25
feb

Hoogleraar Paul de Beer over de kloof tussen vast en flexibel

Geplaatst door op in Opinie
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2012
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De Wet werk en zekerheid heeft als doel om de kloof tussen mensen met een flexibel en vast contract te verkleinen. Maar werkt dit in de praktijk ook zo? Paul de Beer, bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, sprak hierover in ZP Radio, het online radioprogramma voor Zelfstandig Professionals.

Helpt de Wet werk en zekerheid mensen makkelijker aan een vaste baan?

'De wet is pas een aantal maanden in werking, dus het is nog te vroeg voor conclusies. Maar het is duidelijk dat de wet verschillende dingen gaat opleveren. Het idee van minister Asscher (SZW) was om de kloof tussen mensen met een flexibel- en een vast contract kleiner te maken. Dit moet gebeuren door mensen met een flexibel contract eerder uitzicht te bieden op een vast contract en mensen in een vast contract gemakkelijker te kunnen ontslaan. De ontslagvergoeding om iemand te ontslaan is ook lager. Maar of dit gaat werken, dat weten we nog niet.’

'Een heikel punt van de wet is dat mensen met een flexibel contract het recht hebben om na maximaal twee jaar een vast contract te krijgen. Volgens de oude wet was dit drie jaar en werd dit soms nog verder opgerekt. Bij mij op de universiteit kreeg je op bepaalde afdelingen pas na zes jaar een vast contract.'

Wat vind jij van de wet?

'Het streven naar de kleiner wordende kloof begrijp ik volkomen. Ik denk alleen dat de mate waarin flexibel werk is ontwikkeld niet meer in evenwicht is met de behoefte naar flexibiliteit bij bedrijven. In tijden van crisis heb je misschien tien tot vijftien procent flexibele werknemers nodig om de klappen op te kunnen vangen. Momenteel is wel 35 procent van de werknemers flexibel. En naar mijn idee is dit niet alleen voor de flexibiliteit van het bedrijf, maar om te bezuinigen op de kosten. Ik vind het niet gek dat de minister zegt dat dit te ver gaat, maar de vraag is of deze wet iets aan deze situatie gaat veranderen. Misschien gaan werkgevers nu al na twee jaar op zoek naar een nieuwe werknemer. Dat suggereert een negatieve werking van de wet.’'

Hoe doe je dat met functies waarvan je niet weet of die in de toekomst nog bestaan?

'Bij twintig procent aan flexibele krachten heb je als bedrijf genoeg flexibiliteit. Misschien niet altijd op de functies waarop je moet bekrimpen als het economisch minder gaat, maar daar kun je intern mee schuiven. De Wet werk en zekerheid zal er zeker niet toe leiden dat iedereen na twee jaar een vast contract gaat krijgen, maar zeker nu het beter gaat met de economie zal het mij niet verbazen als mensen denken; waarom zou ik deze goede medewerker laten vertrekken om een nieuw iemand aan te nemen waarvan ik het nog maar moet afwachten?'

beeld: Unsplash

Waardeer dit blogbericht:
0

Gert Jan Schellingerhout (1974) is Algemeen directeur van HeadFirst, de bemiddelaar die de bij zelfstandig professionals en leveranciers (bedrijven met professionals op de payroll) aanwezige kennis rechtstreeks verbindt aan opdrachtgevers, van het mkb tot corporates. Vanaf het jaar 2000 bekleedde hij verschillende financiële functies binnen HeadFirst tot hij in 2010 promoveerde tot Financieel directeur en daarmee toetrad tot het management van het bedrijf. Sinds 2015 is Schellingerhout actief als Algemeen directeur van deze marktleider in kennisbemiddeling.


linkedin hover 32