14
feb

De politiek maakt van de sociale zekerheid een ineffectieve lappendeken

Geplaatst door op in Opinie
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 4431
  • 0 reactie
  • Afdrukken

De verkiezingen van 15 maart 2017 zijn van groot belang voor het sociale stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Dit staat in toenemende mate onder druk: steeds meer werkgevers vertonen risicomijdend gedrag, het aantal zzp’ers is sterk gestegen. Vrijwel alle politieke partijen besteden hier aandacht aan in hun verkiezingsprogramma. Hun plannen zorgen echter vooral voor toenemende complexiteit, terwijl de effectiviteit afneemt. Zo dreigt de sociale zekerheid een nodeloos ingewikkelde, ineffectieve lappendeken te worden.

 Door: Maudie Derks (algemeen directeur) en Leo Bil (directeur sociale zekerheid), Acture

Deeloplossingen bieden geen antwoord

Vrijwel alle partijen willen recht doen aan de knelpunten in de sociale zekerheid en die intentie valt te prijzen. Maar omdat de meesten van hen niet verder komen dan deeloplossingen, moeten bij de houdbaarheid en effectiviteit van hun plannen flinke vraagtekens worden geplaatst. Ook dreigt zo de fundamentele heroverweging achterwege te blijven die voor een robuust, toekomstbestendig stelsel noodzakelijk is.

Bekijk onze analyse van verkiezingsprogramma’s!

Acture hield de voorstellen van twaalf politieke partijen tegen het licht en verwerkte de uitkomsten in een Barometer sociale zekerheid. Hiermee hopen we niet alleen bij te dragen aan de discussie, maar vooral ook aan oplossingen die werken. Want wij zijn ervan overtuigd dat onze sociale zekerheid een belangrijke maatschappelijke functie te vervullen heeft, nu én in de toekomst.

We moeten terug naar de basis

Wie een houdbaar voorstel voor de sociale zekerheid wil ontwikkelen, moet naar onze overtuiging eerst terug naar de basis. Ons sociale stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid kent vier duidelijke uitgangspunten. Redenerend vanuit deelbelangen kun je daar blij mee zijn of juist niet. Maar ze hebben hoe dan ook een belangrijke functie. In een complex speelveld met deels conflicterende belangen zorgen deze principes voor eenduidigheid, helderheid en effectiviteit:

  • de werkgever is altijd financieel betrokken;
  • deze betrokkenheid geldt voor álle werkgevers, ongeacht de omvang van hun organisatie;
  • er is geen onderscheid naar oorzaak (deze kan in zowel de werk- als de privésfeer liggen);
  • er is geen onderscheid naar type verzuim (dit kan zowel fysiek als psychisch van aard zijn).

Ongewenst onderscheid

Diverse partijen komen met voorstellen die tegen deze uitgangspunten indruisen. Zij willen dan bijvoorbeeld een ‘knip’ om de loondoorbetaling te verkorten op basis van het aantal medewerkers, of zelfs van leeftijd. Een belangrijke vraag bij zulke vormen van onderscheid is waar ze precies toe leiden. Welk gedrag wordt ermee gestimuleerd? Willen we het bijvoorbeeld aantrekkelijk maken om onder een bepaalde bedrijfsomvang te blijven? En is het wenselijk om werknemers bij kleine en grotere bedrijven verschillend te behandelen? Onze analyse is dat iedere uitsluiting van een deelgroep leidt tot afnemende effectiviteit, toenemende complexiteit in de uitvoering en stijgende beheers- en toezichtlasten. En dus een averechts resultaat.

 actureafbeelding

De mythe van de mkb-banenmotor

Een tweede reden om onderscheid op basis van bedrijfsomvang kritisch tegemoet te treden, is de gedachte waarop voorstellen van deze strekking zijn gebaseerd. Namelijk dat het midden- en kleinbedrijf in onze economie de grootste banenmotor is. De vervolgredenering is dat de motor stokt omdat kleine werkgevers huiverig zijn om personeel aan te nemen. En dat het noodzakelijk is om deze vrees weg te nemen door hun sociale lasten te verminderen. Dit zijn echter de nuchtere feiten:

 

 

  Grootbedrijf

  Middenbedrijf

  Kleinbedrijf  

  Aantal bedrijven

  7.869

  52.923

  327.612

  Aantal medewerkers

  4,2 miljoen

  1,5 miljoen

  0,6 miljoen

Bron: UWV, Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2017

 

Deze cijfers laten zien dat de mkb-banenmotor een mythe is. Er zijn weliswaar veel meer kleine bedrijven dan grote, maar bij deze laatste werken veel meer mensen. Wie bij de verdeling van sociale lasten onderscheid maakt op basis van bedrijfsomvang, zal daarmee dus vrijwel zeker géén grote banengroei veroorzaken. De potentie daarvoor is simpelweg niet aanwezig. Wel toont onderzoek onomstotelijk aan dat de kostenrisico’s van ziekte en arbeidsongeschiktheid alle werkgevers – klein én groot – weerhouden van het scheppen van banen. Maatregelen die deze drempel bij alle werkgevers verlagen, zullen dus uiteindelijk de meeste nieuwe banen scheppen.

Eén jaar loondoorbetaling kan kostenneutraal

Ook een ander argument dat partijen er wellicht toe heeft bewogen om onderscheid naar bedrijfsomvang te maken is niet steekhoudend. Dit is het argument van de kosten. In het voorjaar van 2015 stelde het Centraal Planbureau (CPB) dat een integrale verkorting van de loondoorbetaling van twee naar één jaar de BV Nederland structureel € 800 miljoen per jaar zou kosten. Deze conclusie was echter te kort door de bocht: onder de juiste voorwaarden kan zo’n verkorting naar één jaar volledig kostenneutraal plaatsvinden. Het CPB ging er in zijn studie vanuit dat iedere verkorting van de loondoorbetaling ten koste moet gaan van de Poortwachterverplichtingen en dus meer instroom in de WIA moet opleveren. Het is echter prima mogelijk om beide zaken te voorkomen.

Voer een entreekeuring na één jaar in

Ons voorstel is om alle werkgevers één jaar het loon te laten doorbetalen. Om de lasten bij vast en flexibel personeel gelijk te houden, worden werkgevers daarnaast allemaal verplicht eigenrisicodrager voor de Ziektewet. Na het eerste ziektejaar vindt bij álle werknemers een entreekeuring WIA plaats, volgens dezelfde regels als de huidige eerstejaarsbeoordeling in de Ziektewet. Deze entreekeuring bepaalt of de re-integratie is gericht op terugkeer in het eigen werk of op het tweede spoor. In beide gevallen blijft de werkgever financieel verantwoordelijk en blijven de Poortwachterverplichtingen van kracht. Twee jaar na aanvang van de ziekte vindt vervolgens een herbeoordeling plaats en is, net als nu, bij voldoende inspanningen en voortdurende arbeidsongeschiktheid ontslag mogelijk.

Eerder keuren betekent instroom verlagen

De reden dat bovenstaand voorstel een kostenneutrale overgang naar één jaar doorbetalen oplevert, is dat eerder keuren zorgt voor verlaging van de instroom:

  • Ervaring Ziektewet: 40% eerstejaarsbeoordelingen duidt op mogelijkheden om te werken.
  • Ervaring WIA-keuring na twee jaar ziekte: 43% aanvragen leidt tot afwijzing wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
  • Kortom, het is aannemelijk dat zo’n 40% van de entreekeuringen na één jaar voor flexibel én vast personeel géén recht op een WIA-uitkering zou opleveren.
  • Kosten: circa 114.000 extra keuringen, maximaal € 1 miljard.
  • Besparing: € 1 miljard.
Meer weten over de visie van Acture?
Wij ontwikkelden op basis van onze ervaringen als private uitvoerder een eigen visie op een robuuste sociale zekerheid voor werknemers én zzp’ers. Voornaamste inzicht: het stelsel kan effectiever én simpeler. Ons voorstel op hoofdlijnen:
  • Alle werkgevers één jaar loondoorbetaling, daarna vijf jaar WGA
  • Verplichte basisverzekering zzp, met acceptatieplicht voor verzekeraars
  • Onafhankelijk instituut voor keuringen en bezwaar & beroep, geen vermenging van taken bij UWV

Meer weten? Lees ons position paper!

Beeld: Stocksnap.io

Waardeer dit blogbericht:
0
Getagged in: Kennismanagement

Leo Bil is directeur sociale zekerheid bij Acture. Acture is gespecialiseerd in private uitvoering van sociale zekerheid in Nederland en neemt hierin een leidende positie in. Het biedt werkgevers een gratis whitepaper over de gevolgen van de Modernisering Ziektewet.


linkedin hover 32

Reacties