21
mrt

De economie bloeit op, maar werknemers zijn bozer dan ooit

Geplaatst door op in Arbeidsmarkt
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2968
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De Nederlandse economie trekt aan, waardoor je zou verwachten dat ook werknemers energieker en positiever zijn. Maar niets is minder waar. De Nederlandse werknemer is boos en de stemming op de werkvloer is negatiever dan ooit. Waardoor komt dit? We gaan in gesprek met Hans van der Loo, co-founder van Energyfinder over zijn bevindingen.

Door de negatieve sfeer op de werkvloer stroomt onnodig veel menselijke energie weg uit organisaties, met een lager prestatieniveau als gevolg. En lagere prestaties kunnen op de lange termijn van negatieve invloed zijn op de economie. Dat zijn de uitkomsten van het onderzoek naar de energie van werkend Nederland in 2017.  Waarom? En kunnen we hier iets aan doen?

Wat zijn de meest opvallende uitkomsten van het onderzoek van dit jaar?

Het meest in het oog springend is dat de energie van werknemers ondanks de opbloei van de economie nauwelijks is gestegen. De stemming is momenteel negatiever dan ooit.  Dat zie je op drie manieren terug. Ten eerste, het aantal ‘boze’ werknemers is dit jaar met 8% gestegen naar 36%. De innerlijke stemming op de werkvloer is daarmee overwegend negatief.  In de tweede plaats zien we dat het percentage werknemers dat zegt volledig te zijn afgehaakt dit jaar voor het eerst met dubbele cijfers wordt geschreven: 10% zegt qua energieniveau in de ‘zombiezone’ te zitten. En in de derde plaats zien we een negatieve onderstroom op het niveau van tevredenheidscijfers. Een paar voorbeelden: een jaar geleden waardeerden bijzonder energieke en enthousiaste medewerkers hun werk nog met een cijfer 9,1. Dit jaar is dat gedaald naar een 8,4. Medewerkers die gestrest en verkrampt aan het werk zijn gaven hun werk een jaar geleden een 5,7. Inmiddels is dat naar een 5,4 gedaald. 

Gezien de huidige economie zou je juist verwachten dat het sentiment positiever zou zijn. Hoe verklaar je dan die somberheid?

Werknemers merken te weinig van die economische opleving. In de eerste plaats staan ze vrij sceptisch tegenover allerlei jubelverhalen omdat het economisch herstel nog maar broos is en het zomaar weer mis zou kunnen gaan. In de tweede plaats betekent economische opleving voor veel werknemers dat men alleen maar harder moet werken. Nu de orderportefeuille weer gevuld is, schaalt het ‘meer doen met minder’ harder dan ooit over de werkvloer. In de derde plaats zie je in veel bedrijven en organisaties momenteel een opmerkelijke revival van reorganisaties in de klassieke stijl: top-down en zonder enig perspectief op een betere toekomst. Directief snijden en mensen op straat zetten. Dat draagt natuurlijk ook niet bij aan een positiever sentiment. Temeer omdat de verwachtingen en de eisen die wij aan ons werk stellen torenhoog gestegen zijn.

Is dit laatste een verklaring voor het feit dat het onderzoek laat zien dat met name jongere werknemers slecht in hun vel zitten?

Jazeker. Bijna de helft van de werknemers jonger dan 30 jaar (46%) en de werknemers tussen de 30 en 40 jaar (47%) geeft aan het niet naar de zin te hebben.  Blijkbaar matchen hun hoge verwachtingen niet met de dagelijkse realiteit. Opmerkelijk in dit verband is ook dat de 60+ werknemers het opvallend goed naar de zin hebben: maar liefst 52% van de senioren gaat met veel energie en enthousiasme dagelijks naar het werk en maar 16% zegt slecht in zijn vel te zitten. Hoe dat komt? Omdat het ‘survivors’ zijn. Omdat ze gepokt en gemazeld zijn en minder verheven verwachtingen koesteren. En omdat ze hogere functies vervullen.

Is er dus een relatie tussen functieniveau en positieve energie?    

Het beeld is op dit punt heel helder: hoe hoger je je aan de top bevindt, hoe meer energie je hebt en hoe beter je in je vel zit. Directeuren en topmanagers  zijn overwegend ‘blije’ mensen: 43% geeft aan enthousiast en vol zelfvertrouwen aan de slag te zijn. In het middenmanagement ligt dit percentage al een stuk lager (30%). Boze werknemers treffen we vooral aan in de ondersteunende staf (45%) en bij werknemers met uitvoerend werk zonder klantcontact (40%).

Het onderzoek wordt sinds 5 jaar verricht, welke patronen zijn jullie daarbij tegengekomen?

Laat ik twee constanten noemen. De eerste is dat slechts 20% van alle werknemers aangeeft enthousiast, ambitieus en gedreven aan het werk te zijn. We spreken in dit verband van de ‘zinzone’: een energiezone waarin mensen op volle kracht aan het werk zijn. Theoretisch gezien zou je zeggen, dat er dus 80% van alle energie in organisaties verloren gaat. In werkelijkheid is dat minder, want je kunt niet altijd op volle kracht werken. Als je het vanuit ‘best practices’ bekijkt, teams en organisaties die over een hoog energieniveau beschikken en die topprestaties leveren, kun je stellen dat ongeveer de helft van alle energie verloren gaat. ‘Nederland werkt op halve kracht’; dat zeiden we 5 jaar geleden en dat is nog steeds zo.

Een tweede constante heeft te maken met de oorzaak van energieverlies. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt heeft dat niet zozeer te maken met het ontbreken van bevlogenheid en betrokkenheid (die scoren beide relatief hoog), maar met het klaarblijkelijke onvermogen om gericht te werken aan geformuleerde doelen. Als je de cijfers door de jaren heen bekijkt, zie je dat er weinig zelfdiscipline onder Nederlandse werkenden bestaat: we laten ons makkelijk afleiden en nemen niet de tijd om onze vooruitgang te bepalen en met elkaar te bespreken. We rommelen blijkbaar maar wat aan.  

Tot slot: hoe meet je  energie en hoe kun je de energie in je organisatie beïnvloeden?

Wat betreft het eerste deel van de vraag: als we het over energie hebben, dan doelen we niet zozeer op fysieke energie (of je lichamelijk fit en vitaal bent), maar richten wij ons op de mentale, sociale en emotionele dimensies van energie. Die laatstgenoemde dimensies meten wij aan de hand van 20 criteria. Op basis van inzicht hierin kun je dus heel gericht stappen ondernemen om je energiepeil te verbeteren. Hoe je dat het beste kunt aanpakken? Niet door de gangbare praktijk van organisatiebrede metingen te volgen, waarbij de regie uiteindelijk in handen is van de ondersteunende staf, maar door op basis van feiten teams medewerkers zelf te laten meedenken over maatregelen om hun energieniveau te verbeteren. Het accent ligt daarbij primair op de medewerker zelf (‘wat kan ik doen om mijn energieniveau te verbeteren?’), vervolgens op het niveau van het team (‘wat kunnen wij als team doen’) en pas in derde instantie op het niveau van het management (‘wat kan mijn organisatie doen?’). In de praktijk zien we dat het denken en praten over energie vaak al een belangrijke stap is om nieuwe vleugels te krijgen.

Wil je meer weten over het onderzoek ‘De energie van werkend Nederland 2017’? Download dan de whitepaper!

Download

Beeld: Pexels

Waardeer dit blogbericht:

Hans van der Loo is expert op het gebied van energiek veranderen. Als adviseur, publicist en spreker richt hij zich op het bevorderen van de kracht waarmee mensen, teams en organisaties in beweging te komen teneinde uitzonderlijke prestaties te realiseren. In het verleden werkte hij onder meer bij &Samhoud en Pentascope. Tegenwoordig is hij medeoprichter en eigenaar van betterday en EnergyFinder. Dit bureau is gespecialiseerd in de realisatie van krachtige en kortcyclische gedragsveranderingen en prestatieverbeteringen ('in 90 dagen veranderen met de spirit van een start-up'). Hans van der Loo is schrijver van de boeken 'Kus de visie wakker', 'We hebben er zin in', 'Energy Boost' en 'Vaart maken'.


linkedin hover 32 twitter hover 32

Reacties