13
juni

Waarom het kabinet pensioenen wil versoberen

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2816
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Per 1 januari 2014 wordt het fiscale kader van aftrek pensioenpremies (Witteveenkader) versoberd, in 2015 volgt een verdere versobering. Het kabinet baseert zich hierbij op een CPB notitie. De conclusie hiervan luidt: de verlaging van de pensioenopbouw op de pensioenuitkeringen wordt deels gecompenseerd doordat werknemers over meer jaren pensioen kunnen opbouwen dan voorheen. Maar werknemers zullen na de versobering van de pensioenopbouw wel langer moeten doorwerken voor eenzelfde pensioen.

De achtergronden

Door de stijging van het aantal gepensioneerden ten opzichte van het aantal werkenden zijn de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd verhoogd. De toetredingsleeftijd is in 2007 verlaagd naar 21 jaar. Het effect daarvan is dat werknemers langer aan pensioenregelingen kunnen deelnemen. Het kabinet vindt daarom een verdere verlaging van de pensioenopbouw met 0,4 procent per jaar, na de eerdere verlaging met 0,1 procent, goed verdedigbaar. Daarnaast is het kabinet van mening dat boven drie keer modaal (EUR 100.000) fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw niet langer nodig is. Deze groep zou een grotere zelfredzaamheid hebben. De voorgestelde verlaging van pensioenpremies leidt tot een hoger loon en levert daarmee een hogere belastingopbrengst op. Het verwachte effect is een opbrengst van 1,4 miljard euro per jaar. De vraag is of het uitgangspunt, adequate pensioenopbouw, voor deelnemers mogelijk blijft.

AOW-leeftijd

Naast de verlaging van de pensioenopbouw zal de AOW-leeftijd stijgen. De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting. De stijging van de AOW was al ingezet door het vorige kabinet en is door het huidige kabinet versneld.

De effecten

Staatssecretaris Weekers heeft de aanpassing van het fiscale pensioenkader laten doorrekenen. In deze berekeningen valt het pensioen hoger uit dan zeventig procent van het gemiddeld loon. De wens lijkt hierbij de vader van de gedachte. De berekeningen roepen met name voor jongeren vragen op: voor werknemers geboren in 1988 rekent het kabinet met een AOW-leeftijd van 71,5 jaar. Daarbij wordt een indexatie verondersteld van twee procent per jaar. Beide uitgangspunten zijn echter nog onzeker. Langer doorwerken, en dus adequaat opbouwen, is nog maar de vraag. En ontstaan er straks voldoende mogelijkheden op de arbeidsmarkt voor ouderen? Bovendien ligt de werkelijke pensioendatum in handen van de sociale partners. Als zij vasthouden aan een pensioenleeftijd van 65 jaar levert dit niet de veronderstelde adequate pensioenopbouw op. Immers het kabinet gaat uit van opbouw tot aan de oplopende AOW-leeftijd. Daar kunnen tegenvallende beleggingsresultaten en een voortdurende lage rentestand bij opgeteld worden.

Conclusie

Speculeren over de financiële en economische effecten van de versobering van het Witteveenkader is koffiedik kijken. Veertig jaar opbouw leidt binnen de nieuwe beperktere fiscale spelregels tot een daling van de pensioenbouw.Of dit gecompenseerd kan worden door langere opbouw is nog maar de vraag. Net zoals we moeten afwachten of de stelling van het kabinet dat voor jongeren er sprake is van een beperkte daling van het pensioenresultaat overeind blijft staan.

Waardeer dit blogbericht:

Reacties