20
juni

Kennisland op de tocht

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3201
  • 0 reactie
  • Afdrukken

Steeds vaker gaan er geluiden op dat Nederland zijn concurrerende positie als kennisland aan het verliezen is. Klopt dat? En zo ja, wat kunnen we doen om het tij te keren? We vroegen het aan UNIT4, MicroSourcing, SHL, Info Support en SLB Diensten tijdens een rondetafelbijeenkomst.

Moet de Nederlandse overheid meer investeren in onderwijs om een kennisvoorsprong te behouden? Als eerste beantwoordt Robert Chevalier van MicroSourcing deze stelling. MicroSourcing is een bedrijf met een Nederlandse oorsprong, gevestigd in de Filipijnen, dat zich toelegt op staff leasing. 'Ik kom veel in Hongkong en spreek daar geregeld met Nederlandse ondernemers over de verschillen tussen Nederland en Azië. Het grootste verschil is dat scholieren van 12 jaar in Hongkong al veel meer bezig zijn met leren, waar Nederlandse kinderen van die leeftijd liever spelen of voetballen. De grootste taak van de overheid is om meer structuur aan te brengen in het onderwijs.'

Achterlopen

Henk van der Pol van it-bedrijf Info Support stelt dat het onderwijs een paar jaar achterloopt bij het bedrijfsleven. 'Afgestudeerde hbo'ers moeten eerst hun kennis bijspijkeren voor ze echt aan de slag kunnen.' Volgens Jeroen Borgsteede, directeur van SLB Diensten, zijn er een paar factoren die het Nederlandse onderwijs maken zoals het is. 'Om te beginnen is het onderwijs in Nederland bottom-up georganiseerd. Geld komt van boven, maar scholen moeten vervolgens hun eigen beleid en keuzes maken.

Als een schoolleiding duizend euro krijgt, moet ze zelf beslissen of ze dat geld in leermiddelen, in het repareren van het dak of in ontwikkeling van de skills van de docenten steekt. Ook betekent het vaak dat ze het wiel opnieuw uit moet vinden. Daarnaast spelen onderwijsmethodes een rol. In Nederland kies je als school voor een methode, daar zit je dan zeven jaar aan vast. Het is veilig om een methode te volgen, want die methode leidt feilloos op tot de norm. Als je wil afwijken van de methode, moet je daar wat maatwerk omheen verzinnen en niet iedere docent heeft dat in zich. Dan kom je op het punt hoe de docent het vak heeft geleerd.'

Dit werpt automatisch de vervolgvraag op of we de rol van de docent niet te veel willen beperken. Houden leerkrachten zich te veel aan de lesmethoden? Jeroen Borgsteede: 'Veel van de docenten hebben de motivatie, creativiteit of skills niet om buiten de lesmethoden om te werk te gaan.'

Marc Albert, managing director van talentmanagement specialist SHL vult hem aan: 'Als je kijkt naar universitair afgestudeerden in Azië, dan zie je dat kennis en vaardigheden daar veel beter zijn. Dat laat zien dat er in Nederland snel iets moet gebeuren en de ontwikkeling van leraren is daarbij een belangrijk punt. Het poldermodel werkt niet in ons voordeel. Dat verhindert dat we structureel veranderingen kunnen doorvoeren en dat is juist wat Nederland nu nodig heeft.'

Volgens Jeroen Philippi van bedrijfssoftwareleverancier UNIT4 moet de regering meer samenwerking tussen bedrijven en opleidingsinstituten stimuleren om het gat tussen theorie en praktijk te dichten. 'Het draait niet meer om kenniseconomie maar om talenteneconomie. Hoe pas je kennis toe? Kennis is namelijk voor iedereen beschikbaar via internet, die is niet meer uniek.'

Kloof wegwerken

Bij Info Support wordt er al nauw samengewerkt met hogescholen om die kloof tussen opleiding en praktijk te verkleinen. Onder andere door het geven van gastcolleges en het samen organiseren van diverse minors.
Jeroen Borgsteede benoemt het verschil tussen scholen en instellingen in Nederland en Amerika. 'In Nederland wordt een vervolgopleiding gevolgd in de buurt, terwijl in Amerika de reputatie van een instelling veel meer bepalend is voor de keuze. Daar zijn ze veel meer bezig met de eigen ontwikkeling. Het eerste wat in Amerika wordt gevraagd is 'waar heb je gestudeerd?' Dus niet wat, maar waar. In Azië zijn ouders ook veel meer bezig met de toekomst van het kind.'

Prestatiegericht

Zijn wij in Nederland dan te weinig prestatiegericht, vraagt Henk van der Pol. Robert Chevalier haakt hier op in: 'Dat is het grootste verschil. Maar laat het wel duidelijk zijn dat een hoogopgeleide Chinees ook niet alles kan. Nederlanders zijn op sociaal gebied ontzettend sterk. Een Chinees niet, die doet wat hij kan of moet, en dat doet hij goed. Dat is een totaal andere mentaliteit.'

'De intrinsieke motivatie van iemand in Azië is veel groter', zegt Jeroen Philippi, 'want in West-Europa hebben jongeren alles al.' 'De jeugdwerkeloosheid die hier nu groter wordt, werkt wel louterend', denkt Borgsteede, 'want nu moet je wel nadenken over hoe je het verschil kan maken. Wat kan ik beter dan al die anderen met dezelfde opleiding? De wal keert het schip.' 'De jeugdwerkeloosheid is een reden om de knop om te zetten', concludeert Chevalier.

Creativiteit

Kunnen zzp' ers dan het verschil maken om een concurrerende economie neer te zetten? Jeroen Philippi: 'Zzp'ers zouden de markt wel flexibeler moeten maken.' 'Vraag naar en aanbod van arbeid zijn nu niet in balans', stelt Borgsteede. 'Zodra dat wel het geval is, kun je het over kwaliteit gaan hebben.' Marc Albert verwacht dat de vraag het aanbod over twee tot drie jaar gaat overstijgen en is benieuwd hoe het dan is.

'Of flexibeler ook concurrerender maakt, weet ik niet', zegt Henk van der Pol. 'Ik denk dat het beter is om te kijken naar wat je wilt bereiken. En kijken waar internationaal de kansen liggen op het gebied van samenwerking.' Jeroen Philippi besluit: 'Onze kinderen gaan concurreren met kinderen uit de hele wereld.'


Claudia Top is senior account manager bij LEWIS PR - Global Communications.

Waardeer dit blogbericht:
Getagged in: HRD Management Organiseren

Reacties