18
aug

Hr en het vraagstuk van de overbodige arbeid

Geplaatst door op in Artikelen
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3940
  • 13 reacties
  • Afdrukken

In de toekomst hoeven we nog maar een paar uur per dag te werken om de benodigde productie te realiseren. Economen breken zich het hoofd over de vraag wat te doen met die alsmaar toenemende vrije tijd. Blijft het antwoord uit, dan dreigt arbeidsongelijkheid te ontstaan die onze welvaart aantast. Als enige beroepsgroep heeft de hr-professional de deskundigheid en de betrokkenheid om een zinvol antwoord te geven.

Het is de vraag of er in de nabije toekomst werk genoeg is voor iedereen. Veel economen denken dat de verdeling van de beschikbare arbeid steeds schever wordt. Met name in de middenberoepen is de werkgelegenheid aan het slinken. Aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt is er juist volop werk. Volgens Brink Lindsey van het Amerikaanse Kaufmann Institute, kunnen hoger opgeleiden de toenemende complexiteit van de globaliserende arbeidsmarkt aan, zo schreef hij in Human Capitalism (2013). Daardoor hebben ze volop mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Ook aan de onderkant van de arbeidsmarkt groeit het aantal eenvoudige banen: schoonmakers, zorgverleners, monteurs. Maar in het middensement van de arbeidsmarkt, is steeds minder arbeid nodig.

Minder arbeid nodig

De verdeling van de arbeid over de beroepsbevolking is vooral in de Westerse wereld een relevant vraagstuk. Productie die onze samenleving draaiend houdt heeft steeds minder arbeid nodig. Het aantal uren per jaar dat in de vorige eeuw werd besteed aan arbeid in de primaire en secundaire sector, is teruggelopen van 750 per persoon in 1909 tot 174 in 1996. De productie van materiële goederen per hoofd van de bevolking, is in die periode meer dan verdubbeld.

De vraag is hoe erg dat is, een samenleving die in afnemende mate gebruik maakt van arbeid. Belangrijker nog is de vraag wat je moet doen met die alsmaar toenemende arbeidsloosheid. Er zijn nog weinig deskundigen die zich daar druk over maken.

Recht op luiheid

In het verleden was dat wel anders. Al in 1880 schreef Paul Lafargue, de schoonzoon van Karel Marx, Het recht op luiheid. Hierin pleitte hij voor werkdagen van slechts enkele uren. De econoom John Maynard Keynes voorspelde in 1930 dat we in de huidige tijd nog maar enkele uren per dag zouden hoeven werken om onze materiele behoeftes te kunnen bevredigen. In 1967 pleitte een aantal wetenschappers in de bundel 'Morgen is vandaag begonnen: futurologische verkenningen' om de toenemende vrije tijd voor een deel te besteden aan herscholing. Een andere semiwetenschappelijke publicatie, de Aula pocket 'Wie niet werkt... Arbeidsethos en werkgelegenheid' (1983), riep op tot herbezinning over de arbeidsethos. Het is er nog nauwelijks van gekomen.

Vakantie als gruwel

Dat het vraagstuk over invulling van de oplopende vrije tijd zo weinig aandacht krijgt, heeft te maken met onze christelijke moraal. Die benadrukt het belang van arbeid als levensvervulling. Misschien speelt ook mee dat een leven lang vakantie voor veel mensen een gruwel is. Niet werken is alleen aangenaam omdat we weten dat het slechts tijdelijk is. Uit een onderzoek van de universiteit van Virginia blijkt dat mensen niet langer dan een kwartier aaneen bezig kunnen zijn met hun eigen gedachten. De gemiddelde tijd dat partners daadwerkelijk met elkaar communiceren (dus niet over de vraag wie morgen de kinderen ophaalt uit de crèche) zou slechts zo'n twaalf minuten per dag zijn. Het is nog niet zo eenvoudig om tijd anders in te vullen dan met arbeid.

Jacht en visserij

De veranderende rol van arbeid is al eeuwen gaande. Ten tijde van de jagers-verzamelaars was de mens vooral bezig om zichzelf in leven te houden. Het overgrote deel van de mensheid werkte in de visserij, de jacht en het verbouwen van voedsel. Door de opkomst van de moderne landbouw, gevolgd door de ontwikkeling van de industrie, zijn we in staat om er met relatief weinig inspanningen de beschikbaarheid van voedsel te garanderen. In Westerse landen werkt nog maar twee procent van de beroepsbevolking in de landbouw.

Denkkracht en spierkracht

Vanaf de twintigste eeuw is de maakeconomie vervangen door de kenniseconomie, waar denkkracht de plaats van spierkracht heeft ingenomen. Voor de maakindustrie zijn dankzij technologie steeds minder mensen nodig. De visie op arbeid is echter niet veranderd. In plaats van de 15-urige werkweek die Keynes voorspelde, werken we gemiddeld nog steeds bijna 40 uur, zo schreven de Amerikaanse economen Robert en Edward Skidelsky in het boek 'Hoeveel is genoeg?' (2013).

Waarom blijft het belang van arbeid zoals we die nu kennen zo belangrijk? Omdat de verschuivende economie ook nieuwe behoeften creëert, aldus de Skidelsky's. Die moeten ook worden vervuld en daar is weer nieuwe arbeid voor nodig. 'Zodat we niet meer in staat zijn om die rijkdom beschaafd te benutten', aldus vader en zoon Skidelsky.

Verstand en aangenaam leven

De Amerikaanse auteur Brink Lindsey ziet twee opties voor het gebruik van vrije tijd. De eerste is een toekomst waarin mensen zichzelf ontwikkelen. Dit leidt tot een samenleving waarin mensen 'verstandig, aangenaam en goed leven'. In het tweede scenario schetst Lindsey een minderheid die beschikt over voldoende human capital en een minderheid die tevreden wordt gehouden met brood en spelen.

Managementgoeroe Manfred Kets de Vries pleit ervoor om ruimte vrij te maken voor verveling en nietsdoen. Maar dan wel weer met als doel om als mens effectiever te zijn.

Taak voor onderwijs

De vraag is of we in staat zijn om onze menselijke energie anders in te zetten dan ten behoeve van arbeid. Ik zie geen goed argument om niet vandaag al anders te gaan denken over arbeid en de verdeling daarvan. Een belangrijke taak is hier weggelegd voor het onderwijs. Ons huidige onderwijs staat voor een belangrijk deel in het teken van arbeid zoals we die nu kennen.

Er is ook onderwijs mogelijk dat zich richt op levensvragen: hoe gaan we als mensen om met elkaar en met de wereld om ons heen? Welke waarden zijn van belang in onze samenleving, hoe brengen we onze tijd door, hoe zorgen we er voor dat mensen datgene doen waar ze goed in zijn?

Capabilities

De Nobelprijswinnaar Amartya Sen spreekt in dit verband over capabilities. Hiermee bedoelt hij bekwaamheden en deskundigheden die mensen kunnen inzetten om de doelen te bereiken die ze zichzelf hebben gesteld. Deze gedachte doet recht aan het feit dat mensen van elkaar verschillen en hun talent verschillend toepassen om tot de beste resultaten te komen.

Dit pleidooi sluit aan op de discussies over benodigde vaardigheden in deze eeuw. bijvoorbeeld in het OECD-rapport Skills Outlook 2013. Hierbij worden dan zaken als samenwerken en probleemoplossend vermogen genoemd als belangrijke vaardigheden. De nadruk in dit rapport ligt evenwel op de economische vraagstukken en minder op persoonlijke ontwikkeling en capaciteiten.

Bijdrage van hr

Er is een schone taak voor hrm om een fundamentele discussie te voeren over de rol en de verdeling van arbeid. Hr-professionals vormen de enige beroepsgroep die zo betrokken is bij het onderwerp, dat zij hierover een zinvolle bijdrage kan leveren. In tegenstelling tot veel andere professionals hebben hr-professionals vanuit hun vak oog voor de lange termijn van de sociale economie. Hr moet daarom het vraagstuk van de veranderende arbeid oppikken. Laat zij dat liggen, dan verbleekt de maatschappelijke relevantie van deze discipline.

Waardeer dit blogbericht:
HR expert with broad working experience in higher education, development cooperation, student mobility, credit transfer. Focus on teaching, working with (international) groups, creativity and mobility issues. Finished his PhD about the future of HRM in the economy of the 21st century in december 2013.
Specialties: dealing with complex and international HR issues, HR and Higher Education, contribution and future related HR.

Reacties