12
apr

Motivating Older Workers A Lifespan Perspective on the Role of Perceived HR Practices

Geplaatst door op in Wetenschap
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2410
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De beroepsbevolking in westerse landen vergrijst. Door het stijgen van de levensverwachting en het dalen van het aantal geboorten is het aandeel 55-plussers in de Nederlandse beroepsbevolking gestegen van 14% in 1998 naar 19% in 2008. Aangezien de Nederlandse overheid de pensioengerechtigde leeftijd wil verhogen van 65 naar 67 jaar zal de vergrijzing van de beroepsbevolking alleen maar toenemen.

Voor organisaties is het dan ook belangrijk te weten hoe zij hun oudere werknemers kunnen motiveren en behouden. Er is echter weinig onderzoek gedaan naar de motivatie om (door) te werken van oudere of ouder wordende werknemers. We weten dus niet of en hoe motivatie verandert met leeftijd en welke personeelsinstrumenten belangrijk zijn voor oudere werknemers. Dit proefschrift onderzoekt de motivatie van oudere werknemers vanuit een geïntegreerd perspectief; levenslooptheorieën worden gebruikt om de directe invloed van leeftijd op werkmotivatie te onderzoeken en theorieën over de effecten van personeelsbeleid worden gebruikt om te onderzoeken wat organisaties kunnen doen om hun oudere werknemers te motiveren om langer door te werken, liefst na de pensioengerechtigde leeftijd.

Dit proefschrift draagt bij aan eerder onderzoek door de volgende onopgeloste zaken met verschillende onderzoeksontwerpen en methoden te onderzoeken: 1) hoe kan ouder worden in relatie tot werk geconceptualiseerd en geoperationaliseerd worden, 2) hoe beïnvloedt leeftijdwerk gerelateerde motieven, 3) hoe kunnen personeelsinstrumenten voor ouder wordende werknemers geconceptualiseerd en geoperationaliseerd worden en 4) hoe beïnvloedt ouder worden de relatie tussen personeelsinstrumenten en werkuitkomsten (baantevredenheid, organisatiebetrokkenheid en motivatie om door te werken).

2 Resultaten

Hoe Kan Ouder Worden in Relatie tot Werk Geconceptualiseerd en Geoperationaliseerd Worden? Aangezien kalenderleeftijd alleen een te beperkte invulling van ouder worden in de context van werk is, hebben Sterns en Doverspike in 1989 ouder worden op het werk geconceptualiseerd als chronologische leeftijd (ofwel kalenderleeftijd), functionele leeftijd (zoals fysieke capaciteiten), psychosociale leeftijd (de zelf of sociale perceptie van leeftijd), organisatie leeftijd (bijvoorbeeld het aantal dienstjaren) en levensloopleeftijd (zoals de levensfase). In Hoofdstuk 2 zijn deze conceptualisaties van leeftijd op het werk verder geoperationaliseerd en is een literatuurstudie
gedaan naar de relatie tussen deze verschillende conceptualisaties en operationalisaties van leeftijd (ofwel leeftijdsgerelateerde factoren) en motivatie om door te werken.

Uit de literatuurstudie blijkt dat de meeste leeftijdsgerelateerde factoren een negatieve invloed hebben op motivatie om door te werken. Echter, zoals verwacht, verschillen de onderliggende mechanismen waardoor deze leeftijdsgerelateerde factoren motivatie om door te werken beïnvloeden. Kalenderleeftijd heeft bijvoorbeeld een negatieve invloed op motivatie om door te werken, omdat kalenderleeftijd bepaalt wanneer een werknemer met pensioen kan gaan of in aanmerking komt voor bepaalde ouderenregelingen. Dit kan oudere werknemers het gevoel geven overbodig te zijn. Aan de andere kant beïnvloeden leeftijdsnormen en stereotypering van oudere werknemers managementbeslissingen. Dit kan resulteren in beperkte mogelijkheden voor promotie, training en ontwikkeling, waardoor de benodigde vaardigheden en de inzetbaarheid van oudere werknemers afnemen. De verschillende conceptualisaties van leeftijd (inclusief
kalenderleeftijd) zijn dus aparte indicatoren van ouder worden met verschillende directe effecten op werkuitkomsten.

In Hoofdstuk 6 is de invloed van de leeftijdsgerelateerde factoren kalenderleeftijd, gezondheid en toekomstperspectief (de waargenomen resterende levensduur) op motivatie om door te werken onderzocht met een longitudinale studie. Uit deze studie blijkt dat de negatieve
invloed van kalenderleeftijd op motivatie om door te werken gemediëerd wordt door een verslechterende gezondheid en een korter wordend toekomstperspectief. Deze resultaten suggereren dat leeftijd een indirecte invloed op werkuitkomsten heeft door leeftijdsgerelateerde processen zoals een verslechterende gezondheid en een korter wordend toekomstperspectief. Kalenderleeftijd is dus een indicator van, maar niet hetzelfde als 'ouder worden'. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat verschillende conceptualisaties en dus operationalisaties van leeftijd verschillende effecten op motivatie om door te werken hebben.

Download/lees volledige document (beschikbaar als je bent ingeschreven)

 

Waardeer dit blogbericht:
0

Reacties