08
nov

Werken met de schilden van de innerlijke familie

Geplaatst door op in Duurzame Inzetbaarheid
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 1386
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Wie een rouwproces doormaakt of anderszins tegenslag te verwerken heeft gekregen, weet dat het probleem opdelen en enkel een rationele benadering niet voldoende zijn om ermee om te gaan. Guido van de Wiel realiseerde zich dat hij het niet redde met zijn archetypisch mannelijke manier om problemen het hoofd te bieden. Tijd om de hele innerlijke familie aandacht te geven.

 In 2006 werd er een spieraandoening bij mij geconstateerd. In een auto-immuunreactie begon mijn lijf mijn spieren aan te vallen. De mate van spierafbraak die te meten was in mijn bloed, liep op tot een immens hoog getal. Een getal van honderd was gewoonlijk al aan de hoge kant en kwam soms voor nadat iemand een marathon had gelopen. De waarde die ik tijdens de spieraanval in mijn bloed had, was 23.000. Zo voelde ik me ook: alsof ik 230 marathons gelopen had. Of was overreden door een heel tankbataljon. Ineens kon ik onze eenjarige dochter niet meer optillen of de kaas zelf schaven.

Zicht op mijn mannelijke perspectief op zaken

Hoe was ik tot die tijd omgegaan met tegenslag? Jarenlang zag ik tegenslag als een probleem dat een oplossing behoeft. Als coach was ik een cv-monteur voor iemands loopbaan. Als iemand een negatief zelfbeeld had, trachtte ik eerst diens hele schijf te formatteren en installeerde ik het liefst een nieuwe versie van het besturingssysteem over het bestaande haperende systeem. Ik verving graag iemands assumpties radicaal, zoals een fietsenmaker een band verwisselt. Lekker praktisch. Maar ook onzinnig als de energie er hoe dan ook harder uit blijft stromen dan dat deze erin gepompt kan worden.

De spierziekte was niet direct op te lossen. Ik moest ermee leren leven. Ik moest mijn doelen bijstellen. Mijn leefstijl aanpassen om volgende spieraanvallen te voorkómen. Ik moest de ziekte erkennen, chronische pijn leren verdragen en leren omgaan met mijn beperkingen. Zoals in de situatie dat mijn vrienden in de Ardennen wél een ruige mountainbiketocht gingen rijden en ik in het vakantiehuis bleef. Ik moest leren dat ik meer was dan de dingen die ik voorheen dééd in het leven.

Wat vertelde deze ziekte me? Dat ik tot nog toe met de meeste problemen was omgegaan op een archetypisch mannelijke manier. Mijn aanpak was steeds doel- en oplossingsgericht geweest. Maar iedereen die een rouwproces doormaakt of anderszins een werkelijke tegenslag te verwerken heeft gekregen, weet dat een strategie van ‘het probleem opdelen’ en enkel een rationele benadering niet voldoende is om ermee om te gaan.

De wortels van ons denken en de spiritualiteit die dakloos is geworden

Voor het ontstaan van deze dominante mannelijke insteek moeten we wellicht terug naar de oude Grieken. In dat tijdperk liggen de wortels van een dominant mannelijke blik op de wereld. Indertijd hebben onze voorvaderen – nooit gaat het in deze zegswijze over onze betovergrootmoeders – een bedding gecreëerd die op Griekse dénkers (!) is gebaseerd. De grondslag van de westerse beschaving is met name een cerebrale. Wat gedacht kon worden, is gedacht. Wat beredeneerd kon worden, werd beredeneerd. Alles wat niet rationeel was, werd al snel geestelijk en viel binnen het domein van de kerk. In de kerk kon je je met geloof, hoop en liefde bezighouden. Vanaf de komst van universiteiten hield men zich in de schoolbanken liever bezig met rationaliteit, twijfel en wetenschap. De scheiding van hoofd en hart klieft onze geschiedenis. Nu de kerk de afgelopen decennia is weggevallen als vast anker in ieders leven, is de spiritualiteit dakloos. Ze heeft geen vast verblijfsadres meer. Het middenschip en de zijschepen hebben de mensen massaal achter zich verbrand. Sindsdien leidt de spiritualiteit een zwervend bestaan, waarbij ieder zijn eigen kostje op creatieve wijze bij elkaar moet zien te scharrelen. Spiritualiteit belandde in de hoek van geitenwol of ging mee in faillissementen als dat van Oibibio. Resteert: mannelijk denken als belangrijkste basis om problemen het hoofd te bieden.

De weg naar heelheid

De beste filosoof kan zich met al het denkwerk in de wereld niet wapenen tegen rouw of gevoelens van verlies. De strategie om heftige emoties weg te drukken of weg te redeneren is een doodlopende weg. Sinds Freud weten we dat weggedrukte gevoelens op een andere plek boven komen drijven.  Het ontkende deel wil toch gehoord worden.

Een model van ontwikkeling dat ons eerlijk en integraal naar onszelf laat kijken en vanuit heelheid een alternatief biedt op de dominante mannelijke aanpak bij tegenslagen is afkomstig van de Native Americans. In Nederland krijgt dit meer en meer bekendheid als de Schilden van de Innerlijke Familie (Klijn, 2012): een model dat laat zien dat ieder van ons de beschikking heeft over meerdere archetypische personae die gelijktijdig aanwezig zijn binnen ons. Deze wijze van kijken levert een verrijkend beeld op over de verschillende kanten die we in ons hebben, het geeft meer manoeuvreer-ruimte in ons handelen, het helpt bij het maken van fundamentele keuzes en geeft ons de mogelijkheid om troost en geborgenheid te ervaren wanneer ons tegenslagen treffen. Al met al ontsluit deze manier van kijken de toegang tot een completer scala aan kwaliteiten waar iemand uit kan putten. Ik ben een man, maar er huist een hele familie in mijn binnenste. Ik heb een innerlijk meisje, een innerlijk jongetje, een innerlijke man én een innerlijke vrouw in mij wonen.

Een innerlijke familie

Het innerlijke meisje scant constant de wereld om zich heen en gaat daarbij na of het veilig is of niet. Dat zijn de twee belangrijkste toestanden waarin zij zich kan bevinden. Het is ofwel veilig genoeg of niet veilig. Het meisje staat voor alles wat met gevoel te maken heeft. Is het veilig, dan is zij idealistisch en herkent in hoffelijk gedrag de prins op het witte paard. Zij heeft regelmatig een roze bril op en is geschokt als ze onrecht ontmoet in de wereld. Daarmee is zij als innerlijk gezinslid afhankelijk van de omstandigheden hoe zij zich zal voelen en zich zal gedragen. Is het onveilig, dan zet zij een grote krijsstem op. In feite blijft ze dit steeds doen bij aanhoudend gevaar, verlies of tegenslag, hoe hard de rest van de innerlijke gezinsleden ook proberen om haar met ducttape of anderszins de mond te snoeren.

Daar waar het innerlijke meisje behoefte heeft aan verbinding, heeft het innerlijke jongetje juist behoefte aan autonomie. Dit zijn twee behoeften die gelijktijdig in ons allen leven en waar wij – in (werk)relaties, op vakanties, in gezelschap – steeds weer een evenwicht in moeten zien te vinden. Het jongetje wil ontdekken, exploreren, nieuwe dingen uitproberen. Hij is van het spelen, van de grapjes en de grollen, hij is de creatieve en energetische stuiterbal binnen de innerlijke familie. Hij houdt van experimenteren, gewoon om eens iets anders te doen dan hij tot nog toe gedaan heeft.

Terwijl bijvoorbeeld bomen klimmen nog echt bij het domein van het innerlijke jongetje hoort, gaat de dynamiek bij de innerlijke man over in het ten uitvoer brengen van een bergexpeditie. Bij hem heeft het spelen inmiddels plaatsgemaakt voor presteren. Het gaat de innerlijke man om een opgave met een doel. Een opdracht waarvoor uithoudingsvermogen nodig is. Hij is van het plannen, van het regelen, van het waarmaken. Hij kan complexe problemen doorzien, weet zijn energie volledig te richten op een doel en kan pijn daarbij effectief negeren.

Heeft hij zijn doel eenmaal gesteld, dan kan hij zich daar volledig op richten. Overigens is de innerlijke man een afhankelijk gezinslid: hij krijgt zijn opdrachten of bevelen van iemand anders. Zoals een soldaat zijn orders ook van een ander krijgt. Van wie de innerlijke man zijn opdracht aanneemt, ligt aan de constellatie van de innerlijke familie. Heeft het innerlijke jongetje het voor het zeggen binnen iemands persoon, dan wordt er een sportauto gekocht. Het jongetje stuurt deze aankoop aan (‘ik heb een gaaf idee …’) en voor de uitvoering ervan is de innerlijke man verantwoordelijk (‘… en jij hebt het geld!’). Heeft het meisje het voor het zeggen en voelt zij zich niet veilig, dan reageert de innerlijke man op de smeekbeden van het innerlijke meisje door de boze wereld met harde hand buiten te houden, door stevige grenzen stellen of zelfs een verbale of fysieke aanval uit te voeren op de omgeving. Dit om er maar voor te zorgen dat het meisje geen verdere pijn wordt aangedaan. Maar een overstuur innerlijk meisje heeft nooit genoeg aan een soldaat in het eigen systeem. Ze dient bovenal getroost te worden. Hier stuiten we op het domein van de innerlijke vrouw. Zij biedt, zonder er woorden aan vuil te maken, een veilig thuis. Zij hoeft niet eerst te snappen waar de tranen van een ander nu precies vandaan komen; zij weet dat een arm om de ander heen slaan soms het enige is wat nodig is. Deze act kunnen we in onszelf oefenen bij ons eigen innerlijke meisje, altijd als het bang of verdrietig is. De vrouw verstaat de kunst van het vergeven. Zij weet dat het geen kunst is om verbinding te maken met gelijkgestemden. Zij weet dat het de kunst is om verbinding te maken met wie je het minste verbinding voelt.

De innerlijke vrouw houdt in haar eigen innerlijke familie – en bij andermans innerlijke familie – in de gaten hoe het gaat met de kinderen tijdens grote tegenslagen. Denk in het bedrijfsleven aan tijden van fusies, ontslag, overnames, teleurstellende bedrijfsresultaten, ziekte, uitval of faillissementen. Is het veilig genoeg voor het meisje en is er nog voldoende uitdaging voor het jongetje? Zodra we de innerlijke vrouw inzetten om ook bij anderen vinger aan de pols te houden hoe het – gezien de zware omstandigheden – met hun innerlijke kinderen gesteld is, komen we op het domein van duurzaam leiderschap in tijden van crisis.

De innerlijke familiecrisis en de oproep tot een innerlijk familieberaad

In organisaties is tijdens tegenslagen eenzijdige en overmatige aandacht voor de mannelijke gezinsleden. Er gaat veel aandacht uit naar de innerlijke jongetjes met hun hang naar autonomie, hun wilskracht en hun energie. Alle nieuwe verandertrajecten  – groot of klein – beginnen bij het innerlijke jongetje. Ook de innerlijke man met zijn targets, doelgerichtheid en kwaliteit om dingen neer te zetten in de wereld komt goed van pas binnen vele crisissituaties. De man richt zich daarbij vaak lange tijd op de buitenkant, totdat de crisis zich lichamelijk of geestelijk gaat tonen via burn-outverschijnselen, hartkloppingen, maagzweren of aanhoudende depressieve klachten. In het beste geval is dit een wake-upcall om de innerlijke vrouw erbij te roepen: ga ik wel om met tegenslagen op de manier die rechtdoet aan wie ik werkelijk ben? Hoe lang houd ik mezelf wel niet groot? Hoe lang houd ik mezelf al wel niet voor de gek? Ben ik enkel bezig om de dingen goed te doen, of ben ik ook bezig met wat eigenlijk de goede dingen zijn?

De stille kracht: herwaardering van een verwaarloosd deel binnen onszelf

De innerlijke vrouw als stille kracht is ondergesneeuwd geraakt in onze maatschappij. Haar kwaliteiten komen niet naar voren door nog meer te denken (innerlijke man), door nog meer creativiteit (innerlijk jongetje) of door nog meer te gaan voelen (innerlijk meisje). We weten vaak niet meer te dragen, maar willen overal een oplossing voor vanuit een ver doorgevoerd maakbaarheidsdenken. Draagkracht ontwikkelen, rouw kunnen verwerken, pijn werkelijk accepteren als onlosmakelijk deel van het leven: deze eigenschappen zijn niet in congruente mate meegevoerd met de stroom van het denken sinds het begin van onze westerse beschaving. Deze eigenschappen worden wel veel meer en veel natuurlijker gebezigd door natuurvolkeren, zoals de eerder genoemde Native Americans of de Sng'oi-stam in Maleisië (Wolff, 2013). Deze kant van het menselijk leven – verlies weten te verteren, het reguleren van verschillende gelijktijdige behoeften, het funderen en voeden van het eigen bestaan – completeren onze ware natuur.

Werkelijk medelijden en compassie zijn geen zwakke eigenschappen, maar vormen het fundament waarop de innerlijke vrouw haar werk fluisterend kan doen, zonder te doen. Door te zijn. Door erbij te zijn en erbij te blijven, ook als het moeilijk of pijnlijk is.

Terwijl onze filosofen zich bezighielden met slimme retorica en redenaarskunst, kunnen we vanuit de innerlijke vrouw weten dat de wijsheid binnen onszelf ligt en geen woorden of argumenten nodig heeft. Wat wij van natuurvolkeren kunnen leren, is om hernieuwd contact te maken met dit diepe weten, het fundament, de stilte. Hierdoor kunnen we onszelf leren koesteren en leren een arm te slaan rondom steeds grotere stukken werkelijkheid, totdat we de hele wereld in ons innerlijke oermoederhart kunnen sluiten. Een moeder houdt van al haar kinderen. Ook als de zoon een leugenaar of moordenaar is. De innerlijke man is van de normen en het normeren; de innerlijke vrouw van de waarden en het van waarderen.

Een innerlijk keukentafeloverleg

Onze identiteit is in de meeste gevallen verbrokkeld opgebouwd. Een van de innerlijke kinderstemmen heeft het voor het zeggen gekregen en stuurt ons handelen aan. Of we hebben een halfslachtige innerlijke man die zijn bevelen krijgt om het vooral goed te doen, vooral te luisteren en te gehoorzamen. Of deze innerlijke man staat juist voorop en bewaakt op een rigide manier de grenzen van het eigen systeem en zoekt bij tegenslag naar een dader die hij de les gaat lezen. We zijn ons vaak niet bewust van onze innerlijke vrouw die als een Doornroosje ergens in een ver achterkamertje ligt te slapen. Het enkel wakker kussen van de innerlijke vrouw is daarbij niet voldoende. Het gaat bij tegenslag om het reguleren en integreren van de verschillende stemmen en belangen tijdens een innerlijk keukentafeloverleg. Welk familielid is het meest geraakt door de tegenslag? Wat heeft diegene werkelijk nodig? Welk gezinslid is afgehaakt of wordt nooit iets gevraagd? Welk gezinslid knapt als het moeilijk wordt al het vuile werk op voor de rest en wordt door de rest eigenlijk niet gezien?

Terug naar de beginvraag

Terug naar de vraag waar dit artikel mee begon: hoe om te gaan met tegenslag? Dat begint bij het erkennen van alle verschillende stemmen die we in onze identiteit met ons meedragen. Vervolgens gaat het om de vraag vanuit welke positie we op de tegenslag reageren. Vanuit onze emotie (het meisje), vanuit onze creativiteit (het jongetje), vanuit onze ratio (de man) of boren we onze intuïtie en draagkracht ook aan (vrouw)?

Ik denk dat we later zeggen: ‘Weet je nog die periode in onze beschaving dat we ons altijd en overal groot moesten houden? Die tijd waarin het mannelijk perspectief, het rationele en het denken eenzijdig dominant was?’ Het gaat er niet om je altijd groot te houden; soms gaat het erom jezelf juist klein te tonen, om vervolgens alle delen in jezelf te erkennen. Met het compleet maken van onze innerlijke familie en het integreren van de verschillende stemmen in ons, ontstaat de kans om anders met tegenslag om te gaan. Het is levenskunst om een tegenslag niet direct af te weren, maar deze te ontvangen, onszelf en elkaar tijdens die tegenslag bij te staan; leren te incasseren, te dragen, onszelf met de uitkomst te verzoenen en ons – van binnenuit gevoed – getroost te weten.


Gebruikte literatuur

Klijn, A. (2012). Maak kennis met je innerlijke familie. S2 uitgevers, Baarn.
Wolff, R. (2003). Oude wijsheid van natuurvolken. Ankhhermes, Utrecht.

Beeld: Priscilla Du Preez on Unsplash

Waardeer dit blogbericht:

Guido van de Wiel is organisatiepsycholoog en directeur/eigenaar van organisatieadviesbureau Wheel Productions. Hij houdt zich onder meer bezig met storytelling in organisaties. Altijd al een boek willen schrijven? Voor professionals die niet de tijd of de capaciteit hebben, schrijft Guido van de Wiel als ghostwriter 'managementboeken op maat'.

Guido is coach bij de business schools Rotterdam School of Management en Tias. Daarnaast is hij verbonden aan Verdraaide Organisaties en de Veranderbrigade. Eind 2015 is hij uitgeroepen tot 'Trendwatcher of the Year 15-16'.

Guido heeft voor HRcommunity verschillende interviews afgenomen met visionairs op het gebied van nieuw leiderschap en sociale innovatie. Deze interviews zijn gebundeld in het boek Innoveerkracht. 


  

Reacties