20
juni

De gebrek-aan-lefcultuur

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2744
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De dagbladen staan er vol mee: organisaties met een angstcultuur. Een angstcultuur verklaart waarom organisaties niet functioneren en wijst direct de schuldige aan: de ongevoelige en machtsbeluste directeuren. Maar een realistischer beeld is dat van een gebrek-aan-lefcultuur: een cultuur waar niemand het lef heeft de verandering zelf vorm te geven en waar iedereen maar naar elkaar blijft wijzen.

In de rol van organisatieadviseur heb ik regelmatig het voorrecht om gesprekken te begeleiden over hoe mensen aankijken tegen (afgeronde of voorgenomen) organisatieveranderingen. Al gauw merkte ik dat mensen (professionals, teamleiders en leden van het senior management) in de groep hun woorden voorzichtig kiezen.

Klaarblijkelijk zijn er zwaarwegende redenen om niet vrijuit te spreken. Het voorzichtig laten vallen van enkele (pijnlijke) stiltes accentueert dat ongemak. Op een zeker moment is er iemand in de groep die het aandurft om te zeggen, dat hij of zij het gevoel heeft dat niet iedereen altijd vrij durft te spreken, omdat dat mogelijk 'tegen je gebruikt wordt'. Even later komt het hoge woord eruit, en benoemt een ander dat er sprake is van een angstcultuur. De groep is opgelucht, eindelijk ligt de waarheid ligt op tafel. Nu moeten er maatregelen komen, dat kan niet anders. Maar, is dat wel zo?

Een verschrikkelijk virus

Er zijn drie redenen waarom het woord angstcultuur verlammend werkt.

  1. Het veronderstelt de aanwezigheid van iets, een gegeven dat buiten de persoon van de medewerkers en managers valt. "Er is nu eenmaal sprake van een angstcultuur. Nou ja, dat verklaart een hoop." Het woord ruikt naar sensatie en eenmaal gezegd, is vrijwel niemand meer uit op het vinden van een antwoord op de vraag: Wat bedoelen we met een angstcultuur? Het is vergelijkbaar met je verschrikkelijk druk maken over een virus, zonder te weten wat de symptomen zijn en of je er zelf wel vatbaar voor bent.
  2. Als het eenmaal gezegd is (Wij hebben hier een angstcultuur.), dan wordt het een self-fulfilling prophecy. Het doet er niet meer toe of er daadwerkelijk een angstcultuur was (als we al weten wat we er mee bedoelen), nu het op tafel ligt, wordt het in ieder geval wel een angstcultuur. Immers: als je het zelf nog niet door had (dom, dom, dom), moet je dus vanaf nu echt op je hoede zijn, anders ben je de eerste die eruit vliegt.
  3. De keuze voor het woord legt de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de schijnbaar onwenselijke situatie volledig buiten de betrokkenen. Ontevredenheid, angst en andere onplezierige emoties, worden vaak instinctief gekoppeld aan een schuldvraag. Bijvoorbeeld: Hoe komt het dat wij een angstcultuur hebben? Of erger nog, wie heeft daarvoor gezorgd? De meest geëigende weg lijkt steeds weer om het op de stijl van leidinggeven te gooien. Onterecht wordt gemakshalve verondersteld dat de stijl van leidinggeven een objectieve, door de ontvanger waar te nemen, gedragskeuze is van de leidinggevende. Het is bekend dat wat we de stijl van leidinggeven noemen, het resultaat is van het feitelijke gedrag van de leidinggevende én de interpretatie daarvan van de omgeving. Daarmee is niet gezegd dat er geen autoritaire en onbetrouwbare leidinggevenden bestaan, maar wel dat de leidinggevende die de beste intenties heeft, maar af en toe onhandig is, van angstige medewerkers al heel snel het nadeel in plaats van het voordeel van de twijfel krijgt.
  4. Al met al zou ik graag definitief afscheid nemen van het tendentieuze en problematiserende woord "angstcultuur". Het gebruik ervan verergert de situatie en onttrekt verantwoordelijkheid.

Lef kweken

Niet voor niets is het zo dat op een zeker moment, in het vertrouwen dat het gesprek door een externe consultant wordt begeleid, een van de teamleden durft aan te geven dat hij het gevoel heeft dat niet iedereen vrijuit durft te spreken. Feitelijk is er dus gebrek aan durf. Gebrek aan lef.
Ik pleit er voor de angstcultuur in te wisselen voor de gebrek-aan-lefcultuur. De angstcultuur beschrijft iets waar teveel van is, namelijk angst. De grote vraag tijdens de gesprekken: hoe komen we toch van de angst af? Niemand weet het. Of, bij doorvragen: de leidinggevende moet weg. Maar, zoals Jan de Vuijst (management team, september 2011) zich afvraagt: en daarna?

De gebrek-aan-lefcultuur stelt een andere vraag. Namelijk: hoe kweken we lef? Lef om te zeggen wat je denkt, maar ook lef, om in het heetst van de strijd je collega bij te vallen, in plaats van hem of haar de kooltjes uit het vuur te laten halen, nadat je hem bij de koffiezetautomaat nog hebt verteld hoe je er over denkt. Of lef om bij het koffiezetapparaat aan te geven dat je vindt dat het dit keer niet aan de leidinggevende ligt, met het risico dat hoon je ten deel valt. Of lef van de leidinggevende zelf, om aan te geven hoe lastig hij / zij het persoonlijk heeft met de consequenties van de reorganisatie.

De gebrek-aan-lefcultuur nodigt uit samen verder te kijken, samen te onderzoeken waarom mensen in de organisatie dingen niet durven te zeggen of te doen, waarvan ze eigenlijk vinden dat ze deze wel zouden moeten zeggen of doen.

Op naar een lefcultuur!

Bronnen:

  • Angstcultuur: voorkomen beter dan genezen, binnenlands bestuur, juli 2012
  • Angstcultuur nooit alleen schuld van boze baas, management team, september 2011
Waardeer dit blogbericht:
Getagged in: Cultuur Organiseren

Paul Hoogstraten is organisatieadviseur en algemeen directeur/partner bij Lagerweij . Zijn expertise, ontwikkeld in Nederland en Frankrijk, richt zich op het in begrijpbare stappen vertalen van complexe situaties voor alle belanghebbenden (bijvoorbeeld bij organisatieverandering). Zijn stijl is nuchter en met aandacht voor mensen.

Paul adviseert managementteams om de strategie van de organisatie door de talenten van mensen te laten werken. Goede diagnostiek (op persoons-, team- en organisatieniveau) is daarbij onontbeerlijk. De combinatie van de harde en de zachte kant is de sleutel tot succes. Inzichten uit de veranderkunde (o.a. De Caluwé en Greiner) zijn tevens een inspiratiebron voor zijn werk.


linkedin hover 32

Reacties