18
sept

Leve het tweede leven: ontwikkeling door te durven

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 1999
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Als je bij Stam Aardappels naar links rijdt, kom je op een weg naar het water, daar vind je hem. De portier bij de Foodmarket in Amsterdam West vulde het ontbrekende stukje van mijn routebeschrijving naar Rederij Kees moeiteloos in. Toen ik aan kwam fietsen, stapvoets over het imposante terrein met markthallen vol levensmiddelenhandelaren, zag ik Jan Morren staan bellen. Zo te horen was hij een verzending aan het regelen voor zijn bedrijf. Hoe kijkt hij terug op zijn carrièrre?

In zijn vorige blog schreef Flores van Emmerik over Jet Key die een carrièrreswitch maakte van directeur naar klusvrouw. Deze keer over het tweede leven van Jan Morren.

'Ik heb je serie blogs gelezen', stak Jan van wal, 'en toen heb ik flink nagedacht over welke eigenschap bij mij past. Ik denk dat het "niet bang zijn" is. Ik heb een enorme levenslust en ik ga uiteindelijk alles aan, ik wil het niet uit de weg gaan. Ik ben niet bang.'

Deze keer blijkt mijn geïnterviewde zich op mij te hebben voorbereid – meestal is het juist andersom.

Rederij Kees

Jan is de bedrijfsleider en directeur van Rederij Kees, een sociale onderneming die zich richt op vrachtvervoer via de gracht. Nadat de grachten hier zo'n 300 jaar intensief voor zijn gebruikt, is deze logistieke mogelijkheid de laatste eeuw vrijwel volledig onbenut gebleven, doceert Jan, 'terwijl het, gezien het permanente verkeersinfarct van Amsterdam, zo'n logisch vervoersalternatief is.' Rederij Kees heeft een boot en een aantal elektrische auto's (die tak van het bedrijf heet Rijderij Kees) waarmee goederen tot 3500 kg vervoerd kunnen worden. Arbeidsintensief werk is het, waarbij precisie en het nakomen van afspraken belangrijk zijn, waar beleidsnota's en praatsessies niet helpen: ideaal werk om een doelgroep met afstand tot de arbeidsmarkt te helpen bij hun re-integratie. De werknemers (het zijn er nu zes) zijn dan ook allen op de één of andere manier verbonden aan Stichting De Regenboog, een stichting die zich richt op het helpen van ex-verslaafden en daklozen.

Hoe kwam Jan aan deze baan? Wat drijft hem?

Uit huis

'Levenslust heb ik altijd al gehad. En het heeft me veel gebracht, inclusief allerlei problemen. Ik ben opgegroeid in Maarn, in een wijk waar mariniers woonden. Die wijk paste eigenlijk niet in de omgeving. Maarn en Driebergen: die was bedoeld voor nette mensen. Maar de mariniers zaten er doorgaans tijdelijk en maakten er een rommeltje van. Daar kwam bij dat de band met mijn ouders, vooral met mijn vader, er geen was om over naar huis te schrijven. Ik ben altijd technisch geweest, LTS lag voor de hand, maar zij vonden dat het per se MULO moest zijn. Dat werd een lijdensweg en op mijn 15e of 16e ben ik van huis weggelopen. Klaar ermee.'

'Ik kreeg jong een vriendin, de dochter van de dokter. Bij die familie heb ik een tweede opvoeding genoten; hoewel zij het misschien in eerste instantie niet zo in mij zagen, heb ik daar wel geleerd om over muziek en boeken te praten. En die boeken ook te lezen – zo dom bleek ik niet te zijn. Met haar trok ik naar Amsterdam, zij ging studeren voor A-verpleegkundige en ik voor B-verpleegkundige. Die studie kon ik gemakkelijk aan; ik kreeg daarna meteen werk in de psychiatrie en die zekerheid gaf mij de ruimte om de stad met al zijn mogelijkheden te leren kennen. Ik voelde en voel mij nog altijd aangetrokken tot het meer alternatieve circuit en de zelfkant. Krakers, muzikanten; daar gaat heel veel vitaliteit van uit en die bracht ik zelf ook mee. Ik had dan wel een baan en een vriendin, maar ik leefde helemaal voor de muziek: ik heb altijd twee kanten gehad. Een rebel met een stabiele thuisbasis. Een mislukte scholier die boeken ging lezen.'

Doe het zelf

'Ik was drummer in een band. Het zal eind jaren zeventig geweest zijn. We werden op enig moment behoorlijk populair maar dat konden we helemaal niet aan. De band viel uit elkaar – maar met drie anderen besloten we toen een echt serieuze poging te doen. We hebben toen de Agents of Decay opgericht en hebben dat drie jaar fulltime gedaan. Zonder drank, zonder excessen, heel serieus. We zijn het hele land door geweest, we hebben in Amsterdam in Paradiso gestaan en in de Melkweg, het ging echt goed. Maar ik kreeg een kind, we verdienden uiteindelijk niets en op een gegeven moment ben ik gestopt. Ik wilde geld gaan verdienen, niet alleen maar op een houtje bijten.'

'Het mooie van een band, is de doe-het-zelffilosofie: we maakten zelf iets wat we mooi vinden, deden onze eigen publiciteit, de financiën. En het mooie van een band is natuurlijk dat je het wel zelf doet, maar er toch niet alleen voor staat. Die do-it-yourself-houding heb ik altijd gehad. Niemand hoeft mij iets te vertellen, je kunt het heel goed zelf doen. Die houding heb ik meegenomen in mijn verdere carrière.'

'Toen ik het tijdperk muziek had afgesloten, ging ik mijn oude vak weer in: de psychiatrie. Om mensen te begeleiden met een verstandelijke handicap én een psychiatrische aandoening. In een gesloten kliniek. Eén persoon was volkomen onhanteerbaar, daarom moesten alle deuren dicht vond men. Ik vroeg aan de man in kwestie: Wil je ons even waarschuwen als er iets is? Dat bleek goed te werken, niemand was eerder op het idee gekomen om hem iets te vragen. En zo konden de deuren open. En met mijn energie werd het ook een heel andere afdeling. We lieten patiënten dingen doen, gewoon zelf. Zelf koken, zelf boodschappen doen. Ik had bravoure en energie en wist die goed over te brengen.'

'Ik heb ook een tijd bij de Jellinek gewerkt. Leuk werk, maar ik wilde niet in vaste dienst, ik wilde ook gewoon verder en extra diploma's halen. Ik ben gaan studeren voor SPV (sociaal psychiatrisch verpleegkunde: een verdiepingsstudie voor verpleegkundigen om patiënten te helpen in hun netwerken en omgang met instanties) en ging weer op een houtje bijten, met inmiddels kind nummer twee. En met het diploma op zak ging ik werken en wonen in Purmerend: met twee kinderen in een rijtjeshuis. Deze vrijbuiter werkte opeens op een kantoor en had een geregeld leven. Ik vond dat écht heel zwaar en ik heb de stad enorm gemist. Pas maanden later kon ik me een beetje settelen. En ik ging weer werken in Amsterdam, ik bracht veel leven in de brouwerij bij de Purmerendse Riagg, maar het lag me uiteindelijk niet. Mensen met vermoeidheidsproblemen... Natuurlijk, dat is ook een belangrijk probleem, maar de harde psychiatrie ligt me gewoon beter. Ik heb bij de GGD gewerkt en daarna werd ik manager in gezinsvervangende tehuizen.'

Nieuwe energie

'Overal waar ik werk, gooi ik de boel om en zorg ik voor nieuwe energie. Maar in mijn eigen leven liep het minder goed. Mijn relatie, die jeugdliefde: Ik zocht iets anders. Hier heb ik jaren tegenaan gelopen en toen de relatie uiteindelijk spaak liep, ben ik mezelf op een heel andere manier tegengekomen. Je kunt wel zeggen: Ik kreeg een fikse burn-out, een zware depressie. Hoe je het ook noemt: Ik moest stoppen met mijn baan. Ik had net mijn eerste sociale onderneming opgezet. Een boot, net als nu, maar dan met een bemanning van verstandelijk gehandicapten die op commerciële basis toertochten deden op het IJsselmeer. Erg leuk werk, en levensvatbaar: Na mijn vertrek is het niet als aparte onderneming voortgezet, maar het bestaat nog wel. Ik werkte ondertussen als vrijwilliger in een garage, lekker sleutelen.'

'Op een gegeven moment ben ik opgekrabbeld en heb ik allerlei klussen als interim-manager in de psychiatrie gedaan. Ik ging geld verdienen, veel geld kan ik wel zeggen. En nog weer later kreeg ik een nieuwe vriendin met wie ik een prachtig huis in Purmerend heb gekocht. Maar na een jaar liep dat verkeerd. Waar dat in zat? Tja... Ik heb me er gewoon helemaal op verkeken. Zij was anders dan ik dacht, de crisis sloeg ook toe en mijn inkomsten namen af. Ik ging in vaste dienst werken, als manager bij een dagbestedingsafdeling. Maar het ging niet; na een aanvankelijk goede periode, volgde een mindere. Bij een reorganisatie kwam ook het moment van vertrekken. Daarmee viel ik definitief van mijn voetstuk.'

Nieuwe start

'Maar helemaal terugvallen in de depressie, dat gebeurde toch niet. Ik was blut, voor de zoveelste keer. Als je niets bent, kun je alles worden. Dat klinkt simpel maar op de één of andere manier voelde het ook echt zo. Op je 54ste nadenken over hoe je het allemaal opnieuw op de rails moet krijgen: dan kom je terug op je echte basis. En dat is bij mij: levenskracht, energie, vitaliteit – en dat overbrengen op moeilijke mensen. Ik ben gaan werken in een gesloten kliniek met psychotische mensen: Er was veel agressie en ook veel problemen tussen de medewerkers. En dat ging goed, na twee jaar liep die afdeling weer. Vast niet alleen door mij, ik was niet eens leidinggevende, gewoon verpleegkundige, maar ik weet van mijzelf dat ik het gewoon goed doe met zo'n doelgroep en daardoor rust breng waar dat nodig is, maar vooral ook energie waar dat nodig is. Mensen moeten altijd iets doen, anders leef je niet en dat wordt zo vaak vergeten in de psychiatrie.'

'Ik woon alleen en leef voor mijn werk. En houd het verder rustig, zo had ik mij voorgenomen. Hier blijf ik wel even. En toen vroeg Brouwerij De Prael of ik een rederij wilde opzetten voor hun bevoorrading en levering. Nee, was mijn eerste reactie, dat wil ik niet. Maar dan ga je denken. Het is heel erg bevredigend om zelf iets te maken. We hebben inmiddels een boot, we hebben elektrische auto's maar we moeten natuurlijk ook klanten hebben. Aan marketing doen. Alles zelf doen: heel anders dan met een band, maar ook weer niet. Het levensgevoel is hetzelfde. En ik kan het goed vinden met de mensen die hier werken. Ik snap ze en zij begrijpen ook heel goed dat zij hier komen om te werken. We zijn een onderneming. En het voelt ook goed om de stap van verpleegkunde naar vervoer te hebben gezet.'

'Het belangrijkste dat ik heb geleerd? Dat is dan weer niet zo bijzonder. Blijf jezelf, maar ook: Bedenk steeds iets nieuws. Ik heb al op heel jonge leeftijd veel zelf moeten uitzoeken en door mijn veerkracht en vermoedelijk ook mijn intelligentie is dat gelukt. Uiteindelijk gaat die zoektocht telkens om een balans tussen exploreren en rust vinden.'

'Jezelf blijven. Dat betekent niet dat je op je routine moet drijven. Ik ga altijd weer opnieuw de uitdaging aan. Op de één of andere manier voel ik ook altijd heel veel verbinding met mijn omgeving. Het lijkt gek voor een man met zoveel banen en zoveel toppen en dalen: maar ik ben er echt voor de mensen om mij heen. Niemand leeft voor zichzelf. Als je kijkt naar muziek: Ik houd meer van Johnny Cash die op latere leeftijd heel andere muziek maakte zonder zichzelf te verloochenen, dan van The Stones. Die zijn ook goed, hoor. Maar geef mij maar ontwikkeling. Door te durven.'

Waardeer dit blogbericht:
0
Getagged in: Engagement Leren Vitaliteit

Outplacementbegeleiding voor werkzoekenden. Coaching voor ondernemers en leidinggevenden. En therapie voor wie dat nodig heeft. Als psycholoog help ik jou om werk te vinden of beter te worden in het werk dat je doet. Tenslotte verzorg ik ieder jaar een aantal trainingen, lezingen en workshops over het onderwerp 'werk'.


linkedin hover 32 twitter hover 32

Reacties