04
feb

Hoe de Flexwet wel gaat werken

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3254
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De Flexwet moet de positie van flexwerkers versterken en meer mensen aan een vaste aanstelling helpen. Helaas wordt arbeid door de maatregelen duurder en dommer, terwijl de werkloosheid oploopt. Toch kan de Flexwet nog altijd het pareltje worden dat ons beloofd was. Dan moet er wel meer ruimte komen om te investeren in flexwerk.

Wat opvalt in de Flexwet, die op 1 januari van kracht werd, is dat er zo weinig aandacht is voor de scholing van flexkrachten. Bijna alle maatregelen in de wet gaan over arbeidsomstandigheden. Beleidsmakers hoopten dat deze de hefboom zouden vormen om vaste en flexibele arbeid meer met elkaar in balans te laten komen.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is dan ook vol goede moed over de Wet Werk en Zekerheid. 'Deze wet zorgt ervoor dat werknemers een betere positie krijgen en weerbaar worden gemaakt in een snel veranderende arbeidsmarkt', aldus de minister.

Minder kennisland

Toch heeft de nieuwe flexwet alles in zich om te mislukken. De personeelskosten, de werkloosheid en ook het flexwerk zelf zullen erdoor stijgen. Het ergste gevolg echter is dat de kwaliteit van de beroepsbevolking zal slinken. Steeds minder werkenden kunnen voldoen aan de eisen van werkgevers. Nederland wordt minder een kennisland, waardoor we inboeten aan concurrentiekracht.

Juist op dit vlak moeten we accenten leggen, want er is een enorme vraag naar kenniswerkers. Die komen steeds vaker uit het buitenland omdat ze in Nederland onvoldoende beschikbaar zijn. In de zuidelijke regio's is het gezamenlijke jaarinkomen van de expats al 2,7 miljard euro. Een bedrijf als ASML is nu sterk afhankelijk van buitenlands pesroneel.

De Wet Werk en Zekerheid speelt onvoldoende in op de groeiende vraag naar kenniswerkers. Het accent ligt vooral op het verbeteren van de positie van de flexwerker. Het ontslaan van vaste medewerkers wordt weliswaar eenvoudiger en goedkoper, maar daar staat tegenover dat flexwerkers meer kans maken op vaste arbeidscontracten. Het concurrentiebeding en de proeftijd van flexwerkers worden aan banden gelegd en werkgevers moeten een maand van tevoren aangeven of ze het contract van een tijdelijke medewerker verlengen. Zo zullen er meer vaste banen ontstaan, is de aanname, en krijgen flexwerkers een betere positie.

Groei flexwerk

Maar de verwachte groei van het aantal vaste banen gaat niet uitkomen. Arbeidsmarktspecialisten voorspellen dat de groei van flexwerk onverminderd doorgaat. Het aandeel van flexibele arbeid is nu 69 procent, zes procent meer dan in 2012. In 2007 waren nog acht van de tien banen vast. Afgelopen zomer voorspelde HR-directeur Ellen Kuppens van DSM dat het aandeel van de flexibele arbeid bij DSM de
komende jaren zelfs doorgroeit naar 40 procent.

Wat wel gebeurt is dat bedrijven in toenemende mate uit Nederland zullen verdwijnen doordat flexwerk duurder en stroever gaat worden. Loonkosten zijn volgens recent onderzoek van CBS de belangrijkste reden voor bedrijven om uit Nederland te vertrekken. Bedrijfsvlucht kostte tussen 2009 en 2011 al 18.000 banen.

Oplopende werkloosheid

Een ander onprettig gevolg van de Wet Werk en Zekerheid is oplopende werkloosheid. Uitkeringsinstantie UWV verwacht volgend jaar ongeveer 15 procent meer ontslagaanvragen voor vaste medewerkers, een gevolg van de versoepeling van het ontslagrecht in de nieuwe flexwet.

Dit is slecht nieuws voor de beroepsbevolking, die voor een steeds groter deel bestaat uit flexwerkers. De beloning voor flexwerk is gemiddeld lager dan die voor vast werk. Flexwerkers genieten doorgaans ook minder scholing. De nieuwe wet brengt hier geen verandering in. Meer flexwerkers betekent dan ook minder investering in de kwalificaties van de beroepsbevolking.

Kennisontwikkeling stokt

Daardoor raakt Nederland als kennisland achterop en daarmee gaat ook de concurrentiekracht van ons land eraan. Twee jaar geleden al constateerde de Tilburgse econoom Sylvester Eijffinger dat de kennisontwikkeling in Nederland tot stilstand was gekomen.

En juist zou de flexwet het verschil moeten maken. Flexwerk moet volwaardig onderdeel worden van onze arbeidsmarkt en niet als tweederangs worden weggezet. De wetgeving moet spelregels aanbrengen voor investeringen in de duurzame inzetbaarheid van flexwerkers. Daar is geld voor, met name in de scholingsfondsen van brancheorganisaties. Er zijn ongeveer honderd van zulke scholingsfondsen die jaarlijks een miljard euro uitgeven aan opleidingen. Wat het effect hiervan is weet niemand. Evenmin is er zicht op de reserves van deze fondsen. Vijf jaar geleden had de helft van de scholingsfondsen een totale reserve van ruim een half miljard euro.

Dat is te weinig voor een structurele kwaliteitsimpuls in de flexibele schil, maar er ligt wel een scholingsinfrastructuur waarop de overheid kan voortborduren. Daar is het nog niet te laat voor. Maar dan moet de overheid wel de juiste prioriteiten stellen. De grootste uitdaging is om flexwerk kennisintensief te maken en te houden. Blijft dit achterwege, dan is het oppoetsen van arbeidsomstandigheden van flexwerkers een lege huls.

Waardeer dit blogbericht:

Pieter Molijn is oprichter en directeur van Molijn Group.


"Molijn is een eigenzinnig HR bureau gespecialiseerd in duurzame inzetbaarheid. Vanuit hun fase-C detacheringstak voor uitzendprofielen Molijn Professionals hebben ze geleerd hoe ze mensen moeten ontwikkelen om ze duurzaam inzetbaar te maken én te houden. Vanaf 2014 hebben zij hun detacheringsdienstverlening uitgebreid met Molijn Training. Molijn Training is het eerste trainingsbureau dat heel concreet een programma van competentiegerichte gedragstrainingen aanbiedt die werkende mensen leert hoe ze zich goed kunnen aanpassen in een snel veranderende arbeidsmarkt."


linkedin hover 32 twitter hover 32

Reacties