06
okt

De toekomst van werk: dat doen wat gedaan moet worden

Geplaatst door op in Opinie
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 4434
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Er is de laatste tijd veel over gezegd en geschreven: de verdeling van vermogen en rijkdom in de maatschappij. En de mogelijk steeds sterker wordende scheiding tussen ‘have’s’ en ‘have not’s’ in de samenleving.

Ik noem een paar voorbeelden. De econoom Piketty heeft met zijn boek Kapitaal in de 21e eeuw voor veel beroering gezorgd. De discussie over zijn boek werd in de politiek onmiddellijk teruggebracht tot een discussie tussen links (hij heeft gelijk) en rechts (hij heeft geen gelijk). Het echte thema van het boek – verdeling van vermogen – is nooit ter sprake geweest.

Ook de bonusregelingen van bankiers en topbestuurders hebben gezorgd voor een publieke discussie over wat ‘normaal’ is. En in deze discussie gaat het ook over de twee werelden die botsen; die van het grote geld in het internationaal bankieren en die van de gewone burger die met een modaal inkomen nog maar net kan rondkomen.

Op 15 april jongsleden sprak een medewerker vulploeg van Albert Heijn zich uit op de algemene aandeelhoudersvergadering van Ahold. Hij hield een pleidooi voor volwassen betaling bij volwassen werk. Als 19-jarige verdient hij nog steeds jeugdloon. Om zijn pleidooi kracht bij te zetten maakte hij een vergelijk tussen zijn inkomen (5,96 per uur) en dat van de topman (1600 euro per uur). Hij had berekend dat hij 299 jaar bij Ahold moest werken om één jaarsalaris van de topman te verdienen. Het filmpje was binnen een dag meer dan 200.000 keer bekeken en riep massaal verbazing en verontwaardiging op.

Ik wil graag nog een laatste voorbeeld noemen en dat is de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (Wwz) die onder minister Asscher in 2015 het licht zag. De intentie van de wet is een zuivere; mensen met flexibele arbeidscontracten moeten sneller een vast contract en zekerheid kunnen krijgen. Op zichzelf een prima idee. Het werd echter al snel duidelijk dat de wet structureel een averechts effect kreeg, doordat werkgevers massaal de wet probeerden te ontduiken om extra kosten te ontlopen.

Ja en?

Inderdaad, wat is er eigenlijk mis met bovenstaande voorbeelden? Bedrijven zijn er toch om geld te verdienen? En wie het meeste bijdraagt, mag het meeste verdienen, zo luidt de algemene opvatting. Het gaat tenslotte om productiviteit. En als het je niet bevalt in zo’n bedrijf, dan ga je toch ergens anders werken? Bovendien is er niets mis met flexibilisering van arbeid. Zo houd je je bedrijf gezond en kun je makkelijk anticiperen op schommelingen in de vraag (economie, conjunctuur, etc.).

Toch is er iets mis met de opvatting dat mensen een productiemiddel zijn, zo is tenminste mijn overtuiging. Waarom? Werk is meer dan mensen inzetten als productiemiddel. Te ver doorschieten in flexibele contracten om zo vaste contracten maar te vermijden heeft zo zijn keerzijde. Het leidt tot onzekerheid in het opbouwen van een bestaan als inkomen en toekomst altijd ongewis zijn. De hoogopgeleide professional kan nog wel vertrouwen op zijn employability, maar aan de onderkant van het ‘loongebouw’ vinden mensen het lastig om zichzelf te ontwikkelen, zichzelf competenties eigen te maken om inzetbaar te blijven, zijn er nauwelijks kansen of mogelijkheden waarop zij zichzelf omhoog kunnen werken en dreigt hun positie inwisselbaar. Maslow stelde dat in zijn tijd al: als je geen zekerheid hebt, is het lastig om aan zelfontplooiing te werken.

Er is nog wat aan de hand. Zij die veel bijdragen en daarmee ook veel verdienen hebben vaak impliciete en expliciete opvattingen over hen die minder bijdragen. Deze opvattingen gaan vaak over de mogelijkheden om je eigen lot te kunnen bepalen en dat iedereen toch gelijke kansen heeft? De teneur klinkt door dat ‘ze het zelf zover hebben laten komen’. En dat is niet waar. Internationaal (Berliner, 2009) en ook in Nederland is wetenschappelijk aangetoond dat de postcode waar je geboren wordt zeer bepalend is voor je verdere toekomst.

Voordat dit stuk als ‘linkse propaganda’ word bestempeld even het volgende; ik ben niet links, niet tegen flexibele arbeid, niet tegen het feit dat bestuurders, managers en ondernemers meer verdienen dan medewerkers. Waar ik wel tegen ben is dat werk in sommige gevallen wordt gebruikt als wegwerpartikel. Waar ik tegen ben is het onmogelijk maken van persoonlijke ontwikkeling en groei voor bepaalde groepen. Waar ik tegen ben is een arbeidsmarkt waar we niet al het beschikbare talent gebruiken. Dat is niet links of rechts georiënteerd, en ook geen aanklacht tegen kapitalisme, of een pleidooi voor communisme. Het is vooral een pleidooi om onze arbeidsmarkt in te richten en dat begint bij een herdefinitie van werk.

Werk

Het woordenboek vindt er het volgende van:
Werk: 1 Dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid. 2 Beroep. 3. geestelijke of lichamelijke activiteit, gericht op het tot stand brengen van een product of het verlenen van een dienst; ook beroepsmatige bezigheid.

Er vallen ook meteen even wat dingen op als ik de definitie lees. Het eerste is: er staat nergens dat ik er geld voor moet krijgen, of er überhaupt iets voor terug moet krijgen. Het tweede wat opvalt is de beschrijving: ‘dat wat gedaan moet worden’. De definitie van werk impliceert dus niet per se een functieprofiel of andere wonderlijke manieren om arbeid in een te nauw keurslijf te gieten.
Werk draait om ‘dat wat gedaan moet worden’.

Ik vind dat mooi. Als ik mijn oma ophaal om met haar naar de dokter te gaan, dan kan ik dat werk noemen. Als ik jonge kinderen uitleg hoe je een hockeystick moet vasthouden en hoe je een bal moet slaan, dan is dat ook werk. Maar ook een manager van een bedrijf ondersteunen in het samenstellen van zijn team is werk. Mooi.

We zijn denk ik wel toe aan deze renaissance van het begrip werk. We zijn werk veel te veel gaan associëren met het leveren van productiviteit in beperkte functies waar een (vast) inkomen tegenover staat. Werk implicieert dat je eerst ergens heen moet gaan, een wereld van rechten en plichten, waardoor er een collectief beeld ontstaat dat wat je echt leuk vindt of die zaken die ontspanning bieden vooral pas buiten het werk gevonden kunnen worden.

Werk is veel meer dan productie draaien. Werk gaat over identiteitsvorming, werk verleent je sociale status, kan je zelfvertrouwen geven, en het is bij uitstek het vehikel voor persoonlijke ontwikkeling. Werk kan ook zekerheid geven. Werk is een bijdrage leveren aan iets groters.

Hoe dan?

In de voorbeelden hierboven staat het al enigszins aangegeven. Werk kunnen en moeten we veel breder definiëren dan dat we nu doen. Naast de bestaande opvattingen over werk is oma naar de dokter brengen, vrijwilligerswerk doen bij een sportvereniging, maar ook gastlessen geven op school, het gemeentetuintje in de straat onderhouden, bijles geven aan buurkinderen allemaal als werk te definiëren. En deze taken zijn belangrijk.

Deze voorbeelden dragen allemaal bij aan zingeving, een groter doel, identiteitsvorming, en persoonlijke groei en ontwikkeling. Tenslotte herhaal ik hier nog één keer: Werk is dat wat gedaan moet worden.

In de voorbeelden is er geen sprake van werk waar per se beloning tegenover staat. Met een terugtrekkende overheid moeten we nadenken over hoe we ‘dat wat gedaan moet worden’ allemaal als werk kunnen zien, en belonen. Ik geloof dat we in het huidige systeem waarin we werk definiëren en vormgeven we uiteindelijk veel belangrijke zaken ‘die gedaan moeten worden’ niet meer kunnen doen, want te duur of zo goedkoop dat niemand het wil doen.

Een aantal gemeentes gaan experimenteren met een basisinkomen. Ik ben benieuwd. Misschien is het wel de eerste stap die leidt tot een nieuw paradigma ten aanzien van werk.

Dit is de eerste blog uit de reeks blogs van HRlab met als thema ´De toekomst van werk´. HRlab is de denktank van HRcommunity: de plek voor intercollegiale uitwisseling en ontmoetingsplaats voor andere ideeën, andere visies en andere werkwijzen. Een divers en informeel gezelschap van ondernemers, wetenschappers en (HR) directeuren die de krachten bundelt. HRlab draait om inspiratie, denkkracht, co-creatie en innovatie.

Beeld: Pixabay/sciencefreak

Waardeer dit blogbericht:
0

Mijn loopbaan staat in het teken van mensen en werk. Gestart in de hotellerie als operationeel verantwoordelijke in diverse hotels en restaurants. Daarna is de overstap gemaakt naar de arbeidsbemiddeling.


In de afgelopen 15 jaar hebben alle rollen die ik heb bekleed als kern talentontwikkeling en inzetbaarheid gehad. De rollen variëren van HR manager en Manager Talent Development tot Regiomanager en Director Employability.


Sinds enige tijd ben ik eigenaar van Het Ontwikkel Buro. Een organisatie ontwikkelburo met een energieke aanpak en een groot geloof in de potentie van mensen en organisaties. En ook hier houd ik met bezig met talent ontwikkeling en het maximaliseren van inzetbaarheid.


“Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure.” (Marianne Williamson)


linkedin hover 32 twitter hover 32