30
nov

Interview Jort Kelder: Onze kracht is dat we een dwars volk van listige etterbakken zijn

Geplaatst door op in Opinie
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2376
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Jort Kelder behoeft nauwelijks meer een introductie. Deze journalist, columnist, televisiepresentator van onder meer Hoe Heurt Het Eigenlijk en voormalig hoofdredacteur van Quote  is ontzettend veelzijdig, maar heeft ook echt een inhoudelijke visie. Op HRzone deelt hij zijn eigenwijze blik op het ondernemersklimaat in Nederland.

1. Welke eigenschappen heb je volgens jou nodig om snel en flexibel te zijn?

Snelheid en flexibiliteit zijn, net als echt ondernemerschap, volgens mij aangeboren eigenschappen. De omgeving kan helpen, zoals een overheid die niet steeds in de weg loopt als hindermacht en een arbeidswetgeving die van werknemers geen ‘4 dagen in de week van 9 tot 5 types’ maakt. Maar dan nog, het draait allemaal om de wil om te winnen. Da’s geen populaire ambitie in ons land, behalve in de sport (hoewel we daar zilver evengoed vieren). De Westerse wel­vaartstaten hebben hun bevolking wijs gemaakt dat rijkdom een gegeven is. Politici zijn hoofdzakelijk bezig met verdelen, niet met verdienen. Daardoor hebben ze veel fat fish gecreëerd. Wat die grote bedrijven betreft: die worden meestal niet geleid door ondernemers die voor eigen rekening en risico handelen, maar door diplomaten in zaken die proberen ongeschonden en als miljonair hun pensioen te halen. Dat leidt niet noodzakelijkerwijs tot de beste beslissingen op de langere termijn.

2. Vallen Nederlandse ondernemers eerder onder de ‘slow fish’ of de ‘fast fish’?

Onmogelijk om dit zo in het algemeen te zeggen. Ons land heeft door gebrek aan verbeelding en durf en door kortzichtige graaizucht van topmannen en aandeelhouders de afgelopen decennia ontzettend veel economisch erfgoed naar de bliksem laten gaan. Fokker, DAF, Nedlloyd, Hoogovens, Elsevier, De Bank, Draka, Organon, KLM, de beurs en het hoofdkantoor van Unilever zijn we al kwijt. Daarnaast moet je vrezen voor een verlies van bedrijven als KPN, DSM en Philips. Daar word je niet vrolijk van. Tegelijkertijd vestigen veel buitenlandse reuzen zich hier.
En stap eens een vliegtuig in naar welk land dan ook: altijd vol met Hollandse neringdoenden.

We zijn echt een volk van werkmieren. Maar da’s meestal handel. Je zou willen dat we op de technologiesector vooraan stonden. Helaas, Philips is geen schim van wat het ooit als technologie-spin-off was. En van haar grootste uithuizige dochter, ASML, moet je hopen dat ze in het landelijke Veldhoven blijft. Laat ik het voorzichtig zeggen: het ligt niet voor de hand dat de grootste tech-talenten van de wereld Veldhoven verkiezen boven Silicon Valley, New York, Londen, Singapore of Shanghai. Toch? Langzame vissen zijn sowieso de sjaak. De vraag is of snelheid genoeg is, want harder werken dan een Aziaat gaat de obese westerse mens niet meer lukken. We moeten slimmer, stouter zijn. Dat is ons enige redding.

3. Zijn Nederlanders historisch gezien wel geschikt om te overleven in de huidige zakenwereld?

Historisch gezien wel. We zijn handelaren over zee, dus opportunisten tot op het bot. Vandaar dat we een enorme oververtegenwoordiging hadden en nog steeds wel hebben van multinationale ondernemingen. Maar tegelijk zijn we veel te direct, om niet te zeggen te lomp, om het machtsspel te spelen. Daarom zie je dat wij bij bedrijven als Elsevier, Nedlloyd en Hoogovens onmiddellijk overgeleverd werden aan onze Engelse partners. Die Britten kijken je glimlachend aan, knikken ‘most interesting’ of ‘jolly good!’, en naaien je waar je bijstaat. Groots is het niet, dat leren ze kennelijk op kostschool, maar we zouden wel iets van die meedogenloosheid kunnen gebruiken.

4. Wat vind je van het start-up klimaat in Nederland ten opzichte van de rest van Europa, en ten opzichte van de VS?

Bij de pitches die ik begeleid, hoor je altijd hetzelfde: in Nederland wil een particuliere investeerder de garantie dat-ie z’n geld terugkrijgt, met rente. Maar ja, dan moet hij een spaarrekening tot 100k inleg openen. In Amerika hebben ondernemers een veel grotere risicobereidheid, met als gevolg dat in the Valley maar één op de twintig investeringen echt hoeft te vliegen. Vandaar dat wij na twintig jaar tech-revolutie niet verder komen dan TomTom, Booking.com en straks wellicht Adyen. Dat laatste ­­­­­– een betaalsysteem  is trouwens ook grotendeels gefinancierd vanuit Californië.

Anderzijds, aan het aantal start-ups ligt het niet. Die zijn er genoeg. Er moet alleen de brandende ambitie zijn om wereldheerschappij, en dat zie je nog weinig. Veel meer dan een paar miljoen omzet wordt het zelden.

5. Hoe komt Nederland in de mondiale top-5 van de meest competitieve landen volgens jou?

Volgens mij doen we het helemaal niet zo belabberd op alle lijstjes. Of wel? Ik zou de rol van de overheid niet willen overschatten. Die hebben nu weer allemaal oude mannen aangesteld om hun eigen 8 sectoren te pushen. Maar dat is geen keuze. Singapore kiest, zoals altijd, consequent.
En stopt er dan meteen miljarden bij zodat het niet alleen bij praatjes van politici blijft maar het veel meer een ‘man on the moon’-ambitie wordt. Laat de overheid zorgen voor veel minder regels en heisa, voor lagere belastingen, voor hele goeie competitieve universiteiten, voor sociale en fiscale rust en voor een prettig leefklimaat. Dan doen wij de rest. Vraag is dan: wat maakt ­Nederland uniek? Helaas, denk ik dan, dat we het goedkoopste stinkvlees van de wereld kunnen produceren en paprika’s en komkommers voor niks verkopen of doordraaien. Het CDA zal dat vast geweldig vinden. Maar red je het er mee in de 21ste eeuw? Onze kracht is dat we een dwars volk van listige etterbakken zijn. Onze creatieve sectoren zijn behoorlijk goed, maar nog te klein. Stimuleer op scholen van jongs af aan het zelfstandige en dwarse denken; dan kweek je vrije mensen en grote onder­nemers.

6. Wie moet Nederland leiden om innovatie/anticipatie te bewerkstelligen?

Mag ik zo vrij zijn onze huidige premier uitstekend te vinden? Niet alleen omdat ik ’m goed ken, maar omdat-ie een synthese is van de Hollander. Pragmatisch, geen ruziemaker. Dat scheelt een hoop stakingen en toch gaan we net niet failliet. Ideaal voor een land met een hopeloze electorale kluwen van zestien partijen en veel-partijen-coalities. Maar ja, uiteindelijk is het allemaal ‘too little, too late’. We zinken iets minder hard weg dan Frankrijk en Italië, maar wie goed kijkt, ziet dat we onze naoorlogse welvaart verbrassen. Het zou beter zijn als we een soort Hollandse Lee Kuan Yew, de ‘maker’ van het moderne Singapore, kregen. Misschien had Fortuyn stappen kunnen zetten. Maar voor iedere wijziging van de democratie is tweederde meerderheid in de Kamers nodig.

Zo groot is het zelfreinigende vermogen van de macht helaas niet. We moeten het dus doen met dit ancien régime. Mijn advies: reken niet te veel op de staat, regel je zaken zelf.

7. Wat vind je van de bevindingen van Joris Luyendijk over de banken? 

Wilders van links. Populistisch. Makkelijk scoren. Hij heeft in Dit Kan Niet Waar Zijn een groot aantal (ex) bankiers gesproken, maar ik vind dat z’n analyse blijft steken in vooral veel zachte observaties. Ik had liever een harde financiële bewijsvoering gezien waar het systeem ploft, waar de balansen opgebakken zijn, dan dit doomsday domineesverhaal. Nederlanders lezen dat graag, die willen een winnaar, en dat is duidelijk niet de bankier (ze willen trouwens wel 5 maal hun inkomen verhypothekeren, maar da’s natuurlijk ook de schuld van de bank en de politiek.) Eigenlijk vind ik Luyendijk best gemakzuchtig, alleen durft geen bankier hem openlijk aan te pakken. Die kijken wel uit.

Het is net als met het toneelstuk van De Verleiders ‘Door de bank genomen’. Schitterend stuk, maar er zitten wel een paar gedachtekronkels in die gewoon niet kloppen. Zo willen de heren stoppen met rente. Schattig. Maar wat doen we dan als er eens iemand failliet is? Ohh ja, dat betalen de ander spaarders dan. Lekker solidair, dág pensioen, omdat een ander er een potje van maakt. Maar ook zij krijgen geen weerwoord en trekken volle zalen voor een betrekkelijk ongeïnformeerd publiek. Begrijp mij goed: ik verdedig bankiers niet. Die hele derivatenballon, de voortgaande bonussendrift, hun discutabele bijdrage aan de economische groei... Het financiële systeem is doodeng, zeker. Maar het antwoord daarop lijkt mij eerder de nuance dan egomane demagogie.

8. Hoe staat Nederland er economisch gezien voor over 3 jaar?

Redelijk. De bedrijven gaan best goed. Ik maak mij alleen ernstig zorgen over de euro. Die munt werkt niet en zal nooit werken zolang de lidstaten economisch en cultureel niet op elkaar lijken. Politici willen dat forceren met meer Brusselse dwang en sluipende welvaartsoverdracht van honderden miljarden en meer van Noord naar Zuid. Ik ben daar tegen. Ik geloof er niet in en vind het bovendien hoogst onsolidair met harde werkers die in onze contreien wél belasting betalen. Die euro lijkt burgers niet te raken. Maar nu al verarmen miljoenen ouderen, omdat hun pensioenen verslechteren, wat weer komt doordat Frankfurt de renteknop naar nul heeft gedraaid om Griekenland, Italië en Spanje te redden. Door dat politieke gesjoemel dreigt een Japans model. Een hele generatie geen of nauwelijks economische groei en oplopende schuld.
U begrijpt wel hoe dat eindigt. Met een luidruchtig uit elkaar klappende schuldenbel. Wie dat gaat betalen? Iedereen die financieel in de plus zit, gemiddeld dus de Noord-Europeaan.

Gek genoeg is deze discussie taboe verklaard. Ik heb mee­­ondertekend aan het ‘Peuro’-initiatief om die euro van nu tot in de toekomst eens te bekijken.

9. Heb je een tip voor de ondernemer en voor de zzp’er?

Och, wie ben ik? Formeel ondernemer, maar ik probeer zo weinig mogelijk personeelgezeur aan m’n broek te hebben. Managen, da’s niet echt mijn grote passie. Ik ben wel graag de baas trouwens, dat scheelt mij in elk geval een maagzweer. Tip? Meedogenloos je eigen passies volgen, niet te veel luisteren naar doemdenkers en bereid zijn diep te gaan. O ja, en niet te veel met rijk worden bezig zijn, anders word je het nooit. Voorts: zo nu en dan tijd stelen van jezelf om een uitstekend glas wijn in de late middagzon te drinken bij Vyne (Ik heb daar geen aandelen in, het is gewoon een prettige wijnbar aan de Prinsengracht in Amsterdam).

Beeld: Pixabay

Waardeer dit blogbericht:
0

Gert Jan Schellingerhout (1974) is Algemeen directeur van HeadFirst, de bemiddelaar die de bij zelfstandig professionals en leveranciers (bedrijven met professionals op de payroll) aanwezige kennis rechtstreeks verbindt aan opdrachtgevers, van het mkb tot corporates. Vanaf het jaar 2000 bekleedde hij verschillende financiële functies binnen HeadFirst tot hij in 2010 promoveerde tot Financieel directeur en daarmee toetrad tot het management van het bedrijf. Sinds 2015 is Schellingerhout actief als Algemeen directeur van deze marktleider in kennisbemiddeling.


linkedin hover 32