01
okt

In vijf stappen klaar voor de nieuwe WGA

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 4385
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Na jaren van hevige schommelingen is er voor het eerst zicht op een stabiel hybride stelsel voor de WGA. Dat is prettig voor politiek en verzekeraars, maar voor werkgevers betekent het dat ze opnieuw hun strategie moeten bepalen. Vanaf 2017 betalen grote en middelgrote organisaties altijd voor hun eigen WGA-schade, zowel bij vast als bij tijdelijk personeel.

Wat is nu de beste manier om dit financiële risico te beheersen? Hoe richt je een effectieve oplossing in en welke stappen moet je daarvoor zetten op de marsroute naar de nieuwe WGA? Een gesprek met Gaston Merckelbagh, algemeen directeur van VSZ. Zijn bedrijf ontwikkelde een vernieuwende en vooralsnog unieke verzekeringsoplossing voor WGA-eigenrisicodragen. ‘Werkgevers moeten nú stappen zetten op de route naar de nieuwe WGA, niet afwachten tot 2017.’

Nieuw fenomeen: WGA ERD-verzekering naar draagkracht

VSZ bedacht een vernieuwende verzekeringsoplossing voor WGA-eigenrisicodragen. Hierbij staan ziektebegeleiding en re-integratie centraal en kan de werkgever voor de verzekering een oplossing naar draagkracht inrichten. Een unieke vorm van keuzevrijheid: bij de klassieke verzekering voor WGA-eigenrisicodragen brengt de werkgever het risico volledig onder bij de verzekeraar. Een eigen risico naar draagkracht vorm in de visie van VSZ niet louter een besparingskans, maar ook een noodzakelijke voorwaarde voor effectieve schadelastbeheersing. Alleen zó houdt de werkgever, de enige die banen met loonwaarde kan creëren, direct financieel belang bij de re-integratie.
Meer informatie: vszassuradeuren.nl.

Focus op schadelastbeheersing

Door alle wijzigingen van de afgelopen jaren was het voor werkgevers bepaald niet eenvoudig om een eenduidige WGA-strategie uit te stippelen. Als we de politiek ergens dankbaar voor moeten zijn, is het volgens Merckelbagh dan ook dat er nu duidelijkheid is over de vraag wat in het WGA-stelsel centraal staat. In juni van dit jaar publiceerde minister Asscher plannen die erop neerkomen dat er een einde komt aan de traditie van premiegedreven beslissen over WGA-eigenrisicodragen. Merckelbagh: ‘In plaats daarvan komt de focus te liggen op beheersing van de schadelast: hoe regelt de werkgever die het beste? Kan hij op dit punt vertrouwen op UWV, of is het verstandiger om als eigenrisicodrager zelf een oplossing in te richten?’ Even dreigde een sluiproute nog voor verstoring te zorgen, maar nu ook die is afgesloten zijn het definitief bovenstaande vragen waar werkgevers mee aan de slag kunnen.

Niet afwachten tot 2017

En waar werkgevers wat Merckelbagh betreft mee aan de slag móeten, want volgens hem is het zaak om niet af te wachten tot op 1 januari 2017 het nieuwe stelsel een feit is. ‘De huidige situatie biedt ook al belangrijke uitdagingen én kansen. Het is waar dat werkgevers pas vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager kunnen worden voor de volledige WGA, die WGA-vast en WGA-flex samenbrengt. Hier staat echter tegenover dat zij nu al de kosten van álle uitkeringen krijgen gepresenteerd.’ Met die constatering doelt Merckelbagh op het feit dat werkgevers door de Wet BeZaVa al een WGA-flexpremie betalen die volledig (grootbedrijf) of deels (middenbedrijf) afhangt van de doorstroom van ex-werknemers vanuit de Ziektewet naar de WGA. Deze doorstroom vormt gemiddeld meer dan de helft (54%) van de WGA-instroom.

Marsroute naar nieuwe WGA

Uit het bovenstaande vloeien volgens Merckelbagh twee conclusies voort. ‘Ten eerste is UWV zeker niet maximaal effectief als het op schadelastbeheersing voor de Ziektewet en de WGA-flex aankomt. Een aandeel van liefst 54% Ziektewetvangnetters in de WGA-instroom spreekt boekdelen. Bovendien toont onafhankelijk onderzoek onomstotelijk aan dat het privaat beter kan. Ten tweede, en minstens zo belangrijk: eigenrisicodragen voor de Ziektewet biedt nu al een belangrijke kans om invloed uit te oefenen op de schadelast, zowel voor deze regeling zelf als voor de WGA-flex.’

Hoe kunnen werkgevers deze uitdagingen en kansen het beste oppakken en verzilveren? Daar heeft Merckelbagh vastomlijnde ideeën over. Hij schetst een praktisch vijfstappenplan, een ‘marsroute’ die de werkgever kan volgen om tijdig klaar te zijn voor de nieuwe WGA.

Stap 1: eigenrisicodragen WGA-vast en ZW
De eerste stap houdt in dat de werkgever per 1 januari 2016 eigenrisicodrager wordt (of blijft) voor de WGA-vast én de Ziektewet. Merckelbagh: ‘Zo doe je als werkgever uiterst nuttige ervaring op met het oog op toekomstig eigenrisicodragerschap voor de nieuwe WGA. Wie hiervoor straks in aanloop naar 2017 in onderhandeling gaat met verzekeraars, staat vele malen sterker als hij kan laten zien dat hij het flexrisico onder controle heeft.’

Stap 2: gespecialiseerde uitvoering
Stap twee is het vinden en contracteren van een gespecialiseerde uitvoerder voor ziektebegeleiding en re-integratie. ‘Deze partij moet in staat en bereid zijn om namens de werkgever op te treden,’ zegt Merckelbagh hierover. ‘Niet alleen bij het begeleiden van de werknemer, maar ook bij betaling van alle uitkeringen. Zo schep je een situatie waarin de uitvoerder er zelf direct belang bij heeft om (ex-) werknemers snel te activeren en duurzaam loonwaarde te creëren, bij de werkgever zelf of elders.’

Stap 3: al dan niet verzekeren Ziektewet
Als derde stap bepaalt de werkgever, bijvoorbeeld in overleg met zijn assurantieadviseur, of voor het eigenrisicodragen Ziektewet een verzekering nodig of wenselijk is. ‘Grote werkgevers kunnen het risico vaak prima zelf dragen, voor kleinere kan een verzekering wel verstandig of noodzakelijk zijn,’ aldus Merckelbagh.

Stap 4: (deels) verzekeren WGA-vast
Ook bij het verzekeren van het eigenrisicodragen WGA-vast zou de werkgever wat Merckelbagh betreft nadrukkelijk moeten kijken wat hij zelf kan dragen. Traditioneel brengen werkgevers het volledige risico onder bij de verzekeraar, maar hier plaatst Merckelbagh belangrijke kanttekeningen bij. ‘Verzekeren naar draagkracht is niet alleen goedkoper, maar ook effectiever. Als je alleen verzekert wat je zelf niet kunt of mag dragen, weet je zeker dat je niet meer betaalt dan nodig is. Ook houd je zo altijd een directe financiële prikkel om actief met de werknemer aan de slag te gaan. Vergeet niet dat je als werkgever de enige bent die daadwerkelijk banen met loonwaarde kan creëren.’

Stap 5: eigenrisicodragen nieuwe WGA
De laatste stap bestaat uit aanvullend eigenrisicodragen WGA-flex per 1 januari 2017. De afweging hiervan volgt omstreeks de zomer en het najaar van 2016. De werkgever moet zijn keuze uiterlijk 1 oktober van dat jaar bekend hebben gemaakt bij de Belastingdienst. ‘Maak hierover goede afspraken met je verzekeraar of adviseur,’ zegt Merckelbagh. ‘Die moet tijdig een passend voorstel doen of zorgen voor een nieuwe verzekeringsovereenkomst.’

Effectieve uitvoering als crux

Opvallend is de plaats die Merckelbagh toekent aan het regelen van effectieve uitvoering: dit komt nadrukkelijk vóór het verzekeringsvraagstuk. Dat heeft alles te maken met wat hij omschrijft als daadwerkelijk de regie nemen en houden bij de schadelastbeheersing. Nu of in 2017 de uitvoering en het volledige risico bij een verzekeraar onderbrengen is naar zijn mening geen optimale oplossing: ‘Een private verzekering is meestal een prima optie om in één keer de verplichte garantstelling te regelen en het financiële risico te beheersen. Maar verzekeren vormt hoogstens het financiële sluitstuk van goed risicomanagement. Op zichzelf biedt het geen oplossing voor de ziektebegeleiding en re-integratie. Dit is simpelweg niet het terrein waar verzekeraars zich thuis voelen: recent onderzoek toont aan dat ze er niet beter presteren dan UWV. Terwijl alles staat of valt met kwaliteit en effectiviteit op juist dit punt. Dáár moet je je laten ondersteunen door specialisten.’

Regie vanDooren

De juiste prikkels voor alle partijen

Volgens Merckelbagh is alleen met deze rolverdeling gegarandeerd dat de beheersing van de uitkeringslasten van de werkgever optimaal is en alle partijen de juiste prikkels ontvangen. ‘De uitvoerder wordt maximaal gestimuleerd om (ex-) werknemers snel te activeren en duurzaam loonwaarde te creëren, bij de werkgever zelf of elders. Hier is hij zelf direct bij gebaat en zal hij zich dus ook volledig voor inzetten. De verzekeraar kan op zijn beurt volledig focussen op het bieden van financiële zekerheid en hoeft zich niet op terreinen te begeven waar hij zich niet thuis voelt. En de werkgever, ten slotte, wordt gestimuleerd om loonwaarde te creëren, maar hoeft zich niet te ontwikkelen tot een juridisch deskundige of een specialist sociale zekerheid. Zo kun je als HR-afdeling volledig focussen op je kerntaak: door optimale inzet van beschikbaar talent het succes van je organisatie vergroten.’

Roel van Dooren is specialist sociale zekerheid en arbeidsvoorwaarden bij redactiebureau Ravestein & Zwart.

Beeld: gratisography.com

Waardeer dit blogbericht:
0

Roel van Dooren is specialist arbeidsvoorwaarden en arbeidsvoorwaardencommunicatie bij Ravestein & Zwart. Dit redactiebureau helpt werkgevers, HR-dienstverleners en verzekeraars aan communicatiemiddelen die informeren, inspireren en commerciële boodschappen versterken.