27
mei

Ter Balkt en de eenzelvige machines

Geplaatst door op in Opinie
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 1762
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Soms kan een mens zich afvragen welk nieuws belangrijker is. Op de dag dat Ivo Opstelten en Fred Teeven aftraden, bereikte mij de mare dat de dichter Harry ter Balkt op 76-jarige leeftijd overleden was. Dat laatste nieuws raakte me veel meer. Ik vroeg me meteen af of de afgetreden bewindslieden wel eens van Ter Balkt hadden gehoord. Misschien, zo stelde ik me voor, dat ze nu de tijd hebben om zich eens aan zijn werk te laven.

Het zou goed zijn, maar het zal vermoedelijk niet gebeuren. Ter Balkt is één van die dichters die, althans op het eerste gezicht, niet alleen moeilijk schrijft, maar ook niet goed past bij de tijdsgeest. Wie zich beperkt tot oppervlakkige lezing zal vermoedelijk snel concluderen dat de dichter een universum evoceert dat aan de 19e eeuw doet denken. Het zit vol met boerenlandschappen, boerenmachines en boerengereedschappen. Liefhebbers van aloud ambachtelijk gereedschap kunnen met dit oeuvre waarschijnlijk beter uit de voeten dan de meeste mensen uit het digitale tijdperk. Odes aan de eg, die omschreven wordt als een "grote mollenschrik", wisselen af met beschouwingen over hooikeerders, slijpstenen, vlashekels en worstmolentjes. Aardappelen en varkens bevolken deze wereld. Ook zullen natuurliefhebbers met Ter Balkt uit de voeten kunnen. Bosanemonen en uilen nemen een bevoorrechte plaats in, net als rogge, haverstro en stoppelvelden.

Ter Balkt werd geboren in Usselo, een gehucht vlakbij Enschede dat bekend is om zijn crematorium. Je rijdt er, komend vanuit Haaksbergen op weg naar de grote stad, zo doorheen. Vanaf de jaren zeventig woonde Ter Balkt in een rijtjeswoning in een buitenwijk van Nijmegen. Hij kwam op zijn oude dag niet meer veel buiten en leefde er, ver van de wereld van het rendement en de politiek, teruggetrokken met zijn vrouw. Hij werd wel eens omschreven als een kluizenaar.

Meer weten over het prikkelend gedachtendgoed van René ten Bos?  Kom dan naar Toekomst van Werk op 11 juni, een event in het Eye Amsterdam over de gevolgen van maatschappelijke, economische en technologische veranderingen op het werk en leven van mensen (georganiseerd door deNijsHeijen Academy, HRcommunity en ZiPconomy).

Toch denk ik dat deze vermeende kluizenaar ons juist vanuit een andere, halfvergeten wereld af en toe briljante inkijkjes geeft in de opkomst van de industrialisering en het bedrijfsleven. Eén van zijn populairste gedichten – De aardappelsorteermachine – beschrijft hoe de automatisering toeslaat in het boerenbedrijf. De machine, waarnaar de titel van het gedicht verwijst is monotoon, eenzelvig, verduisterd en verflauwd. Het is een bedreiging voor mens en pieper, maar tegelijkertijd is die machine ook kwetsbaar, veel kwetsbaarder dan al die ambtelijke gereedschappen. Het "gedeukste van alle werktuigen" wordt door Ter Balkt ook neergezet als iets eenzaams en verdrietigs. De wolken, zo schrijft hij, hadden zelfs een zwak voor hem.

Dit is taal die je in een gemiddeld managementhandboek niet tegenkomt, maar die je er af en toe wel wenst, omdat ze een bijzonder gevoel voor de ambivalentie van werk en bedrijf tentoonspreidt. Ter Balkt werd nooit moe uit te leggen hoe het met de industrie zit. Ze is volgens hem een ondoorgrondelijk rad van fortuin. Op haar machines druppelt "de verveeldheid van mensen". Ze is een "leugenpaleis". En toch ook "een kermis". Ze is goed, ze is slecht. Ze is wat het leven verbindt, maar ook verscheurt. Er is in het werk van Ter Balkt tegelijkertijd een bodemloze fascinatie voor en een hartsgrondige afkeer van industrie en bedrijf.

Van die dubbelheid – voorbij politieke voorkeur en ideologie – valt veel te leren. Het leert ons vooral dat mensen de kop erbij moeten houden. Toen ik hem ooit eens bezocht, kreeg ik zijn nieuwste bundel cadeau van hem: Vliegtuigmaneet (2011). Ter Balkt schreef met bijna onleesbaar handschrift een opdracht erin: "Voor onze hersens die in het hoofd zijt, bidt voor ons dat het niet afvalt." De gedachte dat we ons hoofd konden kwijtraken, vervulde hem een leven lang met grote weerzin en angst. We hebben hersenen en deze hebben als primaire taak het hoofd op zijn rechtmatige plaats te houden. Niet makkelijk in tijden van slagersmessen, snoeimessen, slachtmessen en andere "grote onthalzers". De recente beelden van onthoofdingen in Syrië en Lybië moeten, zo stel ik me voor, afschuwelijk voor hem zijn geweest.

Toch moeten politici en wij allemaal in moeilijke tijden het hoofd erbij houden. Wij moeten, met een woord dat alleen Ter Balkt kan verzinnen, vooral niet 'karmiakken'. Ik vroeg hem wat dat betekende. Hij zei dat het een oud-Twents woord was voor napraten en zeuren. Karmiakken is een hobby van veel mensen en duidt op massale gedachtenloosheid. Lezing en herlezing van Ter Balkts gedichten is hiertegen een probate remedie.

Deze column werd op 22 maart 2015 op fd.nl gepubliceerd.

Waardeer dit blogbericht:
0

René ten Bos is hoogleraar filosofie aan de faculteit der managementwetenschappen van de Radboud Universiteit.