02
juni

Langs de meetlat: pensioenverzekeraar versus PPI

Geplaatst door op in Nieuws
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 16994
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Door strengere fiscale regels en lage marktrentes zien veel werkgevers momenteel het pensioenkapitaal van hun werknemers minder groeien dan ze zouden wensen. Heb je als werkgever iets te kiezen omdat je niet verplicht bent aangesloten bij een pensioenfonds, dan kan de neiging ontstaan om eens rond te shoppen. Is er wellicht een pensioenuitvoerder die het beter doet dan de huidige? Wie die vraag stelt, komt al snel uit op een vergelijking tussen pensioenverzekeraar en premiepensioeninstelling (PPI).

1. Jeugdige frisheid of oude rot

Van deze twee pensioenuitvoerders heeft de premiepensioeninstelling zonder twijfel de charme van de jeugd. Werkgevers hebben pas sinds 2011 de mogelijkheid om hun pensioenregeling bij zo’n PPI onder te brengen. Het register dat toezichthouder De Nederlandsche Bank bijhoudt, telt nu twaalf van deze jonge uitvoerders. Pensioenverzekeraars zijn er veel langer. Zij zijn in vergelijking meer de oude rot in het vak. Let wel: in de praktijk zijn veel PPI’s opgericht door verzekeraars. Achter de jeugdige frisheid van zo’n uitvoerder kan dus zomaar een veel oudere financiële instelling schuilgaan. 

2. Soort regeling

Een belangrijker punt van onderscheid is dat verzekeraars meer diversiteit te bieden hebben ten aanzien van het soort pensioenregeling. Kort en goed: een PPI mag uitsluitend beschikbarepremieregelingen aanbieden en uitvoeren. Biedt jouw werkgever nu een eind- of middelloonregeling aan en is het geen optie om die om te zetten? Dan kun je nu stoppen met lezen. In het andere geval: houd je aandacht erbij, want vanaf hier wordt het wat technischer.

3. Beleggingsrisico

Een belangrijke overeenkomst tussen verzekeraar en PPI is dat ze allebei hun best doen om ingelegd pensioenkapitaal te laten groeien. Meestal betekent dit dat ze het geld gedurende het grootste deel van de pensioenopbouw beleggen, en dat de werknemer dus een beleggingsrisico loopt. In de laatste fase van de pensioenopbouw is dit risico overigens bij zowel PPI als verzekeraar doorgaans weer aanzienlijk te verkleinen. Bijvoorbeeld door over te stappen van aandelen op staatsobligaties. Of door (deels) over te stappen op sparen. Op dit punt is geen eenduidig onderscheid mogelijk tussen PPI en verzekeraar: de opties hangen af van de beleidskeuzes die de uitvoerder in kwestie maakt.

4. PPI: minimale kosten

Omdat deze vorm van pensioenuitvoering nog jong is, zijn PPI’s lean & mean. Ze hebben geen last van oude ballast en bijbehorende kosten. Verder gelden voor deze uitvoerders minimale wettelijke verplichtingen. Kortom: volop kansen voor strakke en moderne bedrijfsvoering met minimale uitvoeringskosten. Verder blinken PPI’s uit in transparantie: de uitvoerder trekt zijn uitvoeringskosten goed zichtbaar af van de premie, of brengt ze simpelweg in rekening via een aparte factuur.

Doorvertaling naar beleggingsfilosofie

Sommige PPI’s vertalen deze lean & mean uitgangspositie door naar hun beleggingsfilosofie. Zij doen bewust geen poging om ‘de markt te verslaan’ (door actief aan- en verkopen een hoger rendement proberen te halen). Bijbehorende kosten blijven dan ook achterwege. Ook bieden ze soms een zachte overgang van risicovoller naar risicoarmer beleggen. Dit verloopt bij verzekeraars doorgaans (wat) meer schoksgewijs, met als risico een onontkoombare overstap op een ongunstig moment. Aan de andere kant kan de deelnemer bij sommige PPI’s wel overstappen van aandelen (risicovoller) naar obligaties (risicoarmer), maar niet naar sparen bij een bank.

5. Toch weer die verzekeraar

Denk niet dat je bij een PPI helemaal niets te maken hebt met een verzekeraar. Hierboven kwam al bod dat veel PPI’s zijn opgericht door verzekeraars; daarnaast is van belang dat PPI's zelf geen risico voor arbeidsongeschiktheid en overlijden mogen verzekeren. Willen ze hun deelnemers deze zekerheid bieden, dan moeten ze dus alsnog doorverwijzen naar één of meer verzekeraars. Zorg daarom dat je álle kosten op je netvlies hebt voor je concludeert dat een PPI de goedkoopste optie is. Anders vergelijk je appels met peren. Ook is het de vraag of een verzekering die je langs deze weg afsluit altijd de beste en goedkoopste optie is. Niet alle PPI’s bieden ruimte om selectief te shoppen.

6. Faillissementsrisico

Net als verzekeraars lopen PPI's bij hun bedrijfsvoering debiteurenrisico, operationeel risico en jawel, ook faillissementsrisico. De markt voor PPI’s is nog volop in ontwikkeling en kent veel jonge deelnemers die zich nog moeten bewijzen. Mogelijk redt een deel het niet. Verzekeraars hebben vaak een track record van tientallen jaren ervaring en moeten zich aan strenge eisen houden. Niet voor niets viel hierboven al de term ‘oude rot’. Aan de andere kant heeft een verzekeraar doorgaans aanzienlijk meer verplichtingen op zijn balans staan dan een PPI. Hierdoor lijkt bij een PPI de kans kleiner dat de uitvoerder ten koste van het pensioen andere schuldeisers tevreden moet stellen.

En de winnaar is…

Tja, dat hangt er dus maar net vanaf waar je belang aan hecht. Minimale kosten of ervaring; de markt volgen of proberen hem te verslaan; alles bij één uitvoerder of alleen de aanvullende verzekeringen: zegt u het maar. Omdat er zoveel te kiezen valt, is een belangrijke tip om de selectie niet alleen uit te voeren. Betrek het personeel erbij, bijvoorbeeld door samen met de ondernemingsraad een werkgroep in te stellen. Zo vergroot je de kans aanzienlijk dat er een keuze uitrolt waar iedereen zich in kan vinden. En door de OR vanaf het begin mee te laten praten, verklein je meteen het risico dat dit orgaan later weigert zijn (volgens artikel 27 lid 1 sub a van de WOR vereiste) instemming te geven.

Waardeer dit blogbericht:
0

Roel van Dooren is specialist arbeidsvoorwaarden en arbeidsvoorwaardencommunicatie bij Ravestein & Zwart. Dit redactiebureau helpt werkgevers, HR-dienstverleners en verzekeraars aan communicatiemiddelen die informeren, inspireren en commerciële boodschappen versterken.