19
dec

Pensioenakkoord 2015: wat moet u aanpassen?

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 6412
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Op 18 december 2013 heeft het kabinet samen met oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP een akkoord gesloten over de pensioenwijzigingen vanaf 1 januari 2015. Hiermee wordt invulling gegeven aan nieuwe fiscale kaders voor pensioenregelingen. Controleer of uw pensioenregeling nog past en neem maatregelen om op tijd 2015-pensioen-proof te zijn.

Pensioenregelingen 2015: de kaders

De belangrijkste wijziging van het fiscale kader is de beperking van fiscaal vriendelijk opbouwen van pensioenen. Dat gebeurt op twee vlakken: enerzijds door het verlagen van het opbouwpercentage (bij een middelloon) naar het niveau van 1,875 procent per dienstjaar en anderzijds door de introductie van een maximaal salaris van € 100.000. De andere fiscale normen wijzigen niet. Dat betekent dat de fiscaal minimale franchise van € 13.227 (niveau 2013, gebaseerd op de AOW) en opbouwen van nabestaandenpensioen op een niveau van 70 procent van het ouderdomspensioen, blijven gehandhaafd. Ook de pensioenrichtleeftijd die in 2014 al verhoogd was naar 67, blijft voor 2015 op 67 staan.

2014 versus 2015

Tabel

Waarom was deze wijziging nodig?

Het idee achter deze wijziging is dat doordat mensen langer leven, ook langer pensioen opgebouwd kan worden. Daarmee kan de pensioenopbouw per jaar verlaagd worden. En waar de kosten voor pensioenregelingen afgelopen jaren enorm zijn gestegen, geeft het verlagen van de pensioenopbouw ook de mogelijkheid tot verlagen van de pensioenpremie. Dat speelt zowel bij pensioenregelingen die bij een verzekeraar zijn ondergebracht als bij pensioenregelingen bij een pensioenfonds. In het geval een pensioenregeling bij een pensioenfonds is ondergebracht, krijgt De Nederlandsche Bank (DNB) als toezichthouder op pensioenfondsen meer bevoegdheden om te waarborgen dat de verlaging van pensioenopbouw in de praktijk ook leidt tot lagere premies. Het kabinet is van mening dat ook voor werknemers de pensioenpremies moeten dalen, wat een impuls moet geven aan economie. Echter, dit is onderdeel van het arbeidsvoorwaardenpakket en daarmee onderwerp van gesprek tussen werkgevers en vakbonden of de ondernemingsraad.

Hoe nu verder?

Dit pensioenakkoord moet eerst verankerd worden in wet- en regelgeving. Dat betekent dat het wetgevingsproces door de Tweede en Eerste Kamer doorlopen wordt. Omdat het kabinet en de betrokken oppositiepartijen in beide Kamers een meerderheid hebben, is het aannemelijk dat deze afspraken tijdig in wetgeving vastgelegd worden.

Daarom is het verstandig te toetsen in hoeverre uw pensioenregeling past binnen de kaders van 2015. Dat geldt voor het opbouwpercentage, maar ook voor medewerkers die meer verdienen dan € 100.000. Voor die groep is er geen fiscaal vriendelijke opbouw meer mogelijk boven dat salarisniveau, ook dekkingen voor nabestaandenpensioen voor deze groep kunnen fors lager uitvallen. En de pensioenrichtleeftijd van 67 jaar is weliswaar niet gewijzigd, maar steeds meer werknemers werken langer door. Wat betekent dat in de praktijk voor uw organisatie op het gebied van nieuwe instroom en inzetbaarheid? Breng de impact van de wijzigingen in kaart en ga er tijdig over in gesprek met uw medezeggenschap en de pensioenuitvoerder.

Waardeer dit blogbericht:
0

Vandena werkt als senior pensioenconsultant bij Montae. Zij adviseert werkgevers over het inrichten van de pensioenregeling en bij het sluiten van uitvoeringsovereenkomsten met verzekeraars of pensioenfondsen. Omdat Vandena bij een verzekeraar heeft gewerkt en ook ondernemingsraden adviseert, kent ze het spel van alle kanten van de tafel. Zij adviseert ondernemingen om tot een optimale pensioenregeling te komen.


linkedin hover 32   twitter hover 32

Reacties