- en buitenland over uiteenlopende onderwerpen. Na enige tijd vond hij geen bevrediging meer in werken binnen marketing en op verzoek van een regionaal dagblad ging hij daar aan de slag als journalist.
Hij heeft een zeer ruime ervaring opgedaan in de journalistiek (o.m. als chef regio-redactie, redacteur economie, redactiechef, opinieredacteur en commentator) en is nu nog actief als tekstschrijver en met het redigeren van magazines. Zijn belangrijkste taak is echter de functie van personal assistent van zijn echtgenote, talentontwikkelaar die als trainer/coach/mediator een eigen bureau heeft. Daarnaast zijn er diverse andere initiatieven waar hij bij betrokken is, waaronder als co-founder van De Alfabetboeken, de serie waar onder meer Het Sollicitatiealfabet en Het Talentalfabet deel van uitmaken. Meeschrijven aan de serie is voor Pieter een voor de hand liggende keus: schrijven zit hem in het bloed en talent boeit hem uitermate.